Wetenschap - 1 januari 1970

Het zwarte gat

Stralend zit je op het podium. De Aula is gevuld met familie en vrienden. Na jaren ploeteren zet je vol trots je handtekening onder hét papiertje; je diploma. Je bent klaar om de wereld te veroveren. En dan komt de kater. Want wat kán je eigenlijk? Wat wíl je? Wie zit er op je te wachten? Vier starters vertellen over het zwarte gat na het afstuderen.

‘Ik studeerde af met het idee van gouden bergen die op me stonden te wachten’, vertelt Sanne Lohof. Ze deed een vrije doctoraal in de richting communicatie en organisatie en haalde in juni haar bul. ‘Al snel merkte ik dat ik wat realistischer moest worden. Er stonden gewoon niet al vijf mensen om mij te springen.’ Het onvermijdelijke was daar: solliciteren, solliciteren en nog eens solliciteren.
Sanne ging actief van start, maar moest snel toegeven dat het nog niet zo eenvoudig is. ‘Ik vind het een ondoorgrondelijk woud. Waar moet je beginnen met zoeken? De kranten en websites, er is zoveel. Daar heb je een dagtaak aan om het volgen. Het is oneindig.’ En als ze een vacature had gevonden die bij haar paste, liep ze aan tegen een gebrek aan ervaring.
De zoektocht werd nog bemoeilijk doordat Sanne toegepast werk zocht. ‘Ik ben opgeleid tot onderzoeker en als je dan praktisch aan de slag wilt, is het moeilijk,’ zegt Sanne. De concurrentie met hbo’ers neemt dan toe. ‘Vergeleken met hen heb ik een gebrek aan ervaring op toegepast gebied.’

Uitzendwerk
Sanne had echter één groot voordeel: ze weet wat ze wil. Veel lastiger solliciteren is het als je dat niet precies weet, zoals dierbiologe Margot Sprenger. Ze is in maart afgestudeerd en heeft nog nauwelijks een brief verstuurd. ‘Ik kijk wel rond, maar ik weet eigenlijk slecht wat ik wil doen. Onderzoek? Me verdere ontwikkelen in biologische landbouw? Het onderwijs in? Ik sta een beetje stil en heb ook af en toe het gevoel dat ik niets structureels doe.’
Om wel de huur en boodschappen te kunnen betalen, doet Margot ondertussen uitzendwerk. Ze ziet het zeker niet als een domper dat ze na zoveel jaar studeren nu ‘een mindere baan’ heeft. ‘Ik weet dat ik tenminste iets anders kán gaan doen.’
Landschapsarchitecte Pauline de Koning is minder positief. Ze bracht na haar afstuderen meteen een bezoek aan het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI). ‘Ik had al veel verhalen gehoord over het CWI en vooral dat mensen soms jaren aan het zoeken zijn naar een baan. Geld is dan wel handig, dus ik besloot me gelijk in te schrijven.’ Het CWI wilde haar echter niet helpen voordat ze zich bij uitzendbureaus had ingeschreven. ‘Dat moest ik eerst maar doen en dan kon ik morgen terugkomen.’
De uitzendbureaus waren voor Pauline een domper. ‘Ze zeiden gelijk al dat ze niks hadden in mijn studierichting. En dat ze ook serieuze langere klussen moeilijk aan konden bieden, omdat ik ondertussen aan het solliciteren ben. Ze willen het risico niet nemen dat ik zo weer weg ben. Maar ik wil best een poos een project doen hoor. Nu ben ik gedoemd tot flexwerk in de thuiszorg,’ vertelt Pauline, lichtelijk gefrustreerd.

