Wetenschap - 1 januari 1970

Het zaad gaat op slot

Het lijkt een beetje op een cd die is beveiligd tegen kopiëren: een hoogproductief gewas met ingebouwde terminator. Geoogst zaad kiemt niet, tenzij het wordt bespoten met een stofje dat alleen bij het veredelingsbedrijf te verkrijgen is. Volgens critici leidt deze nieuwe technologie tot afhankelijkheid en honger. Maar grote zaadproducenten zetten door. Met steun van de VS.

Bedrijven die gewassen veredelen of genetisch modificeren, willen hun inspanningen beloond zien. Anders zou het niet rendabel zijn om onderzoek te doen en zou er geen innovatie plaatsvinden. Daarom is het intellectueel eigendomsrecht uitgevonden. De vroegste vorm daarvan was het kwekersrecht, wat de kweker het exclusieve recht geeft op de verkoop van veredelde zaden, maar wat aan boeren en andere kwekers wel het recht laat het zaad te hergebruiken of verder te veredelen.
Een stap verder gaat het patentrecht, wat de veredelaar een exclusiever recht geeft omdat een met een patent beschermde soort niet hergebruikt mag worden door boeren, en ook door concurrenten niet gebruikt mag worden als basis voor verder onderzoek. In de VS is een patent op plantenrassen mogelijk, in Europa niet.
Het patent geeft een zwaardere juridische bescherming dan het kwekersrecht, maar het blijft een juridische afspraak tussen de uitvinder en de maatschappij over de verdeling van de opbrengst van de uitvinding. Een afspraak bovendien die vraagt om handhaving. En die handhaving is prijzig omdat dan alle boeren gecontroleerd moeten worden. Gebruiken ze niet stiekem toch de een deel van de oogst van vorig jaar als zaaizaad?
Sommige commerciële veredelaars dromen dan ook van een technologie die er voor zorgt dat dit niet kan. En die is in verre staat van ontwikkeling. Officieel heet de vinding de Genetic Use Restriction Technologie (GURT), maar de bijnaam – terminator – is duidelijker. Het gaat om een genetische modificatie die er voor zorgt dat zaden niet kiemen, tenzij de plant besproeid wordt met inducer. Met deze stof kunnen de genen die de kieming regelen, weer worden ‘aangezet’. In praktijk betekent dit dat terminatorzaad één jaar bruikbaar is, maar dat opnieuw uitzaaien van de oogst geen nakomelingen oplevert.
Een variant op de techniek is een zogenaamde T-GURT, waarbij een gewas genen krijgt die zorgen voor een speciale eigenschap. Denk bijvoorbeeld aan droogteresistentie die aangezet kan worden met een inducer op het moment dat het daadwerkelijk droog is.

Afhankelijke boeren
Wetenschappelijk gezien is het elegant, zegt ir. Niels Louwaars van het Centrum voor Genetische Bronnen. Maar er is principieel iets mis met de technologie: de producent kan er het patentrecht mee omzeilen. Wanneer de technologie inderdaad gebruikt gaat worden om intellectueel eigendom te beschermen, is een patent namelijk niet meer nodig. De afspraak tussen de uitvinders en de samenleving over het verdelen van de opbrengst is van de baan. Alle rechten liggen, zonder dat er überhaupt nog sprake is van rechten, bij de producent.

Veredelaars willen producten beveiligen met ‘terminator’
Vier jaar terug presenteerde het bedrijfsleven de GURT-technologie als een fantastische oplossing voor bescherming van het intellectueel eigendomsrecht, met als argument dat de industrie met deze technologie ook middelen zou kunnen genereren voor onderzoek naar gewassen die voor ontwikkelingslanden interessant zijn. Want juist daar is controle op patenten lastig. Dat leverde een hausse aan kritiek op. Want boeren in ontwikkelingslanden zouden door de terminator afhankelijk worden van de zaadindustrie, terwijl juist in arme landen boeren elk seizoen een deel van hun oogst bewaren als zaaizaad voor het volgende seizoen. De technologie zou honger veroorzaken, werd gesteld. Ook Wageningen UR, bij monde van het toenmalige CPRO, heeft formeel bezwaar gemaakt tegen deze vorm van eigendomsbescherming.
De zaadindustrie brengt daarom nu een andere boodschap. Bedrijven wíllen de technologie helemaal niet meer gebruiken om hun intellectueel eigendom te beschermen, zeggen ze. Doel is nu biosafety, het voorkomen van kruisbestuiving van planten met genetisch gemodificeerde genen met niet-GMO-planten. Daarmee hopen de producenten de wind uit de zeilen van de critici te halen. Er wordt nu vooral over farmaceutische toepassingen gesproken. Bijvoorbeeld maïs waarin genen zijn ingebracht die complexe eiwitten produceren die als medicijn kunnen dienen, zoals insuline. Om zeker te weten dat die genen niet in andere maïs terecht komen, is GURT ideaal, zeggen bedrijven.

