Student - 16 december 2010

Hier wordt naar je geluisterd

De Baviaanskloof in Zuid-Afrika is grootleverancier van stage­plekken voor Wageningen UR. Studenten van de Universiteit en Van Hall Larenstein helpen het door ­erosie aangetaste natuurgebied te herstellen. 'Hier wordt echt wat met je onderzoek gedaan.'

Een geërodeerd deel van de Baviaanskloof.
De bavianen, waar de kloof en de rivier naar zijn genoemd, zijn volop aanwezig. 'Wanneer je gaat hiken in de bergen, hoor je ze schreeuwen als je hun territorium betreedt', vertelt Martijn Zijlemans, student Tropische bosbouw bij VHL. 'Bavianen maken een heleboel lawaai, net zo hard als een balkende ezel. Maar dan wel een rare schorre ezel.'
De Baviaanskloof ligt niet zo ver van de kust in de punt van Zuid-Afrika, tussen Kaapstad en Port Elizabeth. Het uitgestrekte natuurgebied geldt officieel als Wereld­erfgoed, maar wordt ernstig bedreigd door erosie en droogte. 'Zonde, want van de acht biotopen die Zuid-Afrika heeft, komen er zeven voor in de Baviaanskloof. Als we het tij niet keren, is er over vijftig jaar vrijwel niks meer van over', aldus Martijn.
Voetbalveld met spekbomen
Een half jaar lang liep Martijn stage bij Presence, een project om het gebied weer gezond te maken. Presence helpt boeren met het zoeken naar alternatieven voor veehouderij,  toerisme en natuurbeheer. Martijn richtte zich vooral op de rol van spekbomen, een plant die het antwoord kan zijn op veel problemen in Baviaanskloof. 'Als je een tak in de grond steekt, begint hij te groeien. De plant heeft geen water nodig en groeit eigenlijk overal. De vetplantachtige blaadjes vangen veel CO2 uit de lucht', legt Martijn uit.
Martijn richtte een fonds op voor de aanplant van spekbomen en bekeek hoe je investeerders voor kooldioxideopslag kunt aantrekken. Zo ontstond met het WK Voetbal in Zuid-Afrika het idee om terreinen ter grootte van een voetbalveld met spekboompjes aan te bieden als CO2-compensatie. Onder meer het Nederlandse elftal droeg bij aan de aanwas van spekbomen in de Baviaanskloof.
Eén grote familie
Dieter van den Broeck is een van de grondleggers van Presence. Als student van Wageningen University liep hij stage in Zuid-Afrika en bouwde er een netwerk op. Na zijn afstuderen in 2005 hoorde hij bij toeval over de Baviaanskloof. Voor restauratie van het ernstig bedreigde gebied waren geld, onderzoek en mensen nodig. Samen met vier andere oud-Wageningers richtte hij daarom drie jaar geleden Presence op. Zelf noemt hij het een 'leernetwerk'. Zo'n veertig studenten, het merendeel afkomstig van Wageningen University of Van Hall Larenstein liepen er al stage of deden er hun afstudeeronderzoek. Veel van hen komen via de Wageningse stichting Otherwise binnen.
Presence heeft een eigen nederzetting bij de Kougadam die ze hun learning village noemen. In de huisjes van de arbeiders die de dam bouwden, wonen nu teamleden en studenten. VHL-student Martijn schetst het beeld van één grote familie. 'Het dichtsbijzijnde dorp ligt 35 kilometer verderop, dus je bent op elkaar aangewezen. We ontspannen ons met af en toe een grote braai of een potje voetballen en in het weekend trek je soms samen de bergen in.'
Vierkante boeren
Wat Martijn bijzonder vond was dat iedereen hem, als student, serieus nam. 'In Ecuador, waar ik ook stage heb gelopen, kreeg ik te horen: wat weet jij er nu van? Maar in de Baviaanskloof weten de boeren door de goede terugkoppeling vanuit Presence dat er echt iets met het onderzoek wordt gedaan.' Ook de urgentie helpt volgens hem. 'De boeren beseffen dat het zo niet langer kan. Bij een vergadering zit dan zo'n vierkante man van bijna twee meter breed met de tranen in zijn ogen. Ze zien hun traditionele manier van bestaan veranderen.'
Bij die ontwikkelingen spelen de studenten een belangrijke rol, volgens coördinator Dieter. 'Studenten zijn deel van de grotere puzzel. Vanaf het moment dat je onderzoek doet en vragen stelt in het gebied, heb je een major impact. De boeren zijn heel positief over ons project, mede doordat de studenten hun resultaten presenteren.'
Voor studenten is het ook bevredigend om mee te bouwen aan een project met een duidelijk en haalbaar doel. Dieter weet uit zijn eigen studententijd dat het ook anders kan gaan. 'Nadat je je thesis hebt ingeleverd, gebeurt er vaak niks mee. Dat is heel frustrerend.'
Hokken met de stagebegeleider
Hoe klein het onderzoek soms ook is, de resultaten kunnen heel belangrijk zijn. Dat ondervond ook Marjan Sommeijer, die onlangs de bachelor Internationaal Land- en Waterbeheer afrondde. De studente onderzocht het effect van teruggeplante spekbomen op de waterbalans. Met een regensimulator, een bak waaruit druppels water komen, mat ze de mate van infiltratie in de bodem. 'Wat bleek? Bij grote bomen kan de bodem wel tot tachtig procent meer vocht vasthouden dan een kale bodem.' Dat is een belangrijk gegeven in een gebied waar veel Zuid-Afrikanen voor hun  drinkwater afhankelijk zijn van de Baviaanskloof. Marjan: 'Toen ik in Zuid-Afrika was, was water op rantsoen vanwege het tekort. Met deze cijfers in de hand is het makkelijker om de boeren te overtuigen.'
Het allerleukste vond Marjan het om zelf onderzoek te doen, van voorstel en opzet tot uitvoering. Het bevestigde haar in haar keuze voor de masterstudie Hydrologie. Maar ook het project sprak haar aan. 'De begeleiding was heel goed. Het maffe was wel dat ik bij mijn begeleider in huis woonde. Alles was dus erg makkelijk bespreekbaar. Soms hoor je van mensen die hun begeleider nog geen half uur per week zien. Nou, dat was hier dus totaal anders.'  

Re:ageer