Student - 15 december 2010

Het PACIFISME voorbij

Zijn Wageningse studenten wel zo idealistisch als soms wordt gedacht? In een enquête van Resource over idealisme geven ze zichzelf een magere voldoende. 'Als ik meer middelen en meer tijd had, zou ik meer doen.' Opvallend is dat de buitenlandse studenten op de campus beter scoren. Door Kees van de Ark, Gaby van Caulil, Rob Goossens, Suzanne Overbeek en Tom Rijntjes

1-cover-Miesjel.jpg
Pluizen, hippies, wereldverbeteraars: veelzeggende namen passeren de revue wanneer het over studenten in Wageningen gaat. Misschien mag je dat ook wel verwachten. Een universiteit die natuur en klimaat als belangrijke kennisgebieden in huis heeft, kan niet anders dan idealistische studenten herbergen. Toch? Maar is dat eigenlijk wel zo en geldt dat dan ook voor iederéén?
Wij wilden het graag weten en de enige manier om erachter te komen is om het de studenten zelf te vragen. Een enquête dus. Hoe ging dat in zijn werk? Op de verschillende locaties van Wageningen UR verspreidden we tijdens de lunchpauze enquêteformulieren die even later weer werden opgehaald. Dat leverde een stevige respons op: 310 studenten, waarvan 70 van de hogeschool en 240 van de universiteit. In de tweede fase ging een vertaalde versie van de enquête naar internationale studenten in het Forum. Dat leverde nog eens 70 reacties op. Die gingen overigens niet mee op de grote hoop maar telden mee als aparte categorie, om met de Nederlandse studenten te kunnen vergelijken. Maar daarover later meer.
Hakken over de sloot
Allereerst, hoe zien studenten zichzelf? In de enquête moesten ze zichzelf een punt geven, op een schaal van 1 tot 10. Waarbij 1 staat voor 'materialistisch, gericht op eigen welzijn', en 10 staat voor de 'hemelbestormer die volledig gericht is op het hogere doel'. Op die schaal waren de Wageningse studenten net, maar dan ook echt nét, met de hakken over de sloot: een 5,5. De krapst mogelijke voldoende dus, of een onvoldoende natuurlijk voor wie niet zoveel met idealen op heeft.
Tussen jongens en meisjes blijkt er geen verschil. Tussen hogeschool en universiteit wel. De studenten van Van Hall Larenstein scoren met een 5,7 wel iets hoger dan hun collega's van de universiteit, een uitkomst die sommigen zal verrassen. De verschillen tussen de opleidingen zijn groter. Van vier universitaire opleidingen waren er voldoende respondenten om een onderbouwd gemiddelde te kunnen berekenen. Biologie en Dierwetenschappen zaten met respectievelijk 5,7 en 5,2 redelijk dicht bij de instellingsscore. De studenten van Voeding & gezondheid laten een uitschieter naar beneden zien: 4,8. Maar de grootste idealisten vinden we bij Internationale Ontwikkelingsstudies. Score: 7,6.
Idealen metterdaad
Zo'n cijfer zegt uiteraard niet alles. Belangrijker is de vraag welke rol het idealisme van studenten speelt in hun dagelijks leven. Een zestal stellingen moest daar inzicht in geven, variërend van 'ik geef regelmatig aan een goed doel', tot 'ik wil mijn carrière in dienst stellen van een ideële organisatie'. De respondenten konden kiezen uit vijf mogelijkheden uit het spectrum 'helemaal mee eens' tot 'helemaal niet mee eens'.
Voor wie de Wageningse studenten ziet als bevlogen hemelbestormers moet de uitkomst een tikje teleurstellend zijn. Bij vijf van de zes vragen bevindt het zwaartepunt van de respondenten zich duidelijk aan de kant 'niet mee eens', de ideaalarme zijde van het spectrum. Zo doneert de meerderheid geen geld aan een goed doel, koopt in de winkel geen biologische en Fair Trade producten en is al helemaal niet te porren voor vrijwilligerswerk bij een ideële organisatie. Ook voor studentenvakbond WSO is er slecht nieuws, want slechts tien procent doet mee aan acties voor een ideëel doel.

