Wetenschap - 22 maart 2001

Het Debat: Trots op Wageningen?

Het Debat: Trots op Wageningen?

'Wageningen UR voor velen nog een ver-van-hun-bed-show'

Wageningers moeten trots durven zijn, zei collegevoorzitter Veerman twee weken geleden. Wb ging op zoek naar het 'Wageningen UR-gevoel'.

Frits Mandersloot, onderzoeker Praktijkonderzoek Veehouderij: "Trots op Wageningen UR? Tja, dat is een moeilijke vraag. Wij horen nog niet zo lang bij Wageningen UR. Je merkt er ook nog niet zo heel veel van.

Ik ben wel trots op het Praktijkonderzoek Veehouderij. Onze onderzoeksresultaten zijn direct toepasbaar, na de fusie is er nieuw elan, er is een goede werksfeer en volgens mij leveren we ook goede producten af. Van Wageningen UR zien we natuurlijk het beeldmerk en er wordt druk gediscussieerd over de vorm van de kenniseenheden. Of mensen ook trots worden op Wageningen UR als koepelorganisatie hangt af van de meerwaarde die het biedt voor de afzonderlijke eenheden zoals het praktijkonderzoek."

Bart Stroeken, bestuurslid Wageningse Studenten Organisatie (WSO): "Pfoeh, daar val je me een beetje rauw mee op mijn dak. Ik vermaak me hier wel (stilte). Nu ik er over nadenk geloof ik dat ik zelfs wel trots ben op Wageningen, ja. We doen hier een hoop nuttig onderzoek, waar we best mee voor de dag kunnen komen. Ik ben het ook wel met Veerman eens dat Wageningers snel in een hoekje kruipen. We zouden best wat meer lef kunnen tonen in de media bijvoorbeeld. Ook als studenten kunnen we best trots zijn. De inspraak in Wageningen is landelijk gezien zeer behoorlijk. Overal zijn studenten betrokken. Ik weet niet of we wat dat betreft de beste zijn, maar bovengemiddeld goed is het zeker."

Dr. ir. Harry Kuiper, Rikilt: "U kunt het door de telefoon niet zien, maar ik glim van trots.

Zonder gekheid, ik ben best trots op Wageningen als landbouwkenniscentrum, dat was ik ook al voordat Wageningen UR er was. Wij werkten al nauw samen met de universiteit. Ik merk wel dat Wageningen UR als koepelorganisatie nog niet echt op de kaart staat. Ik denk bijvoorbeeld niet dat Wageningen UR mijn medewerkers een beter gevoel heeft gegeven. Dat is toch nog een ver-van-mijn-bed-show. Ik kom nog wel eens buiten de deur, en op internationale congressen stel ik me voor als Harry Kuiper van Rikilt. De naam Wageningen UR zegt niet veel. Als mensen ernaar vragen, leg ik wel uit dat we met de universiteit zijn gefuseerd.

Wageningen UR zou zich dus best wat meer mogen profileren ook in het buitenland. Ik denk dat de voedingswetenschappen goed zijn geprofileerd, maar de fundamentele wetenschappen als moleculaire biologie zouden beter naar voren moeten komen. Dat je in Wageningen de link kunt leggen tussen fundamentele en toegepaste wetenschappen. Dat is denk ik voor veel scholieren niet duidelijk. Ook aan communicatie over biotechnologie naar consumenten, mijn eigen terrein, zou meer gedaan kunnen worden. Het klinkt misschien wat cynisch, maar met al die schandalen over voedselveiligheid en dierenwelzijn kunnen we Wageningen natuurlijk goed op de kaart zetten. Er gebeuren ook wel goede dingen op dat vlak. Pas met de klimaatconferentie was het ook hier bij het Rikilt geweldig druk. Zo laat je mooi zien wat je allemaal te bieden hebt."

Dr. ir. Dick Verduin, oud-ondernemingsraadslid Wageningen Universiteit: "Ik denk dat we reden hebben om trots te zijn. We staan internationaal goed bekend om ons onderwijs en onderzoek. Buitenlandse instituten zien onze studenten bijvoorbeeld graag komen voor een stage.

Wat ik wel merk, is dat er een kloof gaapt tussen het bestuur en de mensen op de werkvloer. In mijn contacten met bestuurders merkte ik dat onderwerpen die 'boven' in de organisatie wel leven 'beneden' niet overkomen. Als mensen niet weten wat er gebeurt, ontstaat een negatieve sfeer, zo van 'Ze doen maar wat'. Als mensen het gevoel hebben dat ze geen grip hebben op de situatie ontstaan snel irritaties. Ik heb het college van bestuur al eens aangeraden om vaker koffie te gaan drinken met de mensen in het veld."

Ir. Leo Klep, publicist: "Ik ben het helemaal met Veerman eens. Trots moet je hebben. Als ik terugkijk is er veel te lang intern gemopperd.

Ik zie overigens dat er weer meer met zelfvertrouwen naar buiten wordt getreden. In de kranten staan weer Wageningers en over die klimaatconferentie heb ik tot nog toe alleen maar tevreden gemonkel gehoord.

In de traditie van het gemopper wil ik nog wel wat opmerken over de positie van Veerman. We leven in een tijd waarin bedrijven een smoel hebben in de persoon van de leider. Ik ken steeds meer leiders van grote bedrijven bij naam. Zo heeft Wageningen UR ook een boegbeeld nodig. Die man moet er ook zijn, en laten zien dat hij er zelf trots op is. Ik vind dat een instelling met een omzet van een miljard geen deeltijdbaas mag hebben. Veerman moet er zijn, en niet alleen extern maar ook intern laten zien dat hij trots is op Wageningen en erbij wil horen. Ben trots met ons!"

Een medewerker van het facilitair bedrijf die liever anoniem blijft: "Trots? Ik ben helemaal niet trots. Niet als ik de manier zie waarop Wageningen UR met zijn mensen omgaat. Een collega van mij kreeg bijvoorbeeld te horen dat zijn chef liever een ander had op zijn positie. Toen hij de volgende dag op zijn werk kwam, stonden al zijn spullen al in dozen op de gang. Dat is toch geen manier om met mensen om te gaan? Je wordt gewoon als oud vuil aan de kant gezet. Waar moet ik de trots vandaan halen als ze zo met mijn collega's omgaan. Wat vooral steekt, is dat je niet betrokken wordt bij allerlei besluiten. Ik hoor dat ook van collega's op andere plaatsen. Dus trots, nee, dat ben ik niet meer."

Korn? Versluis

Tekening Henk van Ruitenbeek

'Er is veel te lang intern gemopperd'

'Ik ben helemaal niet trots als ik zie hoe Wageningen UR met zijn mensen omgaat'

Re:ageer