Moratorium
‘Ik wil geen medicijnen in mijn eten, en tot nog toe biedt de GURT-technologie geen honderd procent zekerheid’, zegt Louwaars, die samen met andere onderzoekers van Wageningen UR rapporten schreef voor de FAO en Wereldbank over het onderwerp. Louwaars vertrouwt er ook niet op dat het bedrijven alleen om biosafety in farmaceutische toepassingen gaat. Want dan zou je beter kunnen gaan sleutelen aan een gewas dat geen voedselgewas is, zoals PRI onlangs deed.’ Onderzoekers van Plant Research International maakten voor de verfindustrie een vervanger voor thinner door in goudsbloemen genen in te brengen waardoor de bloem die vervanger gaat produceren.
De gigantische investeringen die de industrie nu doet in onderzoek naar GURT zouden bovendien niet genoeg opleveren als ze alleen in farmaceutische toepassingen terecht zouden komen. Louwaars: ‘Het is op zijn minst nog een interessante bijkomstigheid dat de technologie zich leent om intellectueel eigendom te beschermen.’
Onlangs heeft de Conventie over Biologische Diversiteit (CBD), bestaande uit alle landen van de wereld behalve de VS en Irak, besloten het bestaande moratorium op toepassing van de technologie voorlopig te handhaven. Er mogen geen veldproeven met terminator worden gedaan en de technologie mag niet op de markt worden gebracht tot er meer over bekend is, stelde het CBD.
Het bedrijfsleven zal er niet om wakker liggen, denken de onderzoekers. Het onderzoek naar GURT gaat sowieso verder en vindt bovendien vooral in de VS plaats. ‘Het moratorium op terminatortechnologie in de CBD is alleen van symbolische waarde, tenzij landen het ook opnemen in hun nationale wetgeving’, denkt Derek Eaton, onderzoeker van intellectueel eigendom bij het LEI. Hij maakt economische modellen die de gevolgen van verschillende vormen van intellectueel eigendomsrecht uitrekenen. Eaton: ‘In een vercommercialiseerde landbouweconomie kunnen boeren meer betalen voor zaaizaad, wat dan ook meer inkomen genereert. Maar terminatortechnologie gaat te ver voor de meeste boeren in ontwikkelingslanden. Het is een te grote sprong van geen bescherming van intellectueel eigendomsrecht naar een hele brede bescherming. Er zitten technisch grote risico’s en bezwaren aan vast. Ook omdat velen niet zullen weten wat ze kopen. Als het onbedoeld in productiesystemen komt waarin boeren afhankelijk zijn van hergebruik van zaden, dan gaat het mis.’

Macht van de markt
Het grootste bezwaar is volgens Louwaars dat bedrijven door de technologie een volledige bescherming van hun intellectueel eigendom krijgen. En ondanks een moratorium in het CBD kunnen landen daar niet erg veel aan doen. India heeft terminator in haar wet verboden, maar Louwaars verwacht dat als puntje bij paaltje komt de VS daarover een zaak kunnen beginnen binnen de wereldhandelsorganisatie. ‘Het gaat om erg grote economische belangen, en zoals dat ook met GMO’s is gegaan, zal de VS dan doorzetten.’
Dat intellectueel eigendom met politiek of zelfs met oorlog van doen heeft blijkt ook wel uit het feit dat de wetgeving in Irak na de inval van de VS veranderd is, zodat er nu wel patenten op levend materiaal mogelijk zijn. In bilaterale handelsverdragen met verschillende landen eist Amerika ook meer ruimte voor haar bedrijfsleven om patenten toe te passen. Bovendien, denkt Louwaars, werkt de technologie vanwege de zware bescherming van het intellectueel eigendom monopolisering van zaadbedrijven in de hand. Het loont steeds meer om een heel groot bedrijf te zijn. Kleinere bedrijven die minder onderzoeksgeld bijeen kunnen brengen zullen het loodje leggen.
Dat concluderen ook Derek Eaton en Frank van Tongeren in een LEI-rapport dat ook onderdeel was van het Wageningse onderzoek voor de FAO. Overheden zouden mededingingsbeleid moeten kunnen maken om misbruik van marktmacht door bedrijven tegen te gaan. Omdat dat bedrijfsleven internationaal is, zou dat in de Wereldhandelsorganisatie moeten gebeuren. Probleem is dat die nou juist in een verdrag, het Trade Related Intellectual Property rights verdrag, het recht op patenten heeft vastgelegd.
Een andere aanbeveling van Eaton en Van Tongeren is om meer overheidsgeld te investeren in onderzoek naar gewassen die voor ontwikkelingslanden interessant zijn, en dat GURT links laten liggen. Maar wie weet dat driekwart van het onderzoek naar biotechnologie door bedrijven wordt gefinancierd, kan zich afvragen of dat veel zoden aan de dijk zal zetten.

Joris Tielens, foto Guy Ackermans

Re:ageer