Wetenschap - 18 april 2002

Het debat: Misbruikt het Westen strenge voedselnormen om eigen boeren te beschermen?

Het debat: Misbruikt het Westen strenge voedselnormen om eigen boeren te beschermen?

Het vaatdoekje van Herfkens

Westerse landen stellen strenge eisen aan voedselveiligheid om landbouwproducten uit ontwikkelingslanden van hun markten te weren. Dat stelde inmiddels demissionair minister Herfkens in een verkiezingsdebat voor Wageningse studenten. De strenge normen zijn een vorm van protectionisme volgens Herfkens: "Een paar milligram aflatoxine in een partij pinda's, en een omvangrijke import van veevoer wordt met een pennenstreek verboden." En dat terwijl "de meeste problemen met voedselveiligheid komen doordat je je vaatdoek niet vaak genoeg wast."

Prof. Frans Rombouts, hoogleraar levensmiddelenhygi?ne en -microbiologie; zijn leerstoelgroep onderzocht de gevaren van de vieze vaatdoek: "Dat ligt genuanceerder dan Herfkens zegt. Het voorbeeld van de aflatoxine is in ieder geval niet zo gelukkig. Aflatoxine is een van de giftigste stoffen die we kennen. In principe is een molecuul genoeg om kanker te veroorzaken. Het is terecht dat daar hele strenge normen voor gelden.

Het vaatdoekje is inderdaad een broedplaats voor bacteri?n. Je moet het eigenlijk iedere dag wassen. Maar het gevaar is kleiner dan je op het eerste gezicht zou denken. De bacteri?n die voedselvergiftiging veroorzaken, zoals campylobacter en salmonella, groeien er wel, maar minder snel dan andere, onschadelijke bacteri?n.

Waar Herfkens wel gelijk in heeft, is dat voedselvergiftiging door ziektekiemen veel vaker voorkomt dan vergiftiging door gifstoffen zoals aflatoxines. In Nederland hebben we jaarlijks enkele honderdduizenden gevallen van bacteri?le voedselvergiftiging. In enkele tientallen gevallen met dodelijke afloop. Maar dat is toch anders dan de aflatoxines. Tegen bacteri?le besmetting kun je je beschermen, tegen aflatoxines niet. Je proeft en ruikt ze niet, en je krijgt er wel kanker van. De normen zijn in mijn ogen dus terecht streng."

Dr Pieter van 't Veer, begeleidde een promotieonderzoek naar kanker door aflatoxines in Soedanese pinda's: "Wij moeten wat betreft aflatoxines zo streng mogelijk zijn. De stoffen zijn duidelijk carcinogeen, en veroorzaken ernstige vormen van kanker. Daar kun je echt niet streng genoeg mee zijn.

Wij hebben mensen in Soedan onderzocht die dagelijks een soort pindasaus eten. Daarbij hebben we gevonden dat het eten van zo'n twintig gram pinda's per dag al tot een duidelijk verhoogd risico op leverkanker leidt.

De oplossing lijkt mij niet dat wij milder gaan omspringen met de normen, maar dat we de mensen daar gaan helpen hun productieprobleem aan te pakken. Daar zijn ze zelf ook zeer bij gebaat, want zij kunnen het zich vaak niet permitteren om besmette pinda's niet te eten. Nu worden de pinda's vaak gedroogd op de grond of op een dak. Daarbij worden ze regelmatig vochtig en krijgt de schimmel die het gif maakt een kans. Wij hebben op dit moment een onderzoek lopen naar het gebruik van sundryers. Die zouden een betere droging op moeten leveren. We meten in het bloed en de urine hoeveel aflatoxines de mensen binnenkrijgen. We hebben nog geen resultaten, daar moet je over een jaar of twee nog maar eens over bellen."

Dr Kees de Gooijer, directeur van het voedselveiligheidsinstituut Rikilt: "We leggen die normen niet eenzijdig op. Dat gebeurt door overleg in allerlei internationale gremia. Dat zijn politieke besluiten. Denk maar aan de discussie over de gmo's tussen de Verenigde Staten en Europa. Dus politiek speelt wel een rol bij de vaststelling van die normen. Maar van een afstand krijg ik het idee dat daarbij oprechte zorgen over voedselveiligheid spelen. Ik heb er niet voor doorgeleerd, maar het lijkt mij niet dat Westerse landen via strenge normen proberen producten van hun markt te weren.

