Wetenschap - 27 juni 2002

Het roemloze einde van een proefbedrijf

Het roemloze einde van een proefbedrijf

De Minderhoudhoeve is niet meer nodig: 'de milieuproblemen zijn opgelost'

De ambitie voor de Minderhoudhoeve was groot. De nauwe combinatie van grootschalige akkerbouw en veehouderij zou de milieuproblemen oplossen zonder dat boeren er in inkomen op achteruit zouden gaan. De resultaten wijzen erop dat dit een haalbaar ideaal is, maar op ??n uitzondering na, loopt geen onderzoeker er meer warm voor.

De Raad van Bestuur heeft besloten het proefbedrijf de ir A.P. Minderhoudhoeve te verkopen. Geen enkele leerstoelgroep bleek bereid er nog onderzoek te doen. Dan is er geen toekomst meer voor een proefbedrijf.

In 1995 waren de plannen nog uiterst ambitieus. Het dertig jaar oude proefbedrijf kreeg toen een nieuw karakter. Een breed scala aan leerstoelgroepen, vanuit de teelt, de dierlijke productie en economie, plus vertegenwoordigers van DLO-instituten vormden de onderzoeksgroep. De onderzoekers wilden laten zien hoe een andere vorm van landbouw de milieuproblemen te lijf kon gaan zonder verlies van productie. De oplossing zochten ze in twee grootschalige gemengde bedrijven, een ecologisch bedrijf en een ge?ntegreerd bedrijf, waarin ecologische en gangbare methoden zijn ge?ntegreerd. Met de combinatie van akkerbouw met veehouderij gingen ze tegen de stroom van de gangbare landbouw in, die steeds verder specialiseerde en de akkerbouwpoot of de veehouderijpoot juist afstootte.

Het grootschalige gemengde systeem bood echter belangrijke voordelen. Het maakte de akkerbouw ?n de veehouderij minder intensief. Door de weilanden ook zo nu en dan te gebruiken voor akkerbouw, was het mogelijk een ruime vruchtwisseling te hanteren: daarbij komen bijvoorbeeld aardappelen maar eens in de zes jaar op hetzelfde perceel terug in plaats van eens in de twee of drie jaar, wat gangbaar was. Ziekten en plagen vanuit de bodem krijgen daardoor geen kans, waardoor er minder bestrijdingsmiddelen gespoten hoeven worden. Omgekeerd kon mest van het veebedrijf worden gebruikt voor de akkerbouw. Daardoor ontstaat minder snel een mestoverschot. Daarnaast voorziet het bedrijf deels in de eigen stikstofvoorziening door gras-klaver weides. Dat scheelt kunstmest. Hierdoor zullen de verliezen aan stikstof minimaal zijn, was de verwachting.

Oude publicaties

Het is nu zeven jaar verder. In de loop van de jaren blijkt de ene na de andere leerstoelgroep afgehaakt te zijn. Ge?nteresseerde onderzoekers gingen met pensioen of kregen andere taken binnen de leerstoelgroep. De laatste offici?le publicaties dateren uit 1999. Hier spreekt wel een groot optimisme uit: de stikstofoverschotten zijn fors gedaald terwijl de productieniveaus gelijk zijn gebleven of zelfs gestegen. Maar daarna bleef het stil rondom de Minderhoudhoeve. Dr Egbert Lantinga, onderzoeksco?rdinator van het eerste uur van het ge?ntegreerde bedrijf, is sinds vorig jaar niet meer betrokken bij het proefbedrijf. Wel rondt hij nog een aantal publicaties af die binnenkort verschijnen.

Alleen de dierwetenschapper dr Jaap van Bruchem promoot de werkwijze van de Minderhoudhoeve aan wie het maar horen wil, en ook aan wie het niet horen wil. "De Minderhoudhoeve heeft aangetoond dat de milieuproblemen in de landbouw eenvoudig oplosbaar zijn", verkondigt hij. Daarbij gaat hij niet in op het gemengde karakter van het proefbedrijf maar gebruikt heel andere woorden: "Landbouw-ecosystemen en sociale systemen kunnen we beschouwen als levende systemen van een immense complexiteit. Daarmee leren omgaan, vereist creatieve, complexe kwaliteiten en een wetenschappelijke cultuuromslag. Voor de praktijk betekent dit leren denken in reeksen van effecten, gericht op het laten ontstaan van positieve spiralen."

Voeding van de bodem

Dit soort woorden zijn een gevolg van een ontdekking die Van Bruchem deed. Hij ontdekte dat de benutting van stikstof in de melkveehouderij vanaf 1950 tot 1990 is afgenomen van 45 procent tot 15 procent. Dat wil zeggen: van iedere kilo stikstof die een veehouder op zijn bedrijf aanvoert in krachtvoer of kunstmest wordt 850 gram niet benut door planten en vee. De rest gaat verloren naar het milieu. Veehouders zijn in de loop van de jaren meer en meer kunstmest en krachtvoer gaan gebruiken, terwijl hun productie niet evenredig steeg.

Van Bruchem wilde weten waar het verlies in stikstofbenutting ontstond. Na analyse van een heleboel bedrijven ontdekte hij dat de productie het meeste omhoog gaat door de stikstofbenutting van de bodem te verbeteren. Voor het milieu is het vooral de hoeveelheid kunstmest die bepaalt of er verliezen optreden. De stikstofbenutting door het dier blijkt hier nauwelijks invloed op te hebben, in tegenstelling tot wat algemeen gedacht wordt.

