Wetenschap - 1 januari 1970

Het Grote Ideaal

Het Grote Ideaal

Het Grote Ideaal


Paul en Susan blokkeren wijdbeens de weg die naar het Torckpark leidt.
,,Waar heeft u uw fiets gelaten? Die moeten daar in die weg in worden
gestald.’’ In het Torckpark vindt op zaterdagmorgen de brunch en de warming-
up plaats voordat het programmaonderdeel van de introlopers ‘Het grote
ideaal’ begint. Op het grasveld ontspringen langzaamaan steeds meer
groepjes rondom een voedselkrat. Plannen maken om geld te sprokkelen voor
Stichting ‘Doe een wens’ daar wagen ze zich nog niet echt aan. ,,Het was
vannacht erg laat.’’ Het goede doel van dit jaar had weet van het jaarlijks
terugkerende programmaonderdeel ‘Het grote Ideaal’ en meldde zich, volgens
wenshalers Erik en Dasja, zelf aan bij de AID. ,,Wij laten wensen uitkomen
voor ernstig zieke kinderen, zodat zij voor een dag hun zorgen kunnen
vergeten.’
Na de warming-up werd iedereen actief voor dit doel. Een groepje verkocht
doodleuk het fruit wat overbleef van de brunch. En groepsgenoot Linda
maakte daarnaast zelfportretten van het winkelende publiek. Na een half uur
hadden ze al veertig euro in de pot. ,,We hebben zelf ook nog maar wat
fruit bij de winkel voor de voorraad gekocht.’’ Als ze twee internationale
mannen aanhouden om fruit te verkopen, wijzen die naar hun goedgevulde
fruittassen, net gekocht op de markt. Dus doneren ze maar een mango. ,,Die
gaan we natuurlijk wel voor vijf euro verkopen!’’ Het groepje dat mensen
kidnapt en dan losgeld vraagt kan het niet hebben en ontvoert de
verkoopster.
Het winkelend publiek heeft het maar zwaar met winkelen. Om de paar passen
smeekt weer iemand om geld voor één of ander kunstje. ,,Nee, nee, wij
hebben al gesponsord vandaag.’’ Gelukkig is er een groepje op het ludieke
idee gekomen om stickertjes te verkopen met de tekst ‘Ik heb al
gesponsord’. Wil het echter soelaas bieden dan moet je jezelf echter wel
met wat meer stickers onderplakken. Ook plunderden vele groepjes de
voorraad lege dozen in de supermarkten. Groepje 14 is er nog niet precies
uit wat ze met de dozen gaan doen, in ieder geval mensen laten lachen.
Ruud gaat waarschijnlijk niet voor niets Bedrijfs- en
consumentenwetenschappen studeren, want hij heeft het over het binnenhalen
van grote bedragen. Hij wil er nog geen precieze schatting over geven.
,,Maar we denken er zelfs nog iets voor onszelf aan over te houden.’’
Groepje 41 maakte met dozen tolpoorten in de Hoogstraat. Miranda: ,,Wil je
passeren, dan betaal je maar tol.’’ Het fenomeen wensputten is wel
opvallend veel gebruikt. Zelfs de fontein op de markt werd gebombardeerd
tot wensfontein, al kreeg je er dan nog wel gratis limonade bij. En om
uniek te zijn fungeerde een jongen als wensput met tape waaraan je munten
moest vastplakken.
In de Hoogstraat is ook een massage mogelijk. Een bed voor de massage, een
bankstel voor de toeschouwer, tafel, drankje, plant, kortom niets
ontbreekt. Passant Jeroen ondergaat gedwee de massage. ,,Welke man wil nou
niet door vijf prachtige meiden worden gemasseerd?’’
Bij het levende fruitspel wil het maar niet lukken. De prijzen als
bellenblazers en stopkrijt ten spijt.
Groepje 7 kocht een bank bij de Kringloop om te veilen. Bram: ,,We waren
echter iets te ambitieus.’’ Het bankje wordt voor 10 euro verkocht, terwijl
ze er zelf ook dat bedrag voor betaalden. ,,Ach, dan leggen we zelf wel wat
bij voor het goede doel.’’ Voor hun, midden in de drukke winkelstraat,
staat een fiets met een bordje ‘Dit is wenswater’ op de fiets. Wat dat is?
,,Ja, dat hebben we niet uitgewerkt. Maar een eindje verderop staat nog
iemand van ons.’’ En inderdaad, daar staat al de hele middag iemand een
infopaal te zijn. Stilstaand als een standbeeld, hand naar voren met
nummertjes, en met een computerstem laat hij tegen betaling het keuzemenu
horen. Optie 1 is een plattegrond van Wageningen, optie 2 info over de AID,
enzovoort.
Groepje 21 laat het werk aan de huishond van de mentor over. Omelowue doet
tegen betaling een kunstje. Wat voor kunstje? Betalen, gooi maar geld in
het water dan zie je het.’’ Hij blijkt, niet helemaal verrassend, in staat
te zijn om pootjes te geven.
Het groepje wat de hele AID al met rode puntmutsen loopt verkoopt bij de
kerk kaboutershakes. In de smaken aardbei en lemon. Ze waarschuwen nog dat
het ranzig slecht smaakt, maar daarin zijn ze toch echt vals bescheiden.
Kabouter David legt uit hoe ze het drankje maken: ijs, melk en
limonadesiroop, met een handmatige mixer. ,,En natuurlijk met heel veel
kabouterliefde.’’
De inspanningen van de AID-lopers zijn dit jaar rijkelijker beloond dan
andere jaren. De muntjes moet de bank nog tellen, maar het binnengehaalde
bedrag ligt rond de 2000 euro.
Esther Tol, Foto Guy Ackermans

Re:ageer