Organisatie - 29 mei 2008

Het klimaat pakkend verpakt

Deze week bloeit naar verwachting de eerste dopheide en vliegt de eerste vuurlibel. Ir. Arnold van Vliet van de leerstoelgroep Milieusysteemanalyse gaf dit soort veranderingen in de natuur nieuwswaarde met zijn Natuurkalender. En bracht hiermee de gevolgen van klimaatverandering naar ieders achtertuin. Volgende week promoveert de ‘Erwin Krol van de natuur’.

achtergrond_0_138.jpg
achtergrond_0_138.jpg

Foto: Guy Ackermans

Bij de leerstoelgroep Milieusysteemanalyse zijn ze ondertussen wel gewend om over de kabels van cameraploegen te struikelen. En als het binnen te vol wordt neemt Van Vliet zijn bezoek mee voor een wandeling door de botanische tuin. Alles zonder mediatraining; zijn vele praatjes bij het Vara-radioprogramma Vroege vogels op zondagochtend waren een goede oefening. ‘En het weer zat mee door de extremen’, zegt Van Vliet over zijn populariteit. ‘Mijn onderwerp ligt dicht bij het weer, en journalisten kunnen er het weer mee zichtbaar maken.’
Een broekie met fantastische plannen met fenologie – de studie van jaarlijks terugkerende natuurverschijnselen. Dat was Van Vliet volgens verslaggever Henny Radstaak acht jaar geleden. In de jaren negentig begon Vroege vogels met een telefoonlijn waarop mensen berichten konden achterlaten over wat ze buiten zagen. Na een eerste interview met Van Vliet ontstond al pratend ‘per ongeluk’ het idee daar meer mee te doen. Dat idee - de Natuurkalender - voor het monitoren, analyseren, voorspellen en communiceren van fenologische verschijnselen, is een beetje uit de hand gelopen. ‘Arnold heeft op een aansprekende manier iets weten te maken van klimaatverandering’, aldus eindredacteur Joost Huijsing. Het project draait op zelf geregelde sponsors en heeft onverwacht veel data opgeleverd. Ruim zevenduizend volwassenen plus een paar honderd scholieren staan geregistreerd als vrijwillige waarnemer. Het infoloket is sinds een paar jaar ook een familiebedrijf; onmisbaar is de inbreng van Van Vliets vrouw ir. Wichertje Bron, met haar GIS, ict- en marketingervaring.

Schaatsen
Van Vliet groeit op in Haastrecht, in het Groene Hart. Zijn vader is timmerman, zijn moeder werkt bij een bank. De jonge Arnold zingt in een koor en schaatst, net als de rest van het dorp. Olympisch medaillewinnaar Leo Visser komt ook uit Haastrecht, evenals Hein Vergeer, Arnolds oom en oud-wereldkampioen allround.
Op de middelbare school, eind jaren tachtig, vertelt de biologieleraar over hoe slecht het gaat met de wereld. Het grijpt de jonge Arnold zo aan dat hij na zijn eindexamen in 1991 ‘helemaal naar Wageningen’ gaat om biologie te studeren. Hij woont net als veel jaargenoten op de Bornsesteegflat, en gaat bij de biologenvereniging in de activiteitencommissie. Voor zijn plezier pielt hij wat op zijn gitaar.
Een advertentie die hij in zijn vierde jaar uit de krant knipt, betekent het begin van zijn carrière. ‘Het RIVM zocht iemand voor mondiale toekomstverkenningen’, vertelt Van Vliet, ‘en ik baalde dat ik nog niet was afgestudeerd.’ De baan krijgt hij dus niet, maar hij weet toch een jaar door te brengen bij het RIVM met een stage en afstudeervak. Het is zijn eerste biodiversiteitsonderzoek, in de groep van – toen nog dr. – Rik Leemans. Later werd Leemans hoogleraar Milieusysteemanalyse aan Wageningen Universiteit, en Van Vliets promotor. Leemans gebruikt Van Vliets verslag, dat liet zien dat klimaatverandering al om ons heen gebeurt, bij een rapport voor het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) eind jaren negentig.
Bij het RIVM maakt Van Vliet kennis met IMAGE, het Integrated Model to Assess the Global Environment. Hij schrikt van wat er op ons af gaat komen. Van Vliet: ‘Klimaatverandering is maar een van de vele aspecten van de slechte toestand in de wereld, maar wel degene waar ik wat aan wilde gaan doen.’
Na zijn afstuderen gaat Van Vliet, aanvankelijk met behoud van uitkering, aan de slag bij allerlei projecten bij de vakgroep Milieusysteemanalyse, want aio-plaatsen zijn er niet. Ook dient hij zijn eerste onderzoeksvoorstel bij de EU in. Die mislukt, maar inspireert tot een succesvolle tweede: de oprichting van een Europees fenologienetwerk om verzamelde kennis toe te passen. Het plan combineert de opvatting van collega dr. Dolf de Groot dat fenologie een goede indicator is van de effecten van klimaatverandering, met Van Vliets tweede natuur: contacten leggen. ‘Ik heb bewondering voor mensen die jaren schriftjes bijhouden, maar zag wel het gebrek aan toepassing en onderlinge communicatie. Terwijl die cruciaal is, zowel tussen wetenschappers als tussen wetenschap en praktijk’, vertelt Van Vliet.
Om zijn eigen soortenkennis van planten te verbeteren, is Van Vliet sinds een paar jaar lid van de vereniging voor veldbiologie KNVV in Wageningen. Mede omdat mensen tegenwoordig van hem verwachten ‘dat hij alles weet’.

