Wetenschap - 8 februari 2001

Het neusje van de zalm bloedt

Het neusje van de zalm bloedt

Jarenlang gold zalm als een natuurproduct. De zalm was een vis die jarenlang op zee rondzwierf, en eenmaal in zijn leven een heldhaftige queeste ondernam naar de plek waar hij was geboren om daar te paaien. Dat beeld heeft plaatsgemaakt voor het schrikbeeld dat de bio-industri?le zalm oproept: ziek, genetisch gemanipuleerd en gevaarlijk.

In 1997 verscheen de film Humanoids van pulpkoning Roger Corman. De film speelt zich af in een slaperig kuststadje, waar de visvangst de belangrijkste bron van inkomsten is. Sinds de komst van een zalmkwekerij is er in de wateren echter geen vis meer te bekennen. Corman's hoofdpersoon vindt al snel uit waarom. De zalmkwekerij werkt met een nieuwe variant, waarin onderzoekers menselijk genetisch materiaal hebben ingebracht om hem sneller te laten groeien. De halfmenselijke vissen roven de zee leeg. Werkelijk problematisch worden de monstervissen pas als ze zich gaan vergrijpen aan menselijke vrouwen om zich voort te planten. Hoogtepunt van de film is het moment dat de creaturen het stadje massaal bestormen. Tijdens het jaarlijkse Salmon Festival.

Corman had een vooruitziende blik. Enkele jaren nadat Humanoids was uitgekomen, implanteerden genetische ingenieurs van Purdue University in Indiana een stukje menselijk DNA in het genoom van een zalm. Daardoor ging de vis humaan groeihormoon aanmaken, en groeide niet alleen sneller, maar kon ook nog eens afmetingen krijgen die je niet anders dan als 'onnatuurlijk' kon betitelen. Het experiment haalde in het najaar van 1999 alle kranten.

Ontsnappen

Biologen speculeerden over wat er zou gebeuren als de gentechzalm zou ontsnappen en zich vermengen met wilde zalmen. Toch hebben de genzalmen van Purdue University het laboratorium nooit verlaten. Geen producent heeft ze willen kweken. Nutreco, de grootste zalmkweker ter wereld, heeft zich altijd verre van genetisch gemodificeerde organismen - en visvoer dat gemodificeerde bestanddelen bevat - gehouden. "We gebruiken geen gemodificeerde vissen", stelt het bedrijf op zijn website, "en dat zullen we ook nooit doen."

Toch maken milieugroeperingen, en soms ook vissers, zich zorgen over zalmen die uit de kweekvijvers ontsnappen en zich vermengen met de wilde varianten. Volgens Just van den Broek, visserijspecialist van Greenpeace, komt het vrij vaak voor de zalmen ontsnappen. "Ik heb zelf op zo'n kwekerij gewerkt", vertelt hij, "en ik kan je verzekeren dat het geregeld gebeurt. Als het slecht weer was, en de golven over de randen van de bakken sloegen, raakten we er gegarandeerd wel een paar kwijt." Volgens Van den Broek hebben de gekweekte zalmen in sommige Noorse rivieren de inheemse zalmvarianten al verdrongen.

Volgens Nutreco valt dat allemaal wel mee. Het bedrijf haalt recent onderzoek aan, waaruit blijkt dat de kans dat kweekzalm zich in het wild voortplant bijna zeven keer kleiner is dan die van wilde zalmen. Daarnaast blijven veel ontsnapte zalmen rondhangen bij het bassin. Ze hebben verleerd om zelf voor voedsel te zorgen en worden al snel weer gevangen.

Parasieten

Ook als ze in hun bassins blijven, vrezen milieugroepen, schaden gekweekte zalmen het eco-systeem. In de overvolle kweekvijvers kunnen parasieten zich explosief ontwikkelen. Die ziektekiemen lekken vervolgens weer naar het leefmilieu. "De grotere zalmen zitten bij kwekerijen in een soort frituurbakken", zegt Just van den Broek. "Die hangen in zee of in een fjord. Parasieten en uitwerpselen spoelen zonder problemen weg, de zee in." Wilde zalmen zouden daarvan slachtoffer worden. In 1999 vonden Britse onderzoekers bijvoorbeeld het dodelijke ISA-virus bij wilde zalmen. Dat was voor het eerst. Tot dan was het virus alleen bij kweekzalmen aangetroffen. Ook Schotse schelpenvissers worden naar eigen zeggen gedupeerd door ziekteverwekkers die uit de kweekvijvers weglekken. De schelpenpopulatie zou daardoor ernstig worden uitgedund.

Dr. ir. Marc Verdegem van de leerstoelgroep Visserij en visteelt van Wageningen Universiteit kent het probleem van de parasieten. "Kweekvissen hebben vooral last van zalmluis", zegt hij. "Een klein kreeftachtig diertje dat op de huid van de zalm leeft. De zalmluizen tasten de huid aan en daardoor krijgen allerlei infecties een kans. De vissen kunnen eraan sterven."

Verdegem weet dat de industrie de bestrijding van de zalmluis serieus opvat. "Er zijn inmiddels medicijnen ontwikkeld, en er lopen experimenten met cleanervissen: vissen die de kreeftjes op de zalmhuid wegeten."

Verdegem kent de verhalen over de weglekkende parasieten. "Ik zeg niet dat het onzin is, hoor. Maar het is nooit aangetoond dat kweekzalmen de populatie wilde zalmen op wat voor manier dan ook bedreigen. Ook niet door zalmluis. Het lijkt me eerlijk gezegd bijzonder onwaarschijnlijk dat er uit die paar kwekerijen zoveel parasieten komen dat het leefmilieu eronder lijdt."

Wantrouwen

Het groene imago van de zalm wankelt. Steeds meer fenomenen die we kennen uit de bio-industrie, inclusief de consumentenonrust en het ontstaan van schrikbeelden, vinden we ook in de zalmindustrie. De branche moet daarom laten zien dat ze de consumenten serieus neemt, vindt drs. Adriaan Kole. Kole is als psycholoog verbonden aan onderzoeksinstituut Rivo. Hij onderzoekt de houding van de consument ten opzichte van vis. "Het gaat er niet alleen om in hoeverre die angstbeelden nu correct zijn of niet. Het gaat erom dat die angstbeelden er zijn." Bedrijven moeten daarom consumenten het idee te geven dat ze zich om de veiligheid van het product bekommeren, vindt Kole. Als er iets mis is met een product, doen producenten er verstandig om de verdachte ladingen direct terug te halen. Door consumenten te vertellen over de manier waarop het bedrijf de problemen aanpakt, en uit te leggen hoe een product ontstaat en wordt gecontroleerd, kan een bedrijf vertrouwen opbouwen. Vooral als het gaat om vis is dat belangrijk. Consumenten wantrouwen vis.

"Mensen weten weinig van vis", zegt Kole. "Ze hebben niet het gevoel dat ze zicht hebben op wat er allemaal met een stuk vis is gebeurd. Dat hebben ze wel met vlees en kip." Daarom zijn consumenten ook zo voorzichtig met vis. Vis die over de datum is, verdwijnt daarom per definitie in de vuilnisbak, terwijl consumenten veel soepeler zijn met vlees en kip. "Daar ruiken ze vaak even aan", zegt Kole. "En op basis van de geur beslissen ze of het vlees nog goed is of niet. Maar als het gaat om vis durven mensen niet meer alleen op hun zintuigen te vertrouwen."

Willem Koert

Re:ageer