Organisatie - 12 juni 2008

Het barse huwelijksaanzoek uit Utrecht

Oud-rector Cees Karssen.
In mei 1996 viel er een brief op de mat in het bestuurscentrum aan de Wageningse Costerweg. In ruim twintig pagina’s deed de universiteit van Utrecht een huwelijksaanzoek aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, die net met frisse tegenzin op vrijersvoeten was met de instituten van DLO.
De Utrechtse bestuurders Jan Veldhuis en Hans van Ginkel die de brief ondertekenden, deden niet hun best om Wageningen met zoete woorden te verleiden. Wageningen is ‘eenkennig’ schreven ze. En dat is niet slim. ‘Zo zou de landbouwuniversiteit zichzelf wel eens uit de huwelijksmarkt kunnen duwen als onaantrekkelijke partner. De paradox is dat de LUW door bang te zijn voor samenwerking steeds onaantrekkelijker wordt voor samenwerking.’
In de jaren negentig gingen veel bestuurders van universiteiten ervan uit dat er een fusiegolf zat aan te komen. Veel hogescholen waren al gefuseerd tot mega-instellingen, en bij universiteiten zou hetzelfde gaan gebeuren, was de gedachte. Beleidsmakers zochten daarom naar voordelige allianties. Wageningen was een logisch eerste slachtoffer van de schaalvergroting. De studentenaantallen liepen terug, landbouw was een rampgebied van dierziektes en mestoverschotten, en de toekomst van het beschermende ministerie van LNV stond ter discussies tijdens kabinetsformaties.
De faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht wijst per jaar ongeveer net zo veel studenten af als er in Wageningen met hun studie beginnen, stelden de Utrechtenaren fijntjes in hun brief. De landbouwuniversiteit heeft met een instroom van negenhonderd studenten de kritische ondergrens bereikt.
Veldhuis en Van Ginkel stuurden een kopie van de brief naar voedingshoogleraar Jo Hautvast. Diens voormalige rechterhand Fré Pepping vond hem - na het lezen van een artikel over de ontstaansgeschiedenis van Wageningen UR in Resource 30 - terug in zijn la met ‘geheime stukken’. Zo geheim hadden Pepping en Hautvast de brief overigens niet gehouden. Op hetzelfde moment dat rector Cees Karssen de brief in handen kreeg, las een tiental invloedrijke hoogleraren de geheime brief ook.
Twaalf jaar later kan Cees Karssen zich het Utrechtse voorstel maar met moeite herinneren. ‘Nu ik hem lees, herken ik het weer. Nee, deze brief heeft op zichzelf niet zo’n belangrijke rol gespeeld. Wij wisten al eerder van de Utrechtse plannen. Ik heb dat in discussies met hoogleraren over de fusie met DLO wel gebruikt. Als we dit niet doen, weet dan dat we over een poosje onder Utrecht vallen. Het was de dreiging die op de achtergrond altijd meespeelde.’
Jan Veldhuis, die vijf jaar geleden afscheid nam van de Universiteit Utrecht, heeft een beter geheugen. ‘Natuurlijk weet ik dat nog. Wij werden door externe clubs gevraagd om onze mening over het landbouwkundig onderzoek te geven. Dan is het wel zo netjes om dat ook aan Wageningen te laten weten. Wij hadden uitstekende contacten.’
Volgens de Utrechtse bestuurder was angst voor een vijandige overname onterecht. ‘Geen sprake van. Wij zouden knettergek geweest zijn. Iedereen die wel eens in het buitenland is geweest weet hoe ongelooflijk important Wageningen is. Het is de enige Nederlandse universiteit die ze over de grens altijd en overal kennen. Wij waren uit op een associatie waar we samen beter van zouden worden. Niets meer, niets minder. Van een fusie is in onze plannen nooit sprake geweest. Ik vind nog steeds dat we in universitair Nederland meer moeten samenwerken. Dat heb ik bij mijn afscheid in Utrecht ook nog eens benadrukt. En dat zal ik ook blijven zeggen iedere keer dat ik daar de kans toe krijg.’

Re:ageer