Wetenschap - 31 mei 2001

Het Debat: Studentenraadsverkiezingen

Het Debat: Studentenraadsverkiezingen

Drie fracties, ??n studentenraad. Valt er nog wat te kiezen?

Van 25 mei tot en met 7 juni zijn de studentenraadsverkiezingen. Sinds 1997 hebben Wageningse studenten de keus uit drie fracties, die strijden om totaal twaalf zetels in de studentenraad. Een gezamenlijk promotieteam van de studentenraad probeert ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk studenten gaan stemmen. Daarnaast voeren de fracties hun eigen campagne. Maar valt er eigenlijk nog wel wat te kiezen voor de student? Het Wb ging op zoek naar de verschillen tussen de fracties.

Matthijs van der Vorm, twee jaar geleden voor de CSF in de studentenraad, dit jaar lijstduwer van de PSF: "Ik zie meer overeenkomsten dan verschillen tussen de fracties. Allemaal zijn ze redelijk pragmatisch. De verschillen zijn wel iets groter geworden dan in mijn tijd. Toen bestond de studentenraad net en moesten we allemaal het wiel uitvinden. Nu heeft de CSF haar C wat opgepoetst en laat nadrukkelijker haar eigen geluid horen. De PSF heeft een idealistischere insteek en VeSte moet toch voor de studentenverenigingen kiezen. Het hangt er bovendien ook vanaf welke mensen in de fracties zitten."

Swami Girdhari, zesdejaars student Agrarische economie: "De fracties komen in grote lijnen wel overeen maar de verschillen zijn voor mij heel duidelijk. Ik ga stemmen op de PSF, de fractie die bij de WSO hoort. Zij zijn onze studentenorganisatie en komen op voor alle studenten. Trouwens, niet alleen voor studenten maar ook voor andere groeperingen, bijvoorbeeld voor arme boeren. Als er iets aan de hand is, stapt de PSF er als eerste op af. Je ziet dat ze zich met een bepaalde passie inzetten voor de student, doordat ze bijvoorbeeld acties voeren en demonstraties houden. Nu gaan er ook weer studenten van de PSF en de WSO in de Landelijke studenten vakbond. Het is een linkse beweging en dat past wel bij mijn denken."

Dr. Rob van Haarlem, lid van de ondernemingsraad: "In vergaderingen proberen we consensus te krijgen en dat lukt bijna altijd. Dat zit in de Nederlandse cultuur. De studentenraadsfracties leveren wel allemaal hun eigen punten in een discussie maar het komt zelden tot een scherp debat. De drang naar harmonie is groter. Het komt dan ook maar een enkele keer voor dat er daadwerkelijk verschillend gestemd wordt. Ik heb wel het idee dat de CSF in een betoog vaker vanuit een grondgedachte spreekt dan VeSte en de PSF."

Otto Ganguli, vierdejaars student moleculaire wetenschappen, lijstduwer van VeSte: "In de verkiezingsprogramma's staan vooral details. De basisgedachte van de fractie komt daar maar beperkt in naar voren. Door een discussie zou je de fracties uit hun tent kunnen lokken, dan zouden ze beter tot hun recht komen. Een verschil dat ik wel zie, is dat VeSte zich net een stapje meer inzet voor de actieve studenten. Ze houdt zich meer bezig met onderwerpen als bestuursbeurzen en mensa's dan de andere fracties. Maar als je echt de gedachten van een fractie wil ontdekken, moet je gewoon eens met iemand van de lijst gaan praten."

Joost Pijnenburg, vijfdejaars Dierwetenschappen: "De verschillen tussen de fracties zijn niet levensgroot. Zelf ga ik helemaal niet stemmen. Ik ben actief geweest binnen de studievereniging en in het departementsoverleg. Daar heb ik gezien dat alles op bestuursniveau zo tergend langzaam gaat. Als er iets wordt besloten, duurt het nog drie jaar voor het wordt uitgevoerd. Ik heb respect voor de mensen die zich in de studentenraad inzetten, maar als ik nu ga stemmen, zie ik daar pas jaren later wat van terug, terwijl ik al bijna ben afgestudeerd. Het is al zo marginaal wat de studentenraad als geheel voor elkaar krijgt, dat de verschillen dan niet meer zo veel uitmaken."

Marleen Vree, zesdejaars Voeding en gezondheid, zat vorig jaar voor de CSF in de studentenraad: "Ik stem op de CSF. Voor een buitenstaander lijkt het wel of de fracties voor hetzelfde strijden maar in de aanpak zitten de accentverschillen. Als je zelf in de studentenraad hebt gezeten, merk je dat het beste. De CSF is gericht op samenwerking, ze wil iets opbouwen. Bovendien heeft ze een duidelijke visie die van jaar op jaar wordt overgedragen. Daarmee bereikt de CSF een continu?teit, wat voor de andere fracties toch moeilijker is. Het is wel goed dat er nog verschillende fracties zijn, want daardoor hou je elkaar scherp. Ook de verschillende grootten van de fracties heeft voordelen. De kleine fracties kunnen zich richten op het overzicht terwijl de grote aandacht kunnen geven aan details. Zo hou je als studentenraad alles in de gaten."

Ir. Detmer Sipkema, in 1998 tijdelijk voorzitter van de studentenraad en lid van de PSF: "Op basis van de verkiezingsprogramma's zijn de verschillen moeilijk te ontdekken. Iedere fractie strijdt voor een goede universiteit, goed onderwijs et cetera. Gedurende het jaar komen de verschillen wel naar voren. Grof gezegd hamert VeSte meer op studentenvoorzieningen, de PSF op onderwijs en de CSF op maatschappelijke betrokkenheid. Dat was in mijn tijd hetzelfde. Ook spreken de partijen verschillende studentengroepen aan. Als je lid bent van een vereniging, lijkt VeSte me de beste partij. Zij benadrukt dat ze zich inzet voor de actieve student, in het bijzonder de verenigingsstudenten. Zo zullen leden van een christelijke vereniging op de CSF stemmen. Dat kun je vergelijken met het CDA in de landelijke politiek. De PSF krijgt de rest van de stemmen. En dat lijkt me een mooie verdeling."

Een studente die liever anoniem wil blijven: "Ik kan niet gaan stemmen omdat ik het stembiljet er per ongeluk heb afgescheurd. Normaal stem ik wel. Dan kijk ik of er iemand op de lijst staat die ik ken en stem ik daarop."

Suzanne Lommen

Tekening Henk van Ruitenbeek

Zie ook pagina 5, Drie smaken: idealistisch, nuchter of samenwerkend.

'In de aanpak zitten de accentverschillen'

'Grof gezegd hamert VeSte meer op studentenvoorzieningen, de PSF op onderwijs en de CSF op maatschappelijke betrokkenheid'

Re:ageer