Over die aflatoxines in partijen pinda's voor veevoer. Dezelfde regering waar Herfkens deel van uitmaakt heeft het voorzorgsprincipe hoog in het vaandel staan. We weten nog heel weinig over de overdracht van die stoffen via de dieren naar de mens. Als je niet weet hoe het zit, kun je beter maar voorzichtig zijn, dat lijkt me toch wat dat voorzorgsbeginsel inhoudt, niet? Dus ik weet niet zo goed wat ik daar mee moet.

Of wij ons te veel zorgen maken over veiligheid? Tja. De bezorgdheid is wel met name te vinden in Noordwest-Europa. De Fransen zijn bijvoorbeeld nog steeds erg gehecht aan hun kazen van ongepasteuriseerde melk. Daar kunnen natuurlijk nog allerlei beestjes in zitten, maar de Fransen zeggen, zo eten we dat al tien eeuwen. Dat is cultuurgoed. Veiligheid wordt dus overal anders beleefd. Persoonlijk moet ik zeggen dat ook wel eens vind dat de veiligheid wel een erg sterk accent krijgt. Eten moet toch vooral ook lekker zijn. En ja, dat vaatdoekje. Ik heb zelf het gevoel dat dat allemaal wel meevalt. Je trekt er toch geen soep van, of wel?"

Laurian Unnevehr, voedseleconoom aan de universiteit van Illinois, verblijft drie maanden in Wageningen: "Onze Westerse standaards zijn niet te hoog. Uit onderzoeken blijkt dat het aantal ziektegevallen door besmet voedsel schrikbarend hoog is. Hoger dan mensen denken. In ontwikkelingslanden zijn de cijfers nog hoger. Daar sterven mensen omdat ze niet over schoon voedsel en water beschikken. De vraag is dus niet of we te hoge eisen stellen aan ons voedsel. De vraag is hoe we arme landen kunnen helpen om hun voedselveiligheid te verbeteren.

Verder geloof ik niet dat Westerse landen door stringente eisen de export van ontwikkelingslanden in gevaar brengen. De barri?res die we door eisen aan de voedselveiligheid opwerpen stellen weinig voor in vergelijking tot de andere barri?res om onze markten te beschermen."

Ir Andr? de Jager, onderzoeker bij landbouweconomisch instituut LEI: "Ik denk dat die normen voornamelijk worden ingegeven door de zorg van consumenten, niet door verborgen economische belangen. Als je die normen minder streng wilt maken, voer je een achterhoedegevecht.

De Westerse consument is zich de laatste jaren veel bewuster geworden van de kwaliteit van voedsel. De EU heeft in reactie daarop een veel strengere wetgeving ingesteld. Daar kun je niet omheen. Je kunt er beter voor zorgen dat die boeren wel aan onze eisen kunnen voldoen zodat ze gelijkwaardige kansen krijgen op onze markten. Dat is niet altijd even makkelijk. Pesticiden bijvoorbeeld worden ontwikkeld voor Westerse boeren. Boeren in ontwikkelingslanden kunnen soms niet aan alternatieven komen. Je zou moeten kijken hoe je daar verbetering in kan aanbrengen.

Eveline heeft natuurlijk wel een punt dat de proporties soms wel wat zoek zijn. Ik heb het idee dat er af en toe een overdreven veiligheid wordt gevraagd. Maar kleine incidenten met voedsel kunnen grote gevolgen hebben voor de markt. Daar zijn producenten in derdewereldlanden ook van doordrongen.

Wij hebben recentelijk een onderzoek gedaan naar Zambiaanse telers van baby-corn. Die hebben een lucratief contract met Engelse supermarkten, maar zijn als de dood dat een van de boeren verboden bestrijdingsmiddelen gebruikt. Dan zijn ze hun markt in een keer kwijt."

Korn? Versluis

Tekening Henk van Ruitenbeek

Re:ageer