Student - 7 juni 2007

Het kakiverhaal

58_nieuws.JPG
Ik was een iel, huppelend meisje met wild haar en zwarte knieën. Met een ondeugende glimlach en een hoog stemmetje sprong ik van trappen af, waardoor mijn rokje omhoog woei. Mijn zus had een te grote bril, kroeshaar en ietwat grote voeten.
Onze moeder stond vaak in de keuken en zorgde voor mij en mijn zus terwijl mijn vader met zijn harde stem en technische achtergrond duidelijk de man in huis was. We woonden nog maar een paar jaar in Nederland, haatten het weer, de moeilijke taal en het geprakte eten.
Soms kwam mijn vader thuis en zei: ‘Kijk eens wat ik heb meegenomen…’ In zijn hand hield hij enorme granaatappels of overheerlijke kaki’s. Dan gilden mijn zus en ik van blijdschap, want dat was ons lievelingsfruit.
Als mijn vader granaatappels had meegenomen pakte hij een grote schaal en sneed er een doormidden. We begonnen dan te eten, waarbij het sap langs onze armen naar beneden liep. Als hij kaki’s had meegebracht moesten we vaak een paar weken wachten, omdat ze nog niet rijp waren. Dan lagen ze bovenop de koelkast tot mijn vader zei dat het tijd was, maar de goddelijke smaak was het wachten waard.
Tegenwoordig zijn we al veel meer van Nederland gaan houden en kan mijn vader zelfs stamppot maken. Hij koopt nog steeds wel eens granaatappels en kaki’s, maar het sprookjesachtige gevoel van toen is weg.
Laatst zag ik op de markt in Wageningen dozen vol kaki’s staan, die er rijp en verrukkelijk uitzagen. In een vlaag van jeugdsentiment kocht ik een hele doos, pakte thuis mijn tas in en ging op weg naar mijn ouders. In de bus en trein zette ik de doos op de stoel naast me en keek er grinnikend naar. Thuisthuis aangekomen zette ik de kaki’s op tafel en zei: ‘Kijk eens wat ik heb meegenomen...’

Mina Etemad

Re:ageer