Wetenschap - 1 januari 1970

Het is menens met de Wageningse Food Valley.

Het is menens met de Wageningse Food Valley.


Wageningen UR stelt computernetwerk, databanken en laboratoria beschikbaar

Wageningen UR vormt zich om tot een katalysator van de Wageningse Food
Valley, zei prof. Aalt Dijkhuizen, bestuurder van Wageningen UR, op
donderdag 25 september op de Food Valleyconferentie. De algemeen directeur
van Campina plaatste echter kanttekeningen. Als Wageningen UR de industrie
wil stimuleren, moet ze eerst zichzelf veranderen.

Rond Wageningen UR moet een ring van partnerships komen, waarin
onderzoekers van het bedrijfsleven samenwerken met die van het
kenniscentrum. Wageningen UR zal daarvoor investeerders zoeken, maar zal
ook onderzoekers uit de eigen gelederen stimuleren een bedrijf op te zetten
in de Food Valley. Dat vertelde Dijkhuizen in de Edese schouwburg Cinemec,
tijdens de conferentie die eigenlijk maar één thema had: de verwachte
hausse van de voedingsindustrie in de regio, die Wageningen gaat veranderen
in de Silicon Valley van de Europese voedingsindustrie. Wageningen UR
bereidt zich er alvast op voor, aldus Dijkhuizen.
,,We hebben bedrijven veel te bieden’’, zei Dijkhuizen. ,,Meer dan alleen
onderzoek en opleidingen.’’ Hij kondigde aan dat Wageningen UR zijn
faciliteiten beschikbaar gaat stellen voor bedrijven. Het computernetwerk,
het NMR-centrum dat de chemische structuur van stoffen kan bepalen zonder
ze uit elkaar te plukken, het genomicslab, het conserveringscentrum op ATO,
de bibliotheek en de databanken moeten op korte termijn beschikbaar zijn
voor bedrijven.

Innovatieplatform
Wageningen wil de Valley en de Nederlandse agro-foodindustrie een stap
verder helpen, aldus Dijkhuizen. Niet uit liefdadigheid, maar omdat
innovatie het belangrijkste doel van Wageningen UR is. ,,Ons doel is niet
onderzoek-om-het-onderzoek. Langetermijnonderzoek zonder concrete
resultaten is niet zinvol. Uiteindelijk moet onderzoek uitmonden in
vernieuwing van de economie.’’
Food Valley is geen nieuw concept. Kennisstad Wageningen, de organisator
van de conferentie, ijvert al jaren voor het naar Wageningen halen van
bedrijven. En hoewel tientallen ondernemingen zich de afgelopen jaren in
Wageningen hebben gevestigd, kan Wageningen nog lang niet in de schaduw
staan van Silicon Valley. Toch houden Wageningse kopstukken er ernstig
rekening mee dat Food Valley op korte termijn de wind in de rug krijgt.
Economen waarschuwen al sinds de jaren tachtig dat het niet goed gaat met
de innovatie in het Nederlandse bedrijfsleven. De sector die het slechtst
scoort is de voedingsindustrie. De overheid pikt die waarschuwende geluiden
op, blijkt uit de oprichting van het Innovatieplatform. Het platform,
waarin minister-president Balkenende het voortouw neemt, zal waarschijnlijk
besluiten de subsidies voor technologisch onderzoek te concentreren op een
klein aantal sectoren. De voedingsindustrie, zeggen insiders, is een voor
de hand liggende kandidaat. En als de overheid besluit de geldstromen in
die richting te concentreren, hopen Wageningse bestuurders, is de Food
Valley in één klap veranderd van een concept in een blauwdruk.

Vaart maken

Maar Wageningen UR is nog niet klaar voor zijn nieuwe taak als muze van de
Food Valley, vond Tiny Sanders van zuivelbedrijf Campina, dat eerder dit
jaar een researchafdeling in Wageningen heeft geopend. ,,U heeft zojuist
geluisterd naar drie mannen uit wetenschap en beleid’’, begon Sanders,
refererend aan Dijkhuizen, Henk Aalderink van de provincie Gelderland en
Roel Robbertsen, burgemeester van Ede. ,,Zoals altijd komt het
bedrijfsleven achteraan’’, zei Sanders. ,,Ik vind het niet erg. Alles
went.’’ Het is wel typerend voor de huidige situatie, waarin onderzoekers
en beleidsmakers van alles met de industrie willen zonder de industrie
daarbij te betrekken, aldus Sanders.
,,De vorige sprekers hadden het over het bedrijfsleven, winst en productie.
Dat is prima. Maar ik heb geen van de drie heren ooit in mijn kantoor
gezien. Ze zijn daar overigens welkom.’’ Sanders juichte de positieve
houding van Wageningen ten opzichte van het bedrijfsleven toe, maar vond
wel dat Wageningen die houding nog niet omzet in daden. ,,In plaats van
zich te richten op het binnenhalen van nieuwe bedrijven, kan Wageningen
zich beter richten op het tevreden houden van bedrijven die er al zijn. Dan
komen de nieuwe bedrijven vanzelf.’’
Sanders zou verder graag zien dat Wageningen gerichter onderzoek aflevert.
,,Onderzoek naar de aaibaarheid van koeien is prachtig, maar de sector
heeft ook ander onderzoek nodig.’’ Sanders denkt daarbij vooral aan
sensorisch onderzoek, waarmee ontwikkelaars van levensmiddelen beter
smakende producten kunnen ontwerpen, en genomics. Op dat laatste gebied
moet Wageningen vaart gaan maken, vond hij. ,,Als je ziet hoe snel de
ontwikkelingen in Australië gaan, weet je dat ze daar straks alles met
patenten hebben dichtgetimmerd terwijl hier de genomics nog moet
beginnen.’’
Sanders had zo’n vermoeden dat zijn Campina – maker van vier van de beste
innovaties in de foodsector van verleden jaar – niet de Royal Food Award
zou winnen op de conferentie zou worden uitgereikt, zei hij. ,,Anders
hadden ze mij nooit als spreker uitgenodigd en zoveel tijd gegeven. Maar ik
heb er het volste vertrouwen in dat er straks een goede tweede met de
onderscheiding en twintigduizend euro de deur uitloopt.’’
Dat was Unilever. Het bedrijf kreeg de prijs, die een jury jaarlijks
toekent aan de onderneming die zich het meest heeft sterk gemaakt voor een
duurzame wijze van voedselproductie, omdat het ‘de agro-foodindustrie
stevig verankert in een wetenschappelijke basis’ en ‘bijdraagt aan de
innovatieve slagkracht van de cluster’. | W.K.

Re:ageer