Wetenschap - 1 januari 1970

Het nieuwe leren

Het is mooi als je veel weet. Maar als je die kennis niet op een goede manier kunt toepassen heb je er weinig aan. Van hedendaagse studenten wordt daarom verwacht dat ze niet alleen ‘kennen’ maar ook ‘kunnen’. Competentiegericht leren moet hen beter voorbereiden op de beroepspraktijk. Ook Wageningen Universiteit volgt de trend. Gaat het onderwijs op zijn kop?

Vaardigheden als presenteren en discussiëren zijn belangrijk bij ‘competentiegericht leren’. / foto Rita van Biesbergen
Een docent die leerlingen kennis bijbrengt over zijn vakgebied. Daar denken we aan bij onderwijs. Maar van afgestudeerden wordt tegenwoordig ook verwacht dat ze over allerlei vaardigheden beschikken. Het huidige onderwijs zou daar niet goed op ingesteld zijn en de aansluiting met de praktijk dreigen te verliezen. Vooral bij het beroepsonderwijs leidt de gebrekkige aansluiting op het bedrijfsleven tot ongenoegen, stelt prof. Martin Mulder, hoogleraar Educatie- en competentiestudies aan Wageningen Universiteit.
‘Werkgevers vinden opleidingen te specialistisch geworden. Ze zien veel liever breed opgeleide studenten, die over uiteenlopende vaardigheden beschikken en zijn voorbereid op de praktijk. Wanneer deze afgestudeerden vervolgens aan het werk gaan, kunnen ze zich alsnog specialiseren, mocht dat nodig zijn.’ Onderwijsinstellingen zijn de laatste jaren daarom bezig hun opleidingen opnieuw in te richten. Ze doen dit aan de hand van competenties: systematische beschrijvingen van benodigde capaciteiten.
Het begrip competentie is afkomstig uit het bedrijfsleven. Daar werden begin jaren negentig de zogeheten kerncompetenties geïntroduceerd. Dat zijn die dingen waar een bedrijf echt goed in is en die door anderen niet eenvoudig te kopiëren zijn. In eerste instantie gebruikten bestuurders deze kerncompetenties voor de sturing van hun organisaties. Zo werden bijvoorbeeld bedrijfsonderdelen die niet aan de kerncompetenties bijdroegen, afgestoten. Later sijpelde het gebruik van competenties door naar de werkvloer waar ze werden gebruikt voor de ontwikkeling en beoordeling van individuele werknemers.

Levenslang leren
Zo vond het begrip ook zijn weg naar het onderwijs. Daar worden competenties onder meer gebruikt om te beoordelen in hoeverre opleidingen aansluiten bij de beroepspraktijk en te bepalen hoe individuele vakken bijdragen aan het behalen van de uiteindelijke doelstellingen van een opleiding. Doordat studenten inzicht krijgen in de competenties die ze nog moeten behalen, kunnen ze gericht hun vakken kiezen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat studenten zelf in belangrijke mate verantwoordelijk worden voor hun eigen ontwikkeling. In het reguliere onderwijs wordt dan de basis gelegd voor ‘een leven lang leren’.
De overstap naar competentiegericht leren heeft echter wel wat voeten in de aarde. Binnen het hoger onderwijs lopen de hogescholen daarin voorop. Mulder: ‘In het hbo is men een stuk verder met competentieonderwijs dan aan de universiteiten. Dat heeft ermee te maken dat onderwijs daar de enige grote primaire taak van docenten is. Op universiteiten hebben zij ook nog een onderzoekstaak.’
Wageningen Universiteit heeft inmiddels een eerste stap gezet. In 2004 hebben alle opleidingen in kaart gebracht welke competenties zij hun afgestudeerden willen bijbrengen. Enkele opleidingen zijn al wat verder en gebruiken de competenties bij de inrichting van hun onderwijs. Eén daarvan is de masteropleiding Leisure, Tourism and Environment (MLE). Deze opleiding ging vorig academisch jaar van start en is opgezet met behulp van competenties. Studievoorlichter ir. Karin Peters: ‘De opleiding is eigenlijk ontstaan door het samenvoegen van een oude masteropleiding en een interspecialisatie. Van begin af aan hebben we ons afgevraagd wat we met de nieuwe opleiding wilden en welke vakken we daarvoor konden gebruiken of moesten ontwikkelen. Het gebruik van competenties gaf ons daarbij een consistente manier van werken.’

