Organisatie - 8 maart 2007

Het labyrint van Muller

Wordt er nog puur nieuwsgierigheidgedreven onderzoek gedaan? Dat is de laatste jaren een veelgehoorde vraag in Wageningen. Wie op bezoek gaat bij dr. Mees Muller weet dat het antwoord ‘ja’ is. De biofysicus doet al 32 jaar wonderlijke experimenten die licht moeten werpen op de zwemtechniek van krabbetjes of het krachtenspel in een paardenhoef. Een Wageningse Willy Wortel met een grote passie: het labyrint.

33_achtergrond0.jpg
‘Je gaat Mees interviewen? Dat is een onmogelijke opdracht. Als hij je eenmaal in zijn greep heeft, laat hij je nooit meer gaan’, waarschuwt hoogleraar Experimentele zoölogie prof. Johan van Leeuwen lachend.
De werkkamer van Mees Muller (58), al ruim dertig jaar werkzaam bij Van Leeuwens leerstoelgroep, bevindt zich in een uithoek van Zodiac, het centrum voor dierwetenschappen in Wageningen. De deur is voorzien van duidelijke waarschuwingen: storen is toegestaan maar managers zijn slechts onder voorwaarden welkom. De kamer is volgebouwd met apparatuur – oscilloscopen, versterkers en een grote tafel met een flinke binoculair – en de ramen zijn dichtgetimmerd. ‘Dat mag natuurlijk eigenlijk niet volgens de arboregeltjes.’
Hier in zijn ‘hol’ broedt Muller op experimentele opstellingen. ‘Ik maak mijn eigen elektronica en ben tegelijk adviseur en trouble shooter voor zo’n twintig projecten die hier bij de leerstoelgroep lopen’, zegt hij. Aan de binnenkant van de deur hangt een checklist met al deze projecten. Er staan onderwerpen op als ‘ruimtelijke oriëntatie garnaal’, ‘echolocatie bij orca’s’, ‘beweging van boormosselen’ en ‘krachtenverdeling onder het zadel’.
Hé, het onderzoek aan de bek van zeenaalden waarmee hij onlangs nog de publiciteit haalde, staat er niet bij. ‘Dat was eigenlijk nog een onderwerp van veertien jaar geleden, maar gelukkig heb ik een lange adem. Ik geef veel onderwijs, het meeste onderzoek doe ik in verloren uurtjes of in mijn vrije tijd’, verklapt Muller.

Levende encyclopedie
‘Eigenlijk zijn alle dingen die ik doe hobbyprojecten. Ik ben een bioloog in hart en nieren. Op mijn vierde had ik al een aquarium met vissen en later terraria met zo’n zeventig soorten reptielen en amfibieën. Ik ben ook m’n leven lang veldbioloog gebleven. Ze nemen me nu nog graag mee op veldexcursie als een soort levende encyclopedie. Ik heb een fotografisch geheugen en kan van de meeste soorten zo de Latijnse naam ophoesten. Kijk hier’, Muller graait in een doosjes met schelpen, ‘moet je deze schelp eens zien. Xenophora pallidula, een soort die zelf schelpen verzamelt en opneemt in zijn eigen schelp. Dat is toch schitterend.’
Zijn spraakwaterval en harde schaterlach doen een beetje aan Youp van ’t Hek denken. De in Groningen opgeleide biofysicus kwam in 1975 naar Wageningen om promotieonderzoek te gaan doen naar suction feeding, zuigende voedselopname bij vissen. Zijn huidige baas, prof. Johan van Leeuwen, was zijn eerste student. ‘Ik heb hem nog een zeer goed cijfer gegeven voor zijn afstudeerscriptie en later zijn we beiden op dezelfde dag cum laude gepromoveerd. Ik heb er geen probleem mee dat ik geen professor ben. Alle wetenschappers zijn natuurlijk wel een beetje gefrustreerd, maar serieus, ik ben echt heel gelukkig. Nu kan ik tenminste gewoon onderzoek doen en apparaten maken. Ik krijg alle ruimte de dingen te doen die ik wil doen.’
Even later verschijnt in Mullers ogen een schittering en zijn stem wordt een beetje luider. Hij vertelt over ‘mijn grote liefde’ en ‘mijn appeltje voor de dorst’: het labyrint. Al sinds zijn jeugd is de bioloog gefascineerd door het labyrint, het evenwichtsorgaan in het binnenoor van gewervelde dieren.
In principe bestaat zo’n labyrint uit drie met vloeistof gevulde buisjes in de vorm van een halve cirkel. Als het lichaam een andere positie inneemt gaat de vloeistof in de buisjes stromen en worden de bewegingen via zintuigharen waargenomen. ‘De vorm en stand van de buisjes is voor iedere soort steeds weer een variatie op een thema’, vertelt Muller. ‘Ze staan meestal met elkaar in verbinding, waardoor het heel lastig is de vloeistofstroming die optreedt na een positiewijziging te voorspellen. De stroming stoort zich niet aan grafiekpapier.’
Muller heeft al een aantal publicaties over de resulterende stromingen op zijn naam staan en zelfs glazen modellen van verschillende labyrinten laten maken. ‘Ik kan zelf heel goed driedimensionaal visualiseren, maar de meeste mensen hebben geen idee waarover ik het heb. Op congressen loop ik altijd met een paar modelletjes op zak, zodat ik ook anderen kan laten zien hoe het werkt.’

