Wetenschap - 1 januari 1970

Het slechte nieuws

Voor de eerste keer in de geschiedenis van Wageningen UR en haar voorgangers Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) en de Landbouw Universiteit, zullen er op grote schaal mensen gedwongen worden ontslagen. Afgelopen week hoorden medewerkers van stafafdelingen en het facilitair bedrijf of hun baan blijft bestaan of niet.

Nee, ik geef geen commentaar op persoonlijke omstandigheden, zegt iemand met bedrukte stem. Een ander legt uit dat hij liever niet in de krant komt omdat er nog moeten worden onderhandeld. Een boze reactie op het slechte nieuws is dan geen goed begin. Het is in elk geval moeilijk om in dit soort omstandigheden gewoon je werk te blijven doen, blijkt uit de belronde. ‘Het werk verschuift even naar de tweede plaats’, zegt iemand die nog in onzekerheid verkeert.
Een communicatiemedewerker die net als veel collega’s ‘potentieel voorlopig herplaatsingkandidaat’ is, wil wel anoniem reageren. ‘Momenteel heb ik geen baan, maar ik heb nog een plaatsingsgesprek voor het nieuw te vormen communicatie uitvoeringscentrum. Ik zie op tegen het gesprek. Als er voor mij geen plaats is, is het nog maar de vraag hoe snel en waar ik weer aan de slag kan. Afgelopen weekend bood het gezin gelukkig afleiding.’
Ook mensen die voorlopig wel mogen blijven, worden geraakt door de ontslaggolf. Een medewerker van de afdeling onderwijs: ‘Onze afdeling wordt ontmanteld. Verschillende functies verschuiven naar andere afdelingen. Het is moeilijk als je naaste collega’s in onzekerheid zitten. Ik zie dat ze het er moeilijk mee hebben. En de mensen gaan nu wel weg, maar ik vraag me af wie het werk dan gaat doen.’

Ongelukkig
Hoe is het om iemand te vertellen dat hij niet meer zeker is van een baan? Philip van der Heijden, directeur management van de kenniseenheid Agrotechnologie en voeding heeft een paar mensen moeten zeggen dat hun baan verdwijnt. ‘Zo’n boodschap is nooit leuk, maar het viel weinig mensen rauw op het dak. Bij velen is langzaam begrip ontstaan. We proberen de reorganisatie van de overhead gelijktijdig te doen met de aanpassingen die sowieso binnen A&F nodig waren, voor zover mogelijk. Hier verdwijnt de helft van de stafafdeling, maar een deel verhuist naar een centrale afdeling. Ja, er zijn nu mensen ongelukkig. Maar ik verwacht dat het gros binnen vijftien maanden binnen of buiten Wageningen UR aan het werk is. Mijn baan blijft bestaan, grappig dat u dat vraagt.’
Ook Ab Groen, net begonnen als stafdirecteur Onderwijs en onderzoekstrategie, heeft slecht-nieuwsgesprekken moeten voeren. ‘Ik merk dat veel mensen hun positie goed hadden ingeschat. Het heeft lang rond gezongen, te lang. Voor mensen die potentieel voorlopig herplaatsingkandidaat werden, was het toch nog een schrik. Sommigen worden boos, andere leggen zich er bij neer of zien volop kansen. Ik probeer ook na het gesprek aandacht voor ze te hebben en me er hard voor te maken dat ze weer werk vinden, waar dan ook. Ik heb zelf de lijsten niet opgesteld, en werk met wat eerder besloten is. Maar wat mij betreft liggen de taakinvullingen van de functies nu niet voor vijf jaar vast. We moeten de komende jaren blijven ontwikkelen.’

Afvloeien
Niet voor iedereen pakt de reorganisatie ongunstig uit. Zo kan HRM-medewerker Paul Barends eerder stoppen met werken. ‘Ik weet al een paar maanden dat ik per 1 december stop. Ik ben dan 56, maar mag door de reorganisatie gebruik maken van de afvloeiingsregeling voor 57-plussers. Vier anderen gaan gewoon weg met de regeling. Mijn functie wordt niet opgeheven, maar ik werk meer dan dertig jaar bij de organisatie en wil ruimte maken voor andere mensen. De laatste jaren had ik minder plezier in mijn werk; de familiesfeer was weg. Maar het is goed dat er dingen veranderen. Omdat er minder mensen overblijven, zal het werk ook minder moeten worden en zullen er prioriteiten gesteld moeten gaan worden. Ik geloof wel dat mensen jaloers op me zijn. Ik ga straks meer vrijwilligerswerk doen.’
Bert van Rees van de afdeling marketing en communicatie bij A&F weet net dat hij voorlopig kan blijven bij A&F. Maar de onzekerheid is nog niet helemaal voorbij. ‘Het is nog niet duidelijk hoe groot de onderzoeksafdeling wordt en dus moeten er op termijn nog meer mensen weg. Onze afdeling wordt gehalveerd, maar mensen kunnen misschien bij de centrale communicatieafdeling aan de slag. Het is jammer dat het oude vertrouwde clubje verdwijnt, het is hier prettig werken.’ Er klinkt instemmend gejuich op de achtergrond. ‘We spreken openlijk over onze situaties. De reorganisatie is niet leuker te maken, maar ik hoop dat we ons straks weer gewoon bezig kunnen gaan houden met communiceren over leuk onderzoek.’

Onzekerheid
Hoe goed mensen ook hun best doen zich voor kunnen stellen dat er mensen uit moeten om de organisatie gezond te krijgen en te behouden, het vóélt toch anders als je weg moet. De eerder genoemde communicatiemedewerker: ‘Het is ook vervelend omdat je niets kunt beïnvloeden. Mensen werken hier met bijzonder veel toewijding, meer dan bij andere bedrijven denk ik, maar de onzekerheid beïnvloedt de werksfeer. Mensen hebben behoefte aan duidelijkheid.’ Maar die kan nog wel een jaar op zich laten wachten.

Yvonne de Hilster, foto Guy Ackermans

Re:ageer