Organisatie - 14 juni 2007

Het papieren succes van Food Valley

De Wageningse Food Valley wordt de Silicon Valley van de Europese voedingsindustrie, beweren beleidsstukken en managers. Het ene na het andere bedrijf strijkt neer in de Vallei en laaft zich aan de kennisbron die Wageningen heet. Jammer genoeg trekt de werkelijkheid zich weinig van de retoriek aan.

54_achtergrond0.jpg
Doodziek wordt Martin Schoester er van. Al drie jaar werkt de autochtone Wageninger zich samen met zijn vrouw Simone uit de naad om hun viskwekerij van de grond te krijgen. ‘Soms lijkt het alsof we een stapje verder komen’, verzucht hij. ‘Maar daarna krijgen we weer een brief van de gemeente waarin staat dat de hele zaak niet doorgaat. Het schiet maar niet op.’
Toch peinzen de Schoesters er niet over om te stoppen. Ze willen snoekbaars gaan kweken op een nieuwe manier. ‘Snoekbaars is een moeilijke vis’, zegt Schoester. ‘Er zijn in West-Europa maar een paar bedrijven die zich eraan wagen. Dat zijn zonder uitzondering miljoenenbedrijven. Maar wij hebben samen met een Belgisch bedrijf en Wageningse ontwerpers een manier bedacht om snoekbaars op een kleinere schaal te kunnen telen.’
Zonder bestrijdingsmiddelen, voegt Schoester daar inderhaast aan toe, en zonder belasting van het milieu. De Schoesters hebben het stuk land waarop hun project moet verrijzen al aangekocht, maar de gemeente Wageningen heeft hun initiatief geblokkeerd. Het terrein heeft een agrarische bestemming die volgens de gemeente onverenigbaar is met Schoesters project. Al jarenlang loopt het echtpaar de deur plat bij de provincie, Wageningen UR, Syntens, de stichting Food Valley, LTO en zelfs LNV om hun bedrijf toch te realiseren, maar tot dusverre zonder succes.

Getallen
De frustraties van de Schoesters staan in schril contrast met het beeld dat Theo Meijer, de bestuursvoorzitter van de stichting Food Valley, doorgaans van Food Valley schildert. De Wageningse regio moet voor de Nederlandse – pardon: de Europese – voedingsindustrie worden wat Silicon Valley voor de Amerikaanse computerindustrie is. Food Valley moet een rond Wageningen UR en Nizo opgetrokken netwerk van voedingsbedrijven worden, waar de innovaties als paddenstoelen uit de grond schieten.
De stichting Food Valley ziet zichzelf als een katalysator in de totstandkoming van de Wageningse life science hub. De stichting bezoekt bedrijven, fungeert als uithangbord, adverteert, en helpt startende ondernemers op weg.
Met succes, aldus een optimistische Meijer op 26 mei in De Gelderlander. Het ene topbedrijf in de voeding na het andere strijkt neer in de Valley. Numico, Campina en Friesland Foods hebben al vestigingen in de vallei, en er zullen er nog meer volgen. Er werken al zestienduizend mensen in de Valley, maar dat aantal moet binnen enkele jaren verdubbelen. In juli 2006 meldde Meijer dat er in de vallei maar liefst 350 nieuwe arbeidsplaatsen zijn bijgekomen, en dat er binnen een jaar nog zo’n 125 zouden volgen. Als die getallen kloppen, dan is de Wageningse Food Valley de klap van de opheffing van A&F inmiddels te boven. Die kwam neer op een verlies van 190 arbeidsplaatsen. Áls die getallen kloppen.
De cijfers, bekennen ingewijden, moet je met een korrel zout nemen. De gegevens over het aantal arbeidsplaatsen zijn afkomstig van Oost-Nederlandse gemeenten. Die leggen vast hoeveel mensen werken bij onderzoeksinstellingen of bedrijven. Neemt een bedrijf dat samenwerkt met de Wageningse Food Valley mensen aan, dan groeit het aantal arbeidsplaatsen op Meijers lijst. In hoeverre de aantrekkende economie die groei veroorzaakt of de totstandkoming van de life science hub in de Vallei, is uit de gegevens niet op te maken.
Als je de juichende berichten letterlijk neemt, dan zou het voeren van een normaal gesprek in Wageningen niet meer mogelijk zijn vanwege het gestamp van de heimachines. Toch is dr. Roger van Hoesel, de directeur van de stichting Food Valley, uitstekend te verstaan. Hij is te gast bij het Japanse voedingsbedrijf Nippon Suisan, dat een kantoor in het Wageningse heeft geopend. Welgeteld twee werknemers zullen het bemannen.