‘Kennis blijft het uitgangspunt, maar die kennis moet wel kunnen worden toegepast in verschillende situaties’
De einddoelen van de opleiding legden Peters en haar collega’s vast in zeven kerncompetenties. Die beschrijven in termen van kennis, vaardigheden en attituden wat MLE-studenten aan het eind van hun studie moeten kennen en kunnen. Van daaruit werden deelcompetenties bepaald die in de vakken van de opleiding moeten worden behandeld en getoetst.

Portfolio
Het toetsen van vaardigheden en attituden is in Wageningen geen eenvoudige opgave vanwege de diversiteit van de instroom van studenten, afkomstig van vwo, hbo of uit het buitenland. Mulder: ‘De achilleshiel voor de invoering van competentiegericht leren is op dit moment het assessment. Hoe bepaal je of studenten over bepaalde competenties beschikken? Op dit moment komen daar echter steeds meer tools voor beschikbaar.’
Een van die hulpmiddelen is het portfolio. Studenten houden daarin, al dan niet elektronisch, zelf bij wat hun vorderingen zijn en hoe ze deze nieuwe competenties hebben behaald. Ook binnen de opleiding MLE werken studenten met een portfolio. Peters: ‘Bij binnenkomst vragen wij studenten een self assessment te doen. Aan de hand van een vragenlijst schatten ze in waar ze op verschillende punten staan. Datzelfde doen we aan het eind van het jaar, dan vragen we ze wat ze hebben geleerd. Op dit moment voegen studenten nog geen werkstukken en dergelijke toe, maar het geeft studenten, docenten en het opleidingsteam al wel terugkoppeling op het leerproces.’
Het portfolio is eigendom van de student, maar als studenten daar toestemming voor geven kunnen ook studiebegeleiders het gebruiken bij hun advies. Zo kunnen studenten op basis van ontbrekende competenties hun vrije keuzeruimte invullen of een keuze maken uit de vaardigheidsmodules die ter voorbereiding op het academisch mastercluster worden aangeboden. Het is de bedoeling dat het portfolio de basis gaat vormen voor coaching en later ook voor reflectie door de student op het eigen leren. Peters: ‘Ik heb het idee dat het nu nog niet echt leeft bij studenten. Niet iedereen heeft er ervaring mee. Maar ik verwacht dat dit verbetert als ze er aan het eind van het eerste jaar weer mee bezig gaan en hun eigen vorderingen zien.’

Valkuil
Voordat ook andere opleidingen verder kunnen gaan met de ontwikkeling van competentiegericht onderwijs zullen nog een paar horden moeten worden genomen. Zo zijn de competenties die de opleidingen eerder hebben bepaald niet eenduidig geformuleerd. Deze moeten eerst worden herzien zodat ze beter vergelijkbaar zijn en passen binnen de raamwerken die op Europees en nationaal niveau zijn vastgelegd. Ook moeten nog betere toetsen worden ontwikkeld en moet meer ervaring worden opgedaan met elektronische portfolio’s voordat ze op grotere schaal kunnen worden ingevoerd.
Het lijken ingrijpende veranderingen, maar de gevolgen voor studenten zullen waarschijnlijk beperkt blijven. Vooruitlopend op competentieonderwijs bevatten de meeste curricula al veel van de nieuwe vaardigheidsaspecten. Mulder: ‘Het is niet zo dat het onderwijs nu drastisch gaat veranderen. En er is zeker ook plaats voor en behoefte aan stimulerende colleges. Kennis blijft het uitgangspunt, ook voor professionals. Maar die kennis moet wel kunnen worden toegepast in heel verschillende situaties. En het moet niet zo zijn dat competenties het onderwijs gaan overheersen. Het geheel moet niet te bureaucratisch worden. Anders trappen we in dezelfde valkuil als Engeland. Critici zeggen dat mensen daar veertig procent van hun tijd bezig zijn met de voorbereiding op en het afleggen van assessments. En dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn.’

Jasper Harms

Re:ageer