Om die spiraal van steeds lagere benutting van stikstof te doorbreken, paste Van Bruchem het een en ander aan op het proefbedrijf. De koeien kregen gras dat later was gemaaid dan gebruikelijk en daardoor vezelig en eiwitarm was geworden. Volgens 'offici?le' adviezen zouden de koeien omvallen met zo'n rantsoen. Maar eigenlijk is het niet eens de voeding van de koeien die zo bijzonder is. De wetenschapper ziet voeding van de bodem als de belangrijkste opdracht.

Met goede voeding, ofwel mest met veel stro en niet de gangbare dunne drijfmest, functioneert de bodem beter. Daardoor verdwijnt minder stikstof naar het milieu. Tegelijkertijd krijgt het gras een andere structuur met minder eiwit en meer vezels waardoor de koeien die dat eten effici?nter omgaan met stikstof en weer een structuurrijkere mest produceren. Komt deze mest op het land, dan zal die het bodemleven activeren waardoor de stikstofbenutting nog verder toe zal nemen.

Feit is dat de stikstofbenutting op de Minderhoudhoeve sterk is gestegen (zie tabel). Voor de benutting van fosfaat geldt dit nog sterker. Er wordt zelfs fosfaat onttrokken aan de bodem. Tegelijk is de ammoniakuitstoot in de stal slechts 2 kilo per koe in plaats van de gebruikelijke 8 kilo.

Wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt

Inderdaad lijken de resultaten van de Minderhoudhoeve het gelijk van de theorie van Van Bruchem te bewijzen. Maar de wetenschappelijke onderbouwing ontbreekt. Toch is niet alleen Van Bruchem overtuigd van het succes van de Minderhoudhoeve, andere wetenschappers beamen het. Prof. Rudy Rabbinge, voorzitter van de wetenschappelijke adviescommissie van de Minderhoudhoeve: "Als je de mystificatie van de woorden van Van Bruchem haalt, klopt het wel wat hij zegt. Met een zo effici?nt mogelijke inzet van hulpmiddelen halen we een hoge productie en het is ook nog goed voor het milieu. De nutri?ntenkringlopen vertonen zo weinig mogelijk lekken. Kennelijk is het mogelijk. Maatschappelijk heeft dat een bijzonder grote impact. Er zijn nog nooit zoveel bezoekers geweest op een proefbedrijf, duizenden, zowel boeren als leden van de Eerste en Tweede Kamercommissies voor landbouw, ministers en mensen uit het buitenland."

Rabbinge gaat met de resultaten overigens verder dan Van Bruchem. Waar de dierwetenschapper stopt bij het verhaal over dieren, benadrukt de hoogleraar dat ook het idee van een grootschalig gemengd bedrijf succesvol is gebleken. Voor de praktijk is de combinatie in ??n bedrijf misschien niet mogelijk, maar intensieve samenwerking tussen bedrijven in een regio wel. Ook het gebruik van de weides met veel klaver is een schot in de roos gebleken. Inmiddels zijn overal in het land boeren aan het experimenteren met gras-klaverweides.

Ook de 'methode' Van Bruchem heeft navolging gekregen. De wetenschapper heeft een groep boeren om zich heen verzameld, verspreid over het hele land, die zichzelf PMOV-boeren noemen. Allemaal proberen ze het eiwitgehalte in de voeding van de koeien omlaag te brengen en het vezelgehalte omhoog. Ook de boeren verenigd in de milieuco?peraties Vel en Vanla in Friesland werken op deze manier.

Zonde om te stoppen

Toch stopt het onderzoek op de Minderhoudhoeve. Rabbinge beziet dat met grote spijt. Maar als universiteitshoogleraar heeft Rabbinge geen rechtstreekse verbinding meer met het onderzoek. "Iedereen vindt het prachtig dat de Minderhoudhoeve bestaat, maar geen enkele leerstoelgroep wil er nog onderzoek uitvoeren. Dus dan kan de raad van bestuur weinig anders. Maar het is wel zonde."

Zelfs een leerstoelgroep als Biologische Bedrijfssystemen ziet weinig heil in aanhouden van het proefbedrijf. Prof. Ariena van Bruggen: "Het biologische deel is te moeilijk. De biologische boeren in de omgeving zeiden dat zij het veel beter deden. Een bedrijfsleider is nu eenmaal geen boer. Bovendien kost zulk soort onderzoek enorm veel tijd. Een universitair docent moest er elke week heen om te checken of het wel goed ging. Het is heel nuttig geweest. Er komen ook nog veel gegevens over de stikstofkringlopen. Maar de tijden zijn veranderd. Nu willen we bedrijfssystemenonderzoek bij de boeren zelf doen."

Voor Jaap van Bruchem is het ook een uitgemaakte zaak. Hij heeft zijn bewijzen geleverd, nu moet het proefbedrijf op een andere leest verder. Het liefst wil hij met de PMOV-boeren en een groep burgers de Minderhoudhoeve kopen en er een landgoed van maken waarbij consumenten rechtstreeks belangen hebben in het boerenbedrijf. De plannen hiervoor worden uitgewerkt.

Leonore Noorduyn

Milieuresultaten van de Minderhoudhoeve.

fosfor stikstof

(P) (N)

1989 2000 1989 2000

Aanvoer in krachtvoer 55 10 410 111

en kunstmest (in kg/ha)

Afvoer in landbouw- 20 17 100 80

producten (in kg/ha)

Benutting (in procent) 36 170 24 72

Overschot (kg/ha) 35 -7 310 31

Re:ageer