Organisatie - 7 september 2006

Het had ook Warffum UR kunnen zijn

Het Groningse stadje Warffum is er nog steeds een beetje trots op. De daar in 1870 opgerichte landbouwschool was een serieuze concurrent van Wageningen voor de vestiging van de eerste Rijkslandbouwschool in Nederland. Door het wegkapen van enkele prominente leraren en een geoliede lobby kreeg Wageningen in 1876 echter de hoogste vorm van landbouwonderwijs.

De vroege geschiedenis van het Nederlandse landbouwonderwijs is een weinig opwekkend relaas. De meeste pogingen om landbouwscholen op te richten strandden op gebrek aan geschoolde docenten, gekonkel, politiek getouwtrek en – natuurlijk – gebrek aan geld.
Bepalend voor de ontwikkeling van het hogere landbouwonderwijs in Nederland waren vooral de geoloog en onderwijsinspecteur dr.Winand Staring (1808-1877) en zijn latere opvolger dr. Matthijs Salverda (1840-1886). Voor de gemeentelijke landbouwschool in Warffum wist Staring in 1870 een Duitse leraar landbouwkunde te ronselen: dr. Otto Pitsch (1842-1939). Duitsland was in die tijd het Mekka van de landbouwwetenschap en lag mijlenver voor op Nederland.
Als in de staatsbegroting van 1871 voor het eerst wordt gesproken over de oprichting van een Rijkslandbouwschool lijkt Warffum over een ideale uitgangspositie te beschikken. Dan meldt Wageningen zich echter plotseling aan het front: de gemeente wil aan de plaatselijke HBS een landbouwschool oprichten. Ze ontketent een geoliede lobby en weet onder meer de steun van Staring en Salverda te verwerven.
Het lukt Wageningen in korte tijd bij het rijk en de provincie geld los te peuteren en op 5 mei 1873 start de landbouwschool, met twee leerlingen. Aan het eind van het jaar zijn dat er dertien. Belangrijker is dat de school Pitsch weet te strikken, de enige in Nederland die gepromoveerd is én een onderwijsbevoegdheid heeft in de landbouwkunde. Het is één van de redenen waarom de Wageningse school in 1876 de status van Rijkslandbouwschool krijgt en zij zich uiteindelijk ontwikkelt tot Landbouwhogeschool (1918) en –universiteit (1986).
De voorvechter van het wetenschappelijke landbouwonderwijs Pitsch, is overigens berucht om zijn filosofische beschouwingen. Veel Wageningers lopen dan ook een straatje om als ze de man met zijn karakteristieke wapperende witte baard en grote zwarte hoed zien aankomen.
Het arme Warffum werd behalve van Pitsch ook beroofd van de leraren dr. Jan Ritzema Bos en dr. Martinus Beijerinck, de grondleggers van de Nederlandse plantenziektekunde en de microbiologie. Het vertrek van deze docenten leidt het einde in van de Warffumse landbouwschool. Op 1 januari 1875 wordt deze ‘tijdelijk’ opgeheven, om nimmer uit haar slaap te ontwaken. Tijdens het ruim vierjarig bestaan heeft de landbouwtak van de school overigens niet meer dan zeven leerlingen gehad, waarvan slechts vier het einddiploma haalden.
Dat Wageningen ook een andere gedoodverfde kandidaat – Utrecht - heeft weten af te troeven, dankt het Rijnstadje vooral aan haar dorpse karakter. De stad is volgens inspecteur Staring niet zo groot ‘dat de landlieden voor eene te sterke ontwikkeling van stadsbegeerten en steedsche neigingen bij hunne zonen hoeven beducht te zijn’. Maar wat dat betreft was Warffum ook niet zo’n slechte keuze geweest.

Re:ageer