‘Ik was die stomme baantjes en het schrijven van brieven spuugzat’
Vertrouwen
Thuiszorg, administratieve werkzaamheden, telefonisch enquêtes afnemen, horeca. Blij worden de starters niet van deze baantjes, die relatief weinig geld opleveren. Ze moeten veel uren per week aan de slag om toch een inkomen te hebben. Daarnaast moeten ze nog energie vinden om te solliciteren op banen binnen hun eigen vakgebied.
‘Het is eigenlijk meer een bult dan een zwart gat,’ zegt Pauline. ‘Tijdens m’n studie had ik constant stress, maar nu is dat nog veel erger. Brieven schrijven, voorbereiden op bedrijven, gesprekken voeren. Man, wat gaat daar veel energie in zitten!’ Landschapsarchitecte Barbara Ruysenaars, afgestudeerd in 2003, kan er over meepraten. Haar uitzendbaan kostte ontzettend veel energie. Ze vond het verschrikkelijk. ‘Zeven dagen per week hollen, maar ik hield geen cent over.’
Er zit weinig anders op dan ‘gewoon doorgaan’ en vertrouwen houden, menen de starters. Pauline: ‘Ik maak me nog geen zorgen. Wanneer ik na een gesprek weer word afgewezen, dan bedenk ik me dat ik daar dan ook gewoon niet pas. Je moet ook overtuigd zijn dat het wel goed komt. Ik vraag me wel eens af hoe, maar daar weiger ik aan toe te geven. Misschien dat ik daarom zo druk bezig ben. Dan heb ik tenminste geen tijd meer om er verder over na te denken.’
Ook Sanne heeft het volste vertrouwen in het vinden van een leuke baan. ‘Ik heb genoeg lichtende voorbeelden om me heen. Ik zie vooral dat mensen om me heen vaak niet via standaard wegen toch op hun plek komen. Het heeft gewoon tijd nodig en je moet vooral bezig blijven.’
En hoewel Margot gek kan worden van mensen in haar omgeving die constant vragen of ze al een baan heeft - ‘daar word ik een beetje zenuwachtig van’ - denkt ze dat het allemaal wel los zal lopen. ‘Je moet een beetje relaxen. Het komt echt allemaal wel goed.’ Toch wordt ze wat onrustig nu de bladeren gaan vallen. ‘Ik heb het idee dat nu het september is, de dip echt begint. Iedereen is hard bezig en dan zit ik hier niks te doen.’

Visitekaartje
Barbara had dat punt op zeker moment ook bereikt, en besloot dat het anders moest. ‘Ik was het schrijven van brieven spuugzat en het vervullen van stomme baantjes leidde af van het zoeken naar de baan die ik echt wil. Hier wilde ik niet in blijven hangen. Ik ging het anders aanpakken. De deur uit en mensen binnen mijn eigen vakgebied opzoeken.’
Volgens Barbara is dat dé manier om het tij te keren. Door het bezoeken van congressen, symposia en conferenties bleef Barbara actief en betrokken in haar vakgebied. ‘Je moet wel echt je best doen. Je bent geen student meer en valt overal buiten. Je mag eigenlijk nergens meer aan meedoen. Ik ben toen rond gaan bellen, heb de situatie uitgelegd en gevraagd of ik toch gratis mocht deelnemen aan congressen en dergelijke. Met het aanbod om te helpen bijvoorbeeld.’
Verder maakte Barbara visitekaartjes en was het een kwestie van netwerken. Na een lang jaar van proberen heeft ze uiteindelijk een leuke baan gevonden. ‘Niet door het schrijven van een brief, maar door op de juiste persoon af te stappen. Ik nam veel initiatief, en dan blijken er toch veel mogelijkheden te zijn.’
Achteraf ziet Barbara het ‘zwarte gat’ niet als een zwarte periode. Juist vanwege de moeilijke tijden kijkt ze er zelfs zeer positief op terug. ‘Je leert er veel van, ook omdat je jezelf steeds moet oppeppen. Je wordt gedwongen alles op een rijtje te zetten en na te denken over wat je nu echt wilt.’
Het gaf ook een goed gevoel te ontdekken dat ze eigenlijk heel veel kon. ‘Ik kreeg een enorm gevoel van vrijheid en zelfstandigheid.’ Een gevoel vergelijkbaar met de euforie op de dag van de buluitreiking. Ook nu was het een handtekening die een periode afsloot; een handtekening onder een arbeidscontract. Het veroveren van de wereld kan echt beginnen.

Laurien Holtjer
tekening Henk van Ruitenbeek

Re:ageer