Wetenschap - 31 januari 2002

Het Debat: Schept de Europese Commissie tweederangs boeren in Oost-Europa?

Het Debat: Schept de Europese Commissie tweederangs boeren in Oost-Europa?

'Integratie in EU brengt nu eenmaal herverdeling van inkomen naar het Oosten'

De boeren in de nieuwe lidstaten zouden bij toetreding tot de EU in 2004 een kwart van de inkomenssteun krijgen die de boeren van de huidige lidstaten van de EU ontvangen. Dat is het voorstel van de Europese Commissie. Pas in 2013 zou de inkomenssteun voor alle boeren gelijk zijn. De Poolse minister van landbouw, Jaroslaw Kalinowski, hekelt dit 'tweederangs' lidmaatschap. Het Financieele Dagblad van 29 januari schrijft: 'Ze verwijten ons dat in Tsjechi? de Roma geen gelijke rechten hebben, maar dit is ook geen gelijke behandeling', aldus Vaclav Hlavacek, de voorzitter van de Tsjechische landbouwkamer.

Dr Huib Silvis, LEI: "Het is begrijpelijk dat de toetredende landen geen tweederangsburgers willen zijn. Maar er zit ook een financi?le kant aan. Inkomenssteun moet wel passen binnen de mogelijkheden. Maar het is onze rol als LEI niet om daar een mening over te hebben. Wij bekijken alleen wat de gevolgen van bepaalde scenario's zijn. De afweging is aan de politiek. Er zijn partijen genoeg die zeggen: we moeten het er maar voor over hebben. Het betekent wel een paar miljard extra. Het is dan niet verantwoord om de volledige steun toe te passen."

Prof. Arie Oskam, leerstoelgroep Agrarische Economie en Plattelandsbeleid: "Nu heeft de Europese Commissie een voorstel op tafel gelegd. Als je goed bent ingewijd in het politieke spel, dan weet je dat iedereen daar vervolgens weer afstand van neemt. Dan begint het onderhandelen. Op zich vind ik 25 procent in 2004 al vrij hoog. Maar het is een openingsbod. Nu hangt het er van af hoe hard de EU-lidstaten gaan blazen. Een startpunt van tien of vijftien procent had ik me ook wel voor kunnen stellen. Langzamerhand groeien de landen in dezelfde richting.

De extra steun voor de boeren in de nieuwe lidstaten zal betaald worden op basis van het Bruto Nationaal Product, zoals dat nu ook gaat. Dat betekent dat het budget toch omhoog gaat, hoewel op de Europese top in Berlijn, drie jaar geleden, besloten is dat de uitbreiding geen gevolgen voor de uitgaven zou hebben. Er is indertijd ook gezegd dat de toeslagen voor de boeren altijddurend zouden zijn. Maar een besluit in de politiek gaat net zolang mee tot er een goede grond is om het besluit te veranderen. Als door de toetreding van de nieuwe landen de uitgaven sterk omhoog gaan, zal dat de afloop van de toeslagen versnellen.

Er is nog een punt waar nog helemaal niet over gesproken is, de referentiebasis. Als je geen referentie hebt, kan je ook niet bepalen wie hoeveel geld krijgt. De Centraal- en Oost-Europese landen willen graag 1989 als referentie aanhouden. Dat was de tijd dat ze nog vrij veel produceerden."

Prof. Jan Douwe van der Ploeg, leerstoelgroep Rurale Sociologie: "De landbouw is voor Oost-Europa ontzettend belangrijk. Er zijn nu veel meer, vooral kleine, boeren dan onder het communistisch regime. Die hebben hard toegang tot markten nodig en de faciliteiten van het landbouwbeleid. Maar overplanten van het huidige landbouwbeleid naar Oost-Europa geeft een onmogelijke explosie van het budget. Maar het is ook volstrekt onaanvaardbaar dat er een tweedeling ontstaat tussen de rijkere Westerse boeren, die wel steun krijgen, en de armere boeren uit het Oosten, die geen steun krijgen maar het zo hard nodig hebben. Dat legt een tijdbom onder Europa en de cohesie.

Een heel andere tijdbom is dat je nu al veel ondernemers en maffiosi uit Itali? enorme lappen grond ziet kopen in Oost-Europa met een rommelbedrijf er op. Zij speculeren er op dat ze straks gigantische hoeveelheden geld binnenhalen als daar ook subsidies gaan komen. Dat zie je binnen West-Europa ook: tachtig procent van de steun gaat naar twintig procent van de rijkste boeren toe. Daarom zijn er aanpassingen nodig. De inkomensondersteuning moet aan een bepaald maximum worden gebonden."

Dr Frank van Tongeren, LEI: "Dat soort taal van landen als Polen hoort bij de onderhandelingen. Maar op zich is het niet onverstandig van de Commissie om de steun te beperken. Natuurlijk zijn ze blij met de ontvangst van een gulle gift uit Brussel. Maar het is de vraag of dit de beste manier is om de benodigde hervormingen te stimuleren. Ook voor de inkomensverdeling is het niet verstandig als sommige boeren heel veel geld krijgen en andere boeren en ook burgers niet. Bovendien zijn de inkomenstoeslagen in de huidige EU ingevoerd ter compensatie van de achteruitgang van andere subsidies. In het Oosten zijn de prijzen nooit zo hoog geweest, dus compensatie is niet nodig. Verder kan de steun de productie in de Oost-Europese landen veranderen. De inkomenssteun is niet volledig ontkoppeld van de producten en heeft daardoor verstorende effecten op de productiestructuur. Graan, rundvee, zuivel en suiker krijgen steun, andere producten niet. Bovendien bevoordeelt het Europese landbouwbeleid de grote landeigenaren.

De vraag of het rechtvaardig is dat de Oost-Europese boeren minder krijgen dan de huidige EU-boeren, is niet een vraag voor een econoom. Dat is meer iets voor de politiek. Al vind ik wel dat we in de regelgeving niet tussen Oost en West moeten discrimineren. Als de Europese Commissie geen toeslagen aan de vele kleine boeren in Oost-Europa wil toekennen, dan moeten in de hele EU de criteria voor het ontvangen van de toeslagen veranderen, bijvoorbeeld door een koppeling aan de bedrijfsomvang. De baten van toetreding voor ons West-Europeanen zitten niet zozeer in de economische sfeer maar in de sfeer van beter bestuur en politieke samenwerking. Als we vinden dat integratie gewenst is, moeten we ook accepteren dat er een herverdeling van inkomen naar het Oosten gaat."

Leonore Noorduyn

Tekening Henk van Ruitenbeek

'Een tweedeling legt een tijdbom onder Europa'

'Het Europese landbouwbeleid bevoordeelt de grote landeigenaren'

Re:ageer