Macedonische doedelzak
De labyrinten van zoogdieren zijn piepklein, maar bij vissen – organismen die zich makkelijk in vreemde standjes kunnen manoeuvreren – zijn ze iets makkelijker te bestuderen. ‘Een labyrint van een olifant kan vijf keer in dat van een kabeljauw. De walvishaai heeft het grootste labyrint. Er is eigenlijk heel weinig over bekend. Het labyrint van kraakbeenvissen is nog echt terra incognita’, zegt Muller verlekkerd.
Het werk aan het labyrint doet hij ook veel in zijn vrije tijd. ‘Daar ben ik al tijdens mijn promotie mee begonnen. Ik doe het ook vrijwel zonder geld. Bijna alles wat je hier ziet staan heeft niets, of bijna niets gekost. Ik maak alles zelf of ik krijg peperdure osciloscopen die zijn afgeschreven omdat iedereen nu alles met de computer wil doen. Ik heb niks tegen computers, maar je kijkt dan wel altijd naar een achteraf gesimuleerd digitaal signaal. Met een osciloscoop heb je gewoon het directe signaal.’
Voor het maken van zijn onderzoeksopstellingen krijgt Muller hulp van een elektronicus van de Vrije Universiteit, Kier Heeck. ‘Kier is mijn grote vriend. Hij is net zo gek als ik. Ik ken hem via mijn een andere gezamenlijke hobby, de gajda of Bulgaars-Macedonische doedelzak. Kier neemt vakantiedagen op en de helft hiervan gebruikt hij om mij te helpen apparatuur te maken. We sluiten we ons dan samen op in deze kamer en gaan net zo lang door tot iets werkt.’
Muller grijnst breed en wijst op de kabelgoten die door zijn kamer lopen. ‘Die heb ik speciaal laten aanleggen. Ze vormen eigenlijk een onderzoeksapparaat. De kamer is zo voorzien van drie spoelen waarmee ik in iedere gewenste richting een magnetisch veld kan aanleggen.’ Muller toont een plank met daarop een spoel en draden. ‘Als ik die op mijn hoofd zet en ik klem de spoel in mijn mond – dan moet ik dus wel even mijn mond houden – kan ik metingen doen aan het functioneren van het labyrint in mijn eigen binnenoor.’

Priktafel
Een ander pronkstuk in zijn kamer is de zelfgemaakte roestvrijstalen, trillingsvrije ‘priktafel’ met een flink uitgevallen stereomicroscoop en micro-elektroden. ‘Een instituut als Caltech kijkt niet op een miljoen en heeft zoiets in een maand staan, maar Kier en ik hebben hier tussen de bedrijven door vier jaar aan gewerkt.’ Muller wil ermee gaan onderzoeken wanneer het labyrint bij gewervelde dieren begint te werken en hoe het zich ontwikkelt als een zebravisje opgroeit van embryo tot volwassen vis.
Enthousiast: ‘Ik heb al één keer signaal gekregen, maar vanwege mijn onderwijsverplichtingen kan ik er pas na juni weer aan werken. Ik bedenk ook nooit vooraf wanneer iets af moet zijn. Ik heb een hele lange adem. Als het niet voor mijn pensioen lukt, ga ik gewoon door. Ik streef altijd naar kwaliteit, naar publicaties. Natuurlijk kan ik het ook wel tegen de bomen op de Veluwe gaan vertellen, maar dan is het geen wetenschap. Je moet publiceren.’
Inmiddels is het buiten al donker geworden en sleept Muller mij nog langs opstellingen van andere medewerkers waaraan hij ook een bijdrage heeft geleverd: een zeephellingbaan en vacuümtunnel van aio ir. David Lentink waarmee de vleugelslag en lift van de DelFly – een in Delft ontwikkeld libelle-achtig miniatuurvliegtuigje – gevolgd kan worden. En een modulatie van de bewegingen van de Amerikaanse boormossel van student Ralf Nederlof. Muller zoekt nog even iemand die extra uitleg kan geven. ‘Als ik jou was zou ik nu met mij meegaan, anders kom je hier vanavond niet meer weg’, fluistert Johan van Leeuwen plotseling achter me. ‘Ik leg het Mees morgen wel uit.’ Van Leeuwen loodst mij het gebouw uit: net op tijd ontsnapt uit het labyrint.

Re:ageer