Wetenschap - 4 oktober 2012

‘Het plantenonderzoek concentreert zich in Wageningen’

Ontwikkelingsbioloog Ben Scheres maakte in september de overstap van Utrecht naar Wageningen. Een logische keuze, vindt hij, want het plantenonderzoek concentreert zich in Wageningen.

Ben_Scheres-620x707.jpg
Na twintig jaar hoogleraar in Utrecht was de gelauwerde Ben Scheres, die veel toppublicaties op zijn naam heeft over de ontwikkeling van planten, toe aan iets anders. ‘Ik had bijvoorbeeld naar de Verenigde Staten gekund, maar ik hou niet van de jachtige Amerikaanse onderzoekcultuur.' Hij informeerde bij rector Martin Kropff of hij hoogleraar in Wageningen kon worden.

Wageningen is bekend terrein voor de 52-jarige Scheres, want hij studeerde hier en promoveerde bij moleculair bioloog Ton Bisseling. Nu zijn ze buren in Radix. ‘Over een aantal jaren gaat Ton met pensioen en het plan is dat de groepen dan fuseren.' Scheres heeft een groep van twintig medewerkers meegenomen naar Wageningen - vier vaste onderzoekers en zestien tijdelijke. ‘Anderhalf jaar geleden had ik nog 35 medewerkers. Ik heb flink moeten krimpen, want er is hier maar plek voor twintig medewerkers. Maar ik vind het prima, ik ga voor een kleinere groep met een hoge kwaliteit.'
De overstap naar Wageningen ligt voor de hand, vindt Scheres. ‘Je ziet nu dat de Nederlandse biologiefaculteiten zich specialiseren. Het plantenonderzoek concentreert zich in Wageningen. Utrecht gaat richting biomedisch onderzoek, waardoor mijn onderzoek daar in de periferie terecht zou komen.' Bovendien wil Scheres inhoudelijk de bakens verzetten. ‘De afgelopen jaren heb ik veel samengewerkt met dierlijke ontwikkelingsbiologen, omdat die veel voortgang boekten bij de kennis over stamcellen. Nu zie ik veel ontwikkeling in de plantaardige hoek.' Scheres denkt onder meer aan samenwerking met Bisseling, celbioloog Marcel Janson, geneticus Gerco Angenent en plantenfysioloog Harro Bouwmeester. ‘Door die inbedding in de plantenwetenschappen kan ik makkelijker mijn ideeën over het grotere geheel delen.'
Net als zijn nieuwe buren doet Scheres veel onderzoek aan het modelplantje Arabidopsis om de architectuur van planten te begrijpen. Is dat modelgewas nog nodig nu het DNA van nuttige gewassen in kaart wordt gebracht? ‘Conceptueel blijft Arabidopsis nodig, om te begrijpen hoe netwerken van genen, eiwitten en metabolieten samenwerken in de plant. De echte informatie over de functies van genen, de systeembiologie, haal je niet uit bergen van genetische data, daar heb je modellen voor nodig.' Het is puur fundamenteel onderzoek, maar Scheres is benieuwd of veredelingsbedrijven met hem willen samenwerken.
Zijn leerstoelgroep heeft nog geen naam. ‘Vermoedelijk gaan we Plantenontwikkelingsbiologie heten, maar daar wordt nog over overlegd. Ik hoop die naam snel te hebben, want ik wil met onze website de lucht in.' En hoe bevalt de Wageningse campus voor de nieuwe groep? ‘De medewerkers zijn erg te spreken over de Chinees in de kantine van Forum; die hadden we in Utrecht niet.'

Re:ageer