Maar dat zijn hele praktische punten, die direct geld of tijd kosten.  Als het gaat om de keuze van de opleiding laat de student zich van een meer idealistische kant zien, en op de stelling 'mijn carrière wil ik in dienst stellen van een ideële organisatie'  scoort de Wageningse student behoorlijk goed: een op de drie kan dat ronduit beamen, nog eens een derde antwoordt neutraal.
Dat kan tot twee mogelijke conclusies leiden. Een optimistische: studenten zijn idealistisch als het om de belangrijke zaken van het leven gaat (opleiding, carrière). Of een cynische: studenten noemen zich idealistisch op punten die hen op korte termijn geen tijd of geld kosten. Ons onderzoekje geeft daarin geen helderheid. Zeker is wel dat pragmatische overwegingen een rol spelen. Zo schreef een van de respondenten verontschuldigend: 'Als ik meer middelen en meer tijd had zou ik meer doen'. Dat klinkt lief. Maar voor de idealisten is dat natuurlijk een dooddoener. Want wanneer heb je ooit tijd en geld genoeg?
Klimaat!
Voor welke idealen loopt de Wageningse student anno 2010 warm? Nummer een: het tegengaan van klimaatverandering. Liefst 53 procent van de Nederlandse studenten (universiteit en hogeschool) aan Wageningen UR heeft dit in zijn of haar top drie staan. Daarna volgt er even niets en dan komen er drie thema's dicht bij elkaar: verbeteren mensenrechten , eerlijke wereldhandel en verhogen dierenwelzijn.  
Het pacifisme tiert niet bepaald welig in Wageningen. Terwijl hun ouders in de jaren tachtig nog meeliepen in de megademonstraties tegen kernwapens, blijkt 'het verminderen van oorlog/mondiale conflicten' voor de hedendaagse student juist een van de minst populaire idealen. Het enige wat nog lager scoort is 'het verbeteren van de positie van studenten'. Op dit laatste punt kan de studenten in elk geval geen eigenbelang verweten worden. Wat uiteraard goed nieuws is voor staatssecretaris Halbe Zijlstra en zijn plannen om studenten de financiële duimschroeven aan te draaien.
Achter deze gemiddelden gaan overigens wel een paar interessante verschillen schuil. Zo scoren vrouwen beter op klimaatverandering, mensenrechten en dierenwelzijn, terwijl mannen meer affiniteit hebben met een eerlijke wereldhandel. Opvallend is dat mensenrechten bij de studenten van Van Hall Larenstein erg slecht scoren. Dit thema, dat onder meer over politieke gevangenen en kinderarbeid gaat, doet het hier met 23 procent zelfs slechter dan de 'positie van de studenten' (29 procent).
'Improving China'
Met bijna 1500 studenten uit zo'n honderd verschillende landen heeft Wageningen een van de meest internationale universiteiten van Nederland. Een opvallend resultaat uit de enquête is dat  de buitenlandse studenten aanzienlijk idealistischer zijn dan Nederlandse. Hun score op de schaal van tien is een 6,4. Bijna een vol punt hoger dus dan hun Nederlandse collega's.
En dat is niet het enige verschil. Buitenlandse studenten voelen zich bij andere thema's betrokken dan de Nederlandse. Mensenrechten wordt door hen het vaakst genoemd. Het klimaatkomt bij de buitenlandse studenten op de tweede plaats. Ook hoog op de lijst staat het 'verminderen van oorlog/mondiale conflicten', een ideaal dat bij de Nederlandse studenten nauwelijks de handen op elkaar weet te krijgen. Dierenrechten daarentegen scoren bij de buitenlandse studenten ronduit slecht.
Mensenrechten en mondiale conflicten zijn bij de buitenlandse studenten dus aanzienlijk populairder dan bij de Nederlandse. Wat daarbij waarschijnlijk een rol speelt is dat veel buitenlandse studenten uit geografische gebieden komen waar democratie en politieke stabiliteit veel minder vanzelfsprekend zijn dan in Nederland.
Dat wordt ook duidelijk uit de commentaren die de respon­denten toevoegden bij deze vraag. Een van hen gaf kort maar krachtig als ideaal: 'improving China'. Een ander schreef 'better basic education', een ideaal dat we in de Nederlandse lijst niet tegenkwamen.
De buitenlanders die hier naartoe komen voelen zich duidelijk betrokken bij de problemen die ze in de wereld signaleren. Dat blijkt ook uit de antwoorden op de stelling 'ik heb mijn opleiding gekozen omdat ik daarmee het meest voor de wereld kan doen'. Van de Nederlandse studenten is 28 procent het daar geheel of gedeeltelijk mee eens. Bij de buitenlandse studenten geldt dat voor maar liefst 57 procent.
Minder idealistisch dan ouders
Kunnen we uit al deze cijfers ook een trend destilleren? Een 5,5 betekent dat de studenten met de hakken over de sloot zijn. Maar zijn ze daarom ook minder idealistisch dan bijvoorbeeld hun voorgangers in de jaren zeventig, toen universiteiten een bolwerk waren van wereldverbeteraars? Of zijn ze gewoon wat pragmatischer geworden? Zelf denken studenten dit: 37 procent is het eens met de stelling dat studenten minder idealistisch zijn dan dertig jaar geleden. 23 procent vindt dat onzin en 37 procent weet het domweg niet. De meerderheid vindt dus dat hun ouders toch een tikkeltje meer hemelbestormend waren dan zijzelf. Maar het is geen overweldigende meerderheid. 'Studenten zijn tegenwoordig op een andere manier idealistisch', merkt een van de respondenten nuchter op. Zonder daaraan toe te voegen of dat een goede of een slechte zaak is. Een van de buitenlandse studenten stelt het nog wat scherper 'Strong idealisms are the basis for wars and tyrannies'.
Moet dit alles nu ook nog invloed hebben op het beleid van Wageningen UR? Dat valt mee. Hoewel ze minder idealistisch zijn dan soms wordt gedacht, vinden studenten niet dat het onderwijsprogramma van Wageningen UR teveel gericht is op ideële thema's. Slechts 11 procent kan zich vinden in die gedachte. Opmerkelijk genoeg ergeren buitenlandse studenten zich vaker aan het idealisme in het Wageningse onderwijsprogramma (29 procent). Dat komt mogelijk omdat zij hun favoriete thema's daar onvoldoende in terug zien. Wil Wageningen echt een internationaal karakter krijgen, dan zal het dus ook haar idealen naar een mondiaal niveau moeten bijstellen. 

