Wetenschap - 25 januari 2001

Het poldermodel voorbij

Het poldermodel voorbij

Er moet een einde komen aan het poldermodel. Een beetje overleg is prima, maar stroperigheid leidt tot niets. Dat kunnen we elke dag in de krant lezen en op de televisie zien. Wij weten dat thuis en op het werk het geleuter veel te ver is doorgeschoten. Neem nou het gebroken gezin, waar zoveel Wageningers tegenwoordig mee te maken hebben of zullen krijgen. Daar ontbreekt de harde hand van vader en gaat moeder de problemen met praatjes te lijf. Daardoor mislukt de opvoeding en worden die kinderen later hangjongeren of misschien wel stenengooiers. Dat zien we ook bij de Nederlandse Spoorwegen. Daar weet het lagere personeel niet meer waar ze aan toe zijn. Daar denken ze, net als de moeders van onvolledige gezinnen, dat praatjes gaatjes vullen. Dat komt doordat de conducteurs, de machinisten en de verkeersleiders niet aangestuurd worden, daardoor zijn de treinen te laat en is de dienstregeling een puinhoop.

Daarom ben ik zo blij dat wij straks wel weten waar we aan toe zijn. Want laten we eerlijk zijn: jarenlang hebben we maar wat aangerommeld. Eigenlijk waren we stuurloos. Er was wel zoiets als een universiteitsraad, maar daar werd over tampons en over die vieze houten barakken van macrobiotische studenten gesproken. Dat was geen aansturen, dat was gezwam in de ruimte. Dan had je nog de vakgroep, daar ging het over de kleur van het collegedictaat en gaf de stem van de koffiejuffrouw de doorslag bij de benoeming van een hoogleraar. Dat was zelfs geen poldermodel meer, dat was het moeras van de democratie.

Eindelijk hebben we het begrepen. We moeten aangestuurd worden en dat mag best een lieve duit kosten. Daarom gaan we kenniseenheden maken met een driehoofdige leiding. Want twee weten er meer dan ??n en drie weten dus vrijwel alles. Dat wisten de Romeinen al en de graven Van Hogendorp, Van Limburg Stirum en Van der Duyn van Maasdam. Die hebben in 1813 ons land aangestuurd en Jan Salie aan de kant en Willem I op de troon gezet.

Het triumviraat van de kenniseenheid moet op zijn beurt natuurlijk de hoogleraren aansturen. Dat is een fluitje van een cent. Die zullen bij zoveel kennis staan te juichen, dat is ze met de paplepel ingegeven. En de hoogleraren kunnen dan op hun beurt de universitaire hoofddocenten en de docenten weer aansturen. Dat kan een professor wel alleen af, daar heb je er met het diploma aansturing in je zak geen drie voor nodig. Maar dan wordt het een beetje moeilijk. Natuurlijk niet voor het lagere personeel, want dat wordt door iedereen al aangestuurd, maar voor de studenten. Want zonder aangestuurde studenten ben je als universiteit nergens, dan tel je niet mee. Daarom is het verstandig om een bureau of Peper in te huren om ons van Wageningen UR te leren hoe we studenten moeten aansturen, want alleen met tentamens en examens red je het niet meer en het driemanschap van de kenniseenheid moet je vooral niet met futiliteiten lastig vallen.

Kees de Hoog

Re:ageer