Wetenschap - 7 maart 2002

Het water wordt duur betaald

Het water wordt duur betaald

Nederland gaf in 2000 5,7 miljard euro uit aan waterbeheer. Daaronder vallen kosten van dijken en bemaling die beschermen tegen teveel water. Maar de grootste kosten, tweederde van het totaal, zijn gemoeid met diensten die zorgen dat we water kunnen gebruiken, zoals riolering en drinkwatervoorziening.

Het Landbouw Economisch Instituut (LEI) schreef in samenwerking met het Nederlands Economisch Instituut (NEI) een inventarisatie waaruit dit blijkt. Het rapport De prijs van water is geschreven in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Het rapport blikt ook in de toekomst en verwacht met instandhouding van het huidige beleid een stijging van de kosten tot 6,7 miljard euro in 2015. Oorzaak is onder andere het achterstallig onderhoud in de riolering. Verder waarschuwt het rapport voor privatisering van de drinkwatervoorziening, omdat dit een prikkel inhoudt tot prijsconcurrentie, wat ten koste gaat van de kwaliteit. Handhaving van de kwaliteit vereist vervolgens een zeer omvangrijk controlesysteem. Inmiddels is van privatisering geen sprake meer omdat het kabinet onlangs besloot hiervan af te zien. Toch verwacht het LEI dat het thema vroeg of laat weer op de politieke agenda komt.

Volgens het rapport dragen individuele huishoudens het leeuwendeel van de lasten voor waterbeheer. In de vorm van heffingen van de gemeente en het waterschap en de rekening van het waterbedrijf betalen zij 46 procent van alle kosten van waterbeheer. De landbouwsector, met een relatief groot belang in de bescherming tegen te veel water en gebruik van water voor irrigatie, betaalt maar tien procent van de kosten. | J.T.

Re:ageer