Innovatie
Van Hoesel hoort geregeld dat Food Valleys successen vooral op papier bestaan, en zich niet vertalen in duidelijke meetbare successen, zoals vestigingen van bedrijven of groeiende researchafdelingen. ‘Een journalist van een lokale krant vroeg me laatst nog hoeveel voedingsbedrijven in Veenendaal nou aangesloten zijn bij ons’, moppert Van Hoesel. ‘Eentje, antwoordde ik. De dag daarop lees ik in de krant dat Food Valley in Veenendaal faliekant is mislukt. Als ons streven nou was geweest om alle zes Veenendaalse voedingsbedrijven bij Food Valley in te lijven, dan was dat een juiste conclusie geweest. Maar dat is ons streven helemaal niet.’
De stichting Food Valley wil innovatie bevorderen, beklemtoont dr. Theo Jonker, ook van de stichting Food Valley. ‘Om een voorbeeld te geven, we hebben het bedrijf Golden Hope in contact gebracht met Nizo’, zegt Jonker. ‘Golden Hope zit in palmolie, en wil graag een palmolieproduct maken dat je kunt gebruiken in ijs, als alternatief voor dierlijk vet. Dat kan nu nog niet omdat palmolie de smaak van ijs verziekt. Nizo gaat nu kijken of het daar iets aan kan doen.’
In totaal heeft de stichting Food Valley sinds 2004 een kleine veertig van zulke projecten van de grond gekregen, becijfert Van Hoesel. ‘Op al die innovatieve projecten samen moet je ons beoordelen, niet op het aantal gebouwen van voedingsbedrijven dat wel of niet in de omtrek verrijst.’
Van Hoesels Food Valley is niet de enige partij die zich de rol van vroedvrouw van de innovatieve bedrijvigheid heeft aangemeten. Het begint zelfs onoverzichtelijk druk te worden op het speelveld. Zo druk, beweren kwade tongen, dat de animositeit tussen de verschillende initiatieven groeit. Je hebt Wageningen Business Generator, Waeghals, Syntens, Oost NV, Biopartner Center, het Top Institute for Nutrition & Food en last but not least de Food & Nutrition Delta, een door Den Haag met vele tientallen miljoenen gewapend fonds dat de vaderlandse voedselindustrie moet stimuleren.

Dienstverlening
De Schoesters, met hun plannen voor een duurzame en kleinschalige viskwekerij, worden er geen cent wijzer van. O ja, ze zijn bij de stichting Food Valley met alle egards ontvangen en over Van Hoesel en zijn medewerkers willen ze geen kwaad woord horen. ‘Ze hebben echt hun best voor ons gedaan’, zegt Martin Schoester. ‘Maar ze lopen tegen dezelfde muren op als wij.’ Ook de stichting is niet in staat de Wageningse gemeente overstag te laten gaan.
Socioloog dr. Marcel Hoogenboom van Universiteit Twente bestudeert innovatieprocessen in Nederland. Het lot van de Schoesters bevreemdt hem niet. ‘Ik ken de Food Valley niet goed’, zegt hij. ‘Maar op een wat algemener niveau denk ik dat het geen zin heeft om in Nederland bedrijven te gaan stimuleren. Nederland heeft sinds de achttiende eeuw geen sterke ondernemerstraditie meer. Zelfs een bedrijf als Philips kon honderd jaar geleden alleen maar van de grond komen omdat het patenten voor gloeilampen schond, en de Nederlandse overheid de andere kant opkeek.’
De belangrijkste pijlers van onze economie zijn sinds de negentiende eeuw het bankwezen, verzekeringen en andere diensten, zegt de innovatiesocioloog. ‘Wij zijn goed in het organiseren van dingen, in het vormen van netwerken. Als je in ons land bedrijfjes gaat stimuleren die iets concreets produceren, dan ben je niet efficiënt bezig. Dat gaat niet lukken.’
Het is de Schoesters om het even. Misschien heeft Hoogenboom gelijk, en zijn ze een paar eeuwen te laat geboren. Misschien zullen zij nooit een cent zien van alle miljoenensubsidies die Den Haag in de Food Valley pompt, ook al zijn die subsidies in het leven geroepen om bedrijven als hun kwekerij te ondersteunen. Maar dat belet ze niet een onverwoestbaar geloof te hebben in hun bedrijf. Om daar fondsen voor vrij te maken, verkochten ze onlangs hun eigen huis.

Re:ageer