Wetenschappelijke publicatie
Zijn drive is groot, zegt Leemans. ‘Arnold gaat voor de Natuurkalende rustig in het weekend naar een triviale tuinbeurs, heeft creatieve ideeën, kan goed fondsen werven, en is heel sociaal. We stoppen hier voor hem zonder problemen samen de achthonderd boekjes voor scholen in enveloppen, met na afloop pizza en een glas wijn.’
Van Vliets grootste verdienste is dat hij klimaatverandering voor Nederland hard heeft gemaakt, met pakkende voorbeelden, zegt Leemans. Dat succes is mede te danken aan de vrijheid die hij had door het werken op projectbasis. Hij had wel een zetje nodig om er ook wetenschappelijk over te publiceren. ‘Toen ik hier vijf jaar geleden als hoogleraar begon was Arnold al aardig op streek met zijn proefschrift’, vertelt Leemans. ‘Het duurde mede wat langer omdat hij zijn promotie ernaast moest doen, door het werken op projectgelden. Maar hij kwam ook altijd weer nieuwe interessante dingen tegen, vond altijd dat hij nog niet genoeg data had, en vond maatschappelijk publiceren minstens zo belangrijk. Hoe groot de prestatie ook is dat hij zich met de Natuurkalender in drie, vier jaar onmisbaar heeft weten te maken in de Nederlandse media, het werd wel tijd dat hij liet zien dat hij een goede wetenschapper is.’ Praten gaat Van Vliet wel beter af dan schrijven, weet Leemans. ‘Maar de feedback die nu komt in internationale publicaties is minstens zo onmisbaar voor de ontwikkeling van zijn onderzoek.’

Out of the box
Van Vliet begeleidt nu zelf ook studenten. Alexander van Oudenhoven rondde net bij hem een afstudeeronderzoek naar de eikenprocessierups af. ‘Arnold sprak vanaf het begin al in de we-vorm’, vertelt Van Oudenhoven. ‘Bij mijn inleidend colloquium antwoordde hij vaak: ‘we’ gaan hier en hier naar kijken. Het onderzoek ging hem aan het hart. En omdat hij net als ik besefte dat er misschien onconventionele methodes nodig waren, schroomde hij niet om out of the box te denken, te gissen en te experimenteren.’
Dat Van Vliet dit voorjaar in Resource de meest mediagenieke Wageningse onderzoeker werd genoemd, verbaast de student niets. ‘Arnold benadert de media – en dus de mensen thuis – zoals hij zijn collega-onderzoekers en studenten benadert: open, geïnteresseerd en aanstekelijk enthousiast. Mijn op het eerste gezicht kleine en onzekere afstudeeronderwerp is mede door zijn hulp een studie waarvan de bevindingen nu via Radio 1, de Telegraaf en zo’n tien tijdschriften en websites in the picture staan. Maar met die media-aandacht weten ‘we’ ons ook wel raad’, lacht Van Oudenhoven.
De komende jaren kan Van Vliet als universitair docent verder met de Natuurkalender en kan hij blijven werken aan de samenwerking tussen disciplines, zoals met zijn bijdrage aan het Allergieconsortium. Hopelijk levert zijn proefschrift ook meer geld op voor wetenschappelijk onderzoek. Een paar jaar geleden strandde nog een NWO-voorstel voor drie aio’s. Te vroeg, baalde Van Vliet toen. Samen met de afwijzing van een vervolg op het Europese fenologienetwerk, gaf het hem wel het gevoel van ‘ik krijg jullie wel’. Van Vliet: ‘Het is gewoon leuk om iets van de grond te zien komen.’

Arnold van Vliet promoveert op 3 juni bij prof. Rik Leemans, hoogleraar Milieusysteemanalyse.

Re:ageer