Wetenschap - 17 mei 2001

Het Debat: Stop de ontwikkelingshulp maar

Het Debat: Stop de ontwikkelingshulp maar

'Dit is wel een erg zwak excuus om op te houden met ontwikkelingssamenwerking'

Het regent knuppels in het hoenderhok in de wereld van de ontwikkelingssamenwerking. Donderdag 10 mei schreef Pieter Marres, ambassadeur in bijzondere dienst voor Ethiopi? en Eritrea, in de Volkskrant dat de ontwikkelingshulp beter afgeschaft kan worden. Dat zou de waardigheid van mensen herstellen en pas dan is de dekolonisatie afgerond. Bovendien hebben ontwikkelingslanden meer capaciteit in huis dan we denken. Hoe zouden landen als Ethiopi? en Eritrea anders de middelen kunnen mobiliseren voor een oorlog tegen elkaar, zo redeneert Marres. Maar de hoger opgeleiden die er zijn moeten zich volgens Marres bezighouden met het voldoen aan procedures en eisen van donoren. Als er geen ontwikkelingshulp was, zouden ze zich met hun eigen land kunnen bezighouden. In dit Wb-debat onderzoekers en studenten uit ontwikkelingslanden zelf aan het woord.

Tesfaye Beshah, PhD-student uit Ethiopi? bij de leerstoelgroep Communicatie en innovatiestudies: "Dit is wel een erg zwak excuus om op te houden met ontwikkelingssamenwerking. Ik heb problemen met de analogie tussen oorlog en ontwikkeling. Ik zou ook willen dat we deze mobilisatie van middelen voor ontwikkeling konden gebruiken. Maar de oorlog over de grens is een grote zaak, makkelijk te begrijpen voor alle burgers. Mensen geven er hun salaris voor of gaan zelf naar het front. Tegen armoede werd tot nog toe niet zo'n breed gedragen initiatief georganiseerd. Voor armoede is niet van de ene dag op de andere een oplossing. Veel problemen hangen bijvoorbeeld samen met afhankelijkheid van de wereldmarkt. Zaken als droogte spelen ook een rol. Er is een heel ander management nodig voor oorlog dan voor ontwikkeling. Ontwikkelingshulp stoppen om die reden getuigt op z'n best van slecht management van ontwikkelingshulp zelf.

Intellectuelen zijn in Ethiopi? niet te veel bezig met de bureaucratie van de hulp. Natuurlijk zijn projecten van NGO's - non-gouvernementele organisaties - altijd een aanvulling op die van ministeries van de overheid. Om duurzame ontwikkeling te bereiken, zou ontwikkelingshulp gekanaliseerd moeten worden via de overheid. De overheid zou voor een betere en meer uitdagende werkomgeving moeten zorgen, zodat hoger opgeleide mensen er blijven. Ik vraag niet om salarissen zo hoog als in de NGO-sector, maar ten minste een redelijk niveau. Om lokale capaciteit op te bouwen, heeft de overheid steun nodig. Burgers moeten daarbij betrokken worden.

Donoren moeten van de andere kant ook transparant en effici?nt werken. En ze zouden moeten weten in welk soort systeem ze interveni?ren voordat ze dat doen. Kennis van de lokale omstandigheden maakt hulp effici?nt."

Bernard Keraita uit Kenia, doet zijn MSc Irrigation aan Wageningen Universiteit: "De omstandigheden verschillen erg tussen landen. Sudan is niet hetzelfde als Mexico. Toch heeft de Wereldbank vaak dezelfde procedures voor verschillende landen. Als een donor wil helpen, dan moeten hij eerst de lokale situatie bestuderen. Van de andere kant is hulp voor de allerarmste landen noodzaak geworden.

Het probleem van lokale capaciteit is niet alleen dat ik, als ik terug ga naar Kenia, bij de Wereldbank veel meer kan verdienen dan de honderd of tweehonderd gulden per maand die ik bij de overheid kan krijgen. Als ik voor een donor werk, ben ik ook vrijer om te zeggen wat ik vind. Ik ken professoren die voor de overheid zijn gaan werken. Maar die konden niet de maatregelen invoeren die ze goed achtten, omdat ze niet vrij waren dat te doen."

Dr. Xiaoyong Zhang, econoom uit China die nu werkt voor het LEI: "Er is inderdaad meer capaciteit in ontwikkelingslanden dan vaak gedacht wordt en het is een goede zaak om je dat te realiseren. Maar deze stelling draait de zaken om. Waarom versimpelen donoren hun procedures niet? Dat is hun probleem. Ik ken gevallen van formulieren van meer dan honderd pagina's om geld aan te vragen. Sommige NGO's of onderzoeksprojecten krijgen hoop als ze horen van de mogelijkheid fondsen te krijgen, maar die zakt in de schoenen als ze het aanvraagformulier zien."

Christiaan Gouet, MSc-student Management of agricultural knowledge systems uit Chili: "Er is een groot verschil tussen de werkelijkheid en wat mensen in Europa denken over ontwikkelingslanden. Chili is een interessant geval want de ontwikkelingshulp is daar daadwerkelijk gestopt. De laatste jaren is de economie van Chili gegroeid. We zijn rijk, we exporteren voedsel. Dus denken veel mensen in Europa dat het geen ontwikkelingsland meer is. Maar de verschillen tussen rijk en arm zijn groot. Er zijn veel arme mensen op het platteland. In de periode-Pinochet werden die geholpen door ontwikkelingsprojecten van buiten het land. Want we waren een arm land en ze kregen geen hulp van de regering van Pinochet. Nu zijn die mensen nog steeds arm, krijgen geen hulp van de overheid, want die richt zich op steden, en de donoren gingen weg in de veronderstelling dat Chili een rijk en politiek correct land is. Dit zou ook in andere landen kunnen gebeuren. Niemand vraagt zich af wat er na ontwikkeling komt. Het is dus geen goed idee ontwikkelingshulp helemaal te stoppen. Maar lokale professionals moeten daar wel in betrokken worden. Er wordt veel samengewerkt in Nederland, jullie zouden moeten weten hoe dat moet. Maar in de ontwikkelingssamenwerking lijkt weinig te worden samengewerkt."

Joris Tielens

'Formulieren van meer dan honderd pagina's om geld aan te vragen'

'De donoren gingen weg in de veronderstelling dat Chili een rijk en politiek correct land is'

Re:ageer