‘De wereld kan goed wat meer idealisten gebruiken!’
Kim van Groningen,  Happy­JMA Wageningen (‘organises very happy local activities and small friendly environmental actions’)
‘Ik schrik wel een beetje van dat lage cijfer, slechts een 5,5. Ik had verwacht dat studenten in Wageningen toch ergens tussen de zeven en acht zouden scoren. Mezelf zou ik nog wel een hoger cijfer dan dat geven. Ik weet niet hoe dit zich verhoudt tot vroeger, al wordt er wel vaak gezegd dat Wageningse studenten vroeger idealistischer waren dan nu. Ik vind het wel jammer, want de wereld kan heel goed wat meer idealisten gebruiken!
De cijfers over het kopen van biologisch en Fair Trade kunnen op twee manieren worden uitgelegd. Natuurlijk is het duidelijk dat studenten over het algemeen niet heel veel voelen voor het kopen van Fair Trade of biologische producten, maar aan de andere kant geeft ruim 60 procent aan het er niet totaal mee oneens te zijn. Ik heb het idee dat dit een hoger percentage is dan het landelijk gemiddelde en ben er dus niet ontevreden over, al mag het wat mij betreft natuurlijk altijd hoger.’
‘Animal welfare sometimes seems ridiculous’
Percy Cicilia, voorzitter van de internationale studentenvereniging ISOW
‘Some international students are from countries where human rights are violated, I think that is why they have a sharp eye for the importance of human rights. Terrible things are happening for example in Ecuador, Venezuela, South Africa and Vietnam. Students from those and other countries deal with problems like human rights during their childhood and throughout their life. Those problems are a reality to them, they stand close to them. They want to fight for it, make a difference.
Animal Welfare sometimes seems ridiculous. When we look at how extremely well animals are generally treated within the Netherlands it is messed up to know that some groups of people are treated worse than a cat. I think people are more important than animals. Of course, animals can be pretty and they can be part of the family. But why does nobody care about the Romanian people for instance? I think that international students in general care more about people. Animals come second.
The university is a place to gather knowledge, not a political navigation system. During classes, there is an overload of information on everything that is wrong in Africa, but scandals in Europe or in the USA are never discussed . Wageningen specializes in life sciences, agriculture, farmers, food and every course has to be sustainable or green. International students notice that and sometimes this environmental aspect is just too much.’
‘Met peace, love and understanding kom je niet ver meer’
Peter Oosterveer, socioloog bij de leerstoelgroep Milieubeleid
‘Idealisme is een term uit de jaren zestig. Toen had het een positieve lading, nu staat het voor velen gelijk aan naïviteit. Mensen zijn praktischer geworden. Er is wel idealisme, maar dat is gericht op concrete thema’s, zoals klimaatverandering. Die ontwikkeling heeft zo zijn voor- en zijn nadelen. Vroeger waren mensen minder flexibel, meer dogmatisch en gesloten, dat is nu niet meer zo. Aan de andere kant zullen mensen zich niet  snel committeren voor de langere termijn. Ze willen kansen openhouden. Dat wil overigens niet zeggen dat studenten materialistisch zijn geworden, ze zijn gewoon wat pragmatischer dan vroeger.
Modern activisme zie je terug in de inrichting van het dagelijks leven. Dat is minder mondig en minder zichtbaar, maar daarom niet minder betrokken. Door de hogere studiedruk is het studentenbestaan korter. Studenten hebben minder tijd en zijn daardoor minder geneigd om op te komen voor zaken die hun directe blikveld overstijgen. Modern idealisme heeft zijn naïviteit verloren, is gerichter en neemt minder tijd in beslag. Met peace, love and understanding kom je niet ver meer.
‘Jongerejaars zijn idealistischer omdat ze naïever zijn’
