Organisatie - 18 januari 2007

Het geheim van de Familie Veeteelt

Terwijl veel studentenclubs klagen over een tekort aan bestuursleden en vrijwilligers, vult studievereniging De Veetelers van Wageningen Universiteit ieder jaar schijnbaar moeiteloos een bestuur en zevenentwintig commissies. Leden doen massaal mee aan excursies en op de vele feesten dansen boerenzonen en stadse meiden samen uitgelaten door het stro. Op zoek naar het geheim van De Veetelers.

19_achtergrond0.jpg
De buitenwereld kent hen als ‘boeren’ die alleen over trekkers kunnen praten. Jongens die eerder opgewonden raken van een stel goedgevormde koeienpoten dan van lange benen onder een kort rokje. Studenten die maar geen afscheid kunnen nemen van de schuurfeesten die ze kennen van hun jeugd, en zich niet schamen als de schoonmaakploeg de volgende dag het van bier doordrenkte stro van de muren moet schrapen. Ongenuanceerd zijn ze. Immers, welke Wageningers durven leuzen als ‘biologisch is niet logisch’ in de mond te nemen? Dierwetenschappers dus. Of zoals ze zich zelf liever noemen: veetelers.
Wie beter kijkt, ziet dat deze bierdrinkende plattelanders in Wageningen uitzonderlijk actief en betrokken zijn. De studenten Dierwetenschappen helpen massaal mee op voorlichtingsdagen en volgen de ontwikkelingen in het onderwijs kritisch. Ze mengen zich met passie in het maatschappelijke debat over hun sector. En in een tijd dat andere studentenclubs al moeite hebben om een bestuur rond te krijgen, vullen De Veetelers elk jaar schijnbaar moeiteloos weer een bestuur, zevenentwintig commissies en vijf onderverenigingen.
Een blik op de site van De Veetelers leert dat er net zoveel, zo niet méér wordt georganiseerd als op een gemiddelde studentenvereniging. Zo kan de veeteeltstudent via de vereniging onder meer zijn danstechniek bijschaven, toneelspelen, hardlopen, paardrijden of naar de uiers van koeien turen tijdens een veekeuring. Bovendien vormen de studenten een hechte groep. Ze melden het bijvoorbeeld altijd even wanneer een medestudent ziek thuis zit en niet naar college kan komen, vertelt een docent.

Modelstudenten
Zo bezien zijn het dus modelstudenten, die veetelers. Maar hoe komt dat eigenlijk? Waar komen die hechtheid en betrokkenheid vandaan? Een deel van de verklaring kan zijn dat veel studenten Diermanagement dezelfde achtergrond hebben. Sfeerbepalend zijn immers nog steeds de zonen en dochters van agrariërs.
Zoals Ron van Puijenbroek van de symposiumcommissie, zoon van een melkveehouder. ‘Koeien, daar ben je mee opgegroeid. Dat vind je mooi.’ Op de middelbare school behoorde hij tot een minderheid. Sinds hij in Wageningen studeert, zit hij voor het eerst samen met mensen die dezelfde interesses hebben en kan hij vrijuit spreken over melkquota’s en landbouwapparatuur.
Maar lang niet alle dierwetenschappers komen tegenwoordig uit de agrarische gebieden. Sinds de verbreding van de studie met aaibare gezelschapsdieren zoals paarden, honden en katten, komen er ook mensen uit de Randstad naar Zodiac. Ongeveer de helft van de instroom bestaat inmiddels uit studenten die zijn uitgeloot voor de studie Diergeneeskunde in Utrecht. En het percentage vrouwelijke dierwetenschappers is ook sterk gestegen.
Toch is de groep niet gesplitst in kampen. Afgewezen studenten diergeneeskunde, paardenmeisjes en boerenzonen; samen bevolken ze één van de meest hechte verenigingen van Wageningen. ‘Ik zelf ben zo iemand die is uitgeloot voor Diergeneeskunde’, zegt voorzitter van de Veetelers Rémon ter Harmsel. ‘Ik ben gebleven en vind het een heel interessante studie. Op zijn eigen manier heeft iedereen hier een voorliefde voor dieren. Het enige verschil met mensen van het platteland is dat zij de praktijk beter kennen. Maar die kun je via excursies en stages gemakkelijk opdoen.’
En dat gebeurt ook. Studenten uit de grote stad gaan mee naar workshops afkalveren en kunnen na een tijdje zonder een spier te vertrekken biggetjes ontleden. Op feesten brullen ze binnen de kortste keren het Veetelerslied mee: ‘De geur van de provincie dat doet ons allen goed. Da’s beter dan dat stadse, want dat zit niet in ons bloed.’

Tegenwerking
Waarschijnlijk komt dit doordat nieuwe studenten meteen de vereniging in worden gezogen. Dat begint al bij de voorlichtingsdagen waaraan veel studenten meewerken. ‘Iemand die komt kijken, zal veel eerder op een student af stappen om dingen te vragen over de studie dan op een docent’, zegt bestuurslid van De Veetelers Harma Berends. ‘Tijdens het eerstejaarsweekend rond de AID zien de eerstejaars weer dezelfde gezichten en zo hebben ze snel een ingang. De jongerejaars steken elkaar ook aan. Er gaat er dan één in een commissie en die vertelt aan zijn studiegenoten weer dat het leuk is. Vervolgens wordt de rest ook actief.’ Zo houdt het systeem zichzelf in stand, meent Harma.
Wat ook meespeelt, is dat er achter de studie Dierwetenschappen een heel duidelijk te onderscheiden sector schuilgaat. Studenten weten waarvoor ze worden opgeleid. Door bedrijvendagen, excursies en symposia is er een grote wisselwerking tussen het veld en de studie. Iedereen kent elkaar. ‘Je ziet ook dat die bedrijven het waarderen dat je actief bent voor de studie’, zegt Harma. ‘Een jaar bestuur van de studievereniging op je cv doet het beter dan netjes in vijf jaar afgestudeerd zijn.’
De verwevenheid met de sector is misschien ook wel de reden waarom De Veetelers zich zo duidelijk als boeren profileren. De landbouw is de sector waar de klappen vallen. Of het nu regelzucht van de overheid is, een MKZ-crisis of de vogelpest. En dan heb je ook nog organisaties als Wakker Dier die informatie verspreiden die in de ogen van de dierwetenschappers niet klopt. ‘Ze zijn experts op het gebied van de bio-industrie’, aldus docent Fokkerij en genetica Jan van der Poel. ‘Het doet hen pijn om te zien dat het beeld onder consumenten heerst dat de hele productieketen van vlees dieronvriendelijk is. Dat raakt de grondvesten van hun bestaan.’ Met andere woorden: het onbegrip drijft de veetelers in elkaars armen.

Cultiveren
En daar is het gezellig, zo is te zien op de talloze foto’s op de website van De Veetelers. Samen paardrijden over het strand, voor Zwarte Piet spelen, op excursie naar de bergen. Je kunt het zo gek niet bedenken of De Veetelers doen het.
Het boerenimago is daarbij vooral een bindmiddel dat wordt uitgebuit en gecultiveerd. Want een carnavalsfeest bij de studievereniging betekent koeienpakken en klompen. Als ondervereniging Porculum iets te vieren heeft, gaat er een varken aan het spit. En op een boerenfeest wordt uitbundig met stro gesmeten. Innig gearmd en lachend poseren de feestvierders na afloop – met de sprieten nog in hun haar - voor de camera. Veetelers zijn een beetje familie van elkaar.

Re:ageer