Wetenschap - 30 augustus 2001

Het Debat: Zijn beschermende regels goed voor de natuur?

Het Debat: Zijn beschermende regels goed voor de natuur?

'Werken met die richtlijnen is een ontzettend schrale benadering'

Projectontwikkelaars en beleidsmakers merkten de afgelopen jaren duidelijk dat de natuur juridische bescherming geniet. Met Europese en nationale wetgeving als de Vogelrichtlijn, de Rode Lijsten en de Habitatrichtlijn kunnen burgers maar ook natuurorganisaties als Das en Boom succesvol strijden tegen bouwprojecten, als die de natuur in gevaar brengen. De korenwolf, de vuursalamander en de zeggekorfslak boezemen ambtenaren, architecten en ontwikkelaars die wegen of bedrijventerreinen willen aanleggen ondertussen bijna angst in. Gelukkig voor hen zijn er steeds meer cursussen die hen wegwijs maken in het juridische steekspel. Onlangs kondigde Alterra een cursus Natuurcompensatie aan, waarin geleerd wordt hoe om te gaan met bedreigde natuur. Maar heeft de natuur nu eigenlijk wel profijt van dit juridische gekrakeel?

Dr. Albert Beintema, wetland-ecoloog bij Alterra, doet onderzoek naar de Vogelrichtlijn: "Laat ik voorop stellen dat het zonder regels een grote bende zou zijn. Waar het om gaat is hoe je die regels bedenkt en toepast, of dat democratisch gaat of dictatoriaal. De Vogelrichtlijn is bij beleidsmakers als een bom ingeslagen. Dat komt omdat de beslissingen van bovenaf genomen worden door politici. Ook de begeleiding door de rijksoverheid was ruim onvoldoende. De Vogelrichtlijn zat er al lang aan te komen, maar LNV heeft het tien jaar laten liggen, tot ze na een veroordeling door het Europese Hof wel moesten.

In principe hoeft een richtlijn niet tot een soort beperkt te zijn, want er komt ook een habitatrichtlijn. Daarin kijkt men breder. Wat wel vervelend is, is als dingen de neiging krijgen door te schieten. Dat korenwolfverhaal bijvoorbeeld. Ik weet daar het fijne niet van, hoor, maar je moet zorgen dat je de zaken niet in het belachelijke trekt. Anders verlies je draagvlak."

Klaas Jan Warna, landschapsarchitect bij Vista: "Geen van ons heeft een cursus gevolgd. Ik heb er zelf nog naar gekeken, gewoon om mijn expertise op te vijzelen, maar binnen het bureau is er weinig belangstelling. Dat komt ook doordat we werken via integrale planvorming.

Werken met die richtlijnen is een ontzettend schrale benadering. Op zich is het een goede zaak dat er regels bestaan, maar ik heb de idee dat misbruik mogelijk is, zowel van natuurbeschermers als van projectontwikkelaars.

We krijgen regelmatig verzoeken om na te gaan of iets kan volgens richtlijnen. Negenennegentig procent wijzen we af. Via overleg tot een goed plan komen, is veel beter. Zo'n plan kan in ideale omstandigheden juist veel meer natuur opleveren. Maar sommige groepen hebben de neiging om naar het wapen van de richtlijn te grijpen. Zij zijn te wantrouwend om een gezamenlijke planvorming op te zetten."

Dr. Geert Groot Bruinderink, grootwild-ecoloog bij Alterra, onderzoekt ecologische verbindingen: "Als de wetgeving goed op de rails staat en er geen gaten in zitten, dan wordt het onmogelijk om daar te bouwen waar het niet mag. Ik heb wel vertrouwen in de regelgeving. Er zijn wel regelingen, zoals de compensatieregeling, waarbij je makkelijk kan denken dat bouwen kan als het elders maar gecompenseerd wordt. Alsof de natuur inwisselbaar is. Dat systeem loopt vast.

Wat ik zou willen is dat er bij iedere vierkante meter aanleg van asfalt of bouwgrond ergens anders tien vierkante meter wordt opgeruimd. Dan houdt het bouwen vanzelf op. Dat zou pas echt compenseren zijn. Dat is heel moeilijk, maar anders verdwijnt Nederland onder het asfalt.

De natuur is te complex om je bescherming op ecologische systemen in te zetten, maar je kunt wel zorgen dat planners anders gaan denken. Je zou een hele grote winst maken als je een weg als de A73 bij Venlo ondergronds of op pilaren aanlegt. Of de A50 op pilaren. Dan hebben automobilisten een schitterend uitzicht en kunnen de beesten migreren. Volgens mij kan Rijkswaterstaat dat wel, maar is er een cultuuromslag nodig."

Ir. Jan Bakker, DHV Milieu en Infrastructuur, samen met prof. dr. Paul Opdam van Alterra verantwoordelijk voor de nieuwe cursus Natuurcompensatie: "Bij organisaties als waterschappen zie je de afgelopen vijftien jaar een bewustwording van de kaders waarbinnen ze opereren. Er is wel en lacune in de kennis van die kaders. We zien dat als je in en project te maken krijgt met natuurrichtlijnen, mensen vaak niet de vertaalslag kunnen maken tussen de feitelijke kennis van de regelgeving en de toepassing daarvan in het planproces.

Je ziet vaak, dat als er iets speelt, men denkt: dat komt later wel bij de uitvoering. Maar dan blijkt dat je dan al wat stappen heb gezet, zodat het moeilijk is om het er helemaal in te bouwen. Ik geloof niet dat cursussen juridisering opwekken, maar het is wel zo dat mensen voorzichtiger worden. Ze willen weten wat de kaders zijn, en hoe hard die zijn.

De richtlijnen zijn geen vehikel voor integrale planvorming. Je hebt twee dimensies, wat moet ik en wat kan ik. Die laatste wordt niet door de wet voorgeschreven. Je hebt altijd een visie nodig om verder te komen."

Ir. Jan de Wit, landschapsarchitect bij Zandvoort Ordening en Advies: "Ik heb twee dagen cursus gevolgd, met als gevolg dat iedereen in het bureau nu naar mij toekomt als er vragen zijn. Die cursussen zouden niet nodig zijn als de overheid zijn voorlichting op orde had. Dat is slecht geregeld. Daar komt bij dat ook de wetgeving nog niet op orde is. De Europese richtlijnen zijn bijvoorbeeld nog niet in Nederlands recht omgezet."

'De Vogelrichtlijn is bij beleidsmakers als een bom ingeslagen'

'Die cursussen zouden niet nodig zijn als de overheid zijn voorlichting op orde had'

Re:ageer