Jillis Herweijer, student Management, Economic en Consumer Studies. Onder de naam JH bekend als opinieleider op de resource.wur.nl.
‘Als je rechts beschouwt als verantwoordelijk zijn voor je eigen daden en het beste uit jezelf halen, dan ben ik rechts ja. Ik geef mezelf een 2,5 voor idealisme. Wageningen is behoorlijk links en ik denk dat dat ook zo blijft. Bij scholierenverkiezingen wint de PvdA altijd. Later vindt die verschuiving naar rechts plaats. Ik kan me soms wel ergeren aan mensen met moeilijke dreadlocks. Nou ja, ze moeten het zelf weten, maar ik zou daar niet snel vrienden mee worden.
Jongerejaars zijn idealistischer omdat ze nog wat naïever zijn en hun wereldbeeld minder compleet is dan oudere studenten. Volgens mij neemt het idealisme af naarmate je ouder wordt en verder komt in je studie. Ik vind het wel een goede zaak dat er in Wageningen veel aandacht wordt besteed aan thema’s als biobrandstof en hoge voedselkwaliteit. In die zin ben ik wel idealistisch. Ik probeer sociaal te blijven, dus geen afval dumpen of onnodig energie verspillen. Verder doe ik wat me uitkomt. Het is heel goed dat moderne kennis over duurzaamheid wordt toegepast, maar wel uit praktisch oogpunt.
Ik plaats er mijn vraagtekens bij dat 53 procent zegt klimaatverandering belangrijk te vinden terwijl het helemaal niet zeker is dat er klimaatverandering plaatsvindt. Laat staan dat de mens daar een hand in heeft.
Ik stoor me eraan dat er in de colleges zoveel aan­names worden gedaan daarover. Je ziet de mening van de docenten te duidelijk terug in wat ze doceren.’
‘Demonstreren is ouderwets’
Karmijn van den Berg, voorzitter Wageningse Studenten Organisatie (WSO)
‘Studenten komen nog steeds voor hun idealen op, maar dat doen ze wel op een andere manier dan vroeger. Ze hebben er minder tijd en geld voor over om hun idealen na te streven. Een online petitie zoals minimaalnominaal.nl werkt bijvoorbeeld wel. Maar demonstreren is ouderwets. Studentenorganisaties moeten nieuwe manieren vinden om actie te voeren.
In de jaren ‘70 en ‘80 organiseerde de WSO vaak protesten. Tegen de apartheid bijvoorbeeld of uit solidariteit met mijnwerkers in Spanje. In de jaren ‘80 werd elk jaar wel weer een of ander universiteitsgebouw bezet door groepen van honderden studenten. Tegenwoordig is dat veel minder vanzelfsprekend. Vorig jaar kwamen er maar zestig Wageningse studenten naar een demonstratie tegen bezuinigingen op het hoger onderwijs. Maar op 11 december trok onze demonstratie in het centrum van Wageningen toch weer meer dan zeshonderd studenten. Blijkbaar zijn ze wel te mobiliseren als het er echt toe doet.
Als je bijvoorbeeld Suriname en Nederland vergelijkt is het onderwijs hier toch wel redelijk goed geregeld, ik kan wel begrijpen dat de bevolking andere idealen zoals klimaatverandering, die verder achtergesteld zijn, belangrijker vindt. Landelijk gezien zijn Wageningen, Nijmegen en Groningen wel de drie ­steden die een meer idealistisch perspec-tief op de wereld hebben, qua natuur en ­milieu.’
 
Ook Delft en Zwolle scoren dikke vijf
Op verzoek van Resource hebben de bladen van de TU in Delft en hogeschool Windesheim in Zwolle dezelfde enquête uitgevoerd, onder respectievelijk 256 en 503 studenten. De resultaten zijn opvallend vergelijkbaar.
De techneuten uit Delft geven zichzelf een 5,3 voor wereldverbetering, Wageningers een 5,5, en Zwolse studenten vinden zich net wat dromeriger: een 5,6.
Grotere verschillen zijn er tussen het type idealen dat studenten nastreven. Klimaatverandering is de grootste zorg in Delft (door 55 procent genoemd) en Wageningen (53 procent), veel meer dan in Zwolle (30 procent). Langs de IJssel maken studenten zich vooral druk over mensenrechten (54 procent.
Van de drie steden springt Wageningen eruit als het gaat om eerlijke wereldhandel (38 procent). Zwolle onderscheidt zich door het grote belang aan de positie van studenten (38 procent). In de Prinsenstad ten slotte speelt vooral het verminderen van mondiale conflicten (40 procent).
 

Re:ageer