Wetenschap - 3 oktober 2002

Het Debat: Nederland is te ambitieus op het gebied van gewasbescherming

Het Debat: Nederland is te ambitieus op het gebied van gewasbescherming

'Nederland mag best in kopgroep zitten met paar andere landen'

Nederland loopt met zijn gewasbeschermingsbeleid ver vooruit op de rest van de EU. Het past als eerste de strenge Europese toelatingscriteria toe terwijl die pas in 2008 voor de rest van Europa gaan gelden. Dat is veel te ambitieus, concludeerde de Algemene Rekenkamer vorige week in het rapport Toelating bestrijdingsmiddelen voor de landbouw'. Nederlandse boeren moeten het nu doen met veel minder middelen dan hun collega-boeren omdat er nog geen alternatieven voorhanden zijn. Bovendien zijn de doelstellingen van het beleid niet helder en is er te weinig toezicht op het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB). Landbouwminister Cees Veerman heeft al aangegeven de conclusies te onderschrijven en er wat mee te doen.

Is Nederland inderdaad te ver doorgeschoten met het Gewasbeschermingsbeleid?

Dr Piet Boonekamp, Plant Research International: "Nederland is een dichtbevolkt land en moet alles in het werk stellen om voorop te blijven lopen. Chemische middelen die sterk milieuvervuilend zijn, moeten verdwijnen en het ene land mag best een schepje meer doen dan het andere. Maar het moet wel zo zijn dat het kan. De boer moet een betrouwbaar pakket gewasbeschermingsmiddelen behouden om zijn bedrijf rendabel te kunnen uitvoeren. Daarnaast moet je proberen alternatieven te vinden en die heb je niet zo maar. Toelating van biologische middelen en middelen die minder vervuilend zijn is een lastig en duur traject voor de relatief kleine teelten in Nederland. Grote gewasbeschermingsfabrikanten durven dat niet aan. Wij willen voorop lopen en dan moet je daar ook de consequenties van nemen. Daarom moeten overheid en sector samen een deel van die kosten op zich nemen. Daarnaast moeten we af van de chemofobie. Er liggen nieuwe generaties middelen op de plank bij fabrikanten en CTB die veel veiliger zijn dan de huidige en die zelfs veiliger kunnen zijn dan sommige biologische middelen. Die moeten wel een kans krijgen toegelaten te worden. De Verenigde Staten heeft wat dat betreft een interessant beleid. Er hoeft maar een maal goed gekeken te worden naar de giftigheid. Is die veel minder dan van een bestaand middel dan is het veel makkelijker om het toegelaten te krijgen voor gebruik voor een ander gewas. Door de giftigheidsgegevens van elders te betrekken betekent dit voor Nederland dat een middel makkelijker een toelating kan krijgen voor onze kleine teelten."

Dr Bert Lotz, Plant Research International: "Of Nederland als Europese voorloper inderdaad te ambitieus is geweest? Ik zou daar als onderzoeker geen oordeel over willen vellen. Het is een politieke afweging geweest in een waterrijk land. De insteek van het Nederlands toelatingsbeleid van de laatste tien jaar is mede bepaald door de belasting van het oppervlakte en grondwater met bestrijdingsmiddelen. De VEWIN (de koepel van drinkwater exploitanten) heeft berekend dat de kosten om deze bestrijdingsmiddelen uit het drinkwater te halen in de afgelopen tien jaar 240 miljoen euro bedragen. Voor het oppervlaktewater gaat het dan voor 80% om resten van herbiciden. Vanuit Plant Research International hebben we enkele grote onderzoeksprojecten, juist samen met de gewasbeschermingsindustrie, de VEWIN, en gebruikers van herbiciden, om deze belasting van het oppervlaktewater beneden de normen te houden. Ik vind het erg goed dat ook de industrie daarbij een duidelijke inbreng heeft. De perspectieven zijn goed. Wel is het dan cruciaal dat de criteria en tijdpad voor toelating van middelen glashelder zijn. Dat is zowel van belang voor de industrie, de telers als ook voor het onderzoek. Ik ben het met de rekenkamer eens dat die helderheid er niet altijd is."

Ing David van der Schans, Praktijkonderzoek Plant en Omgeving: " Ja, het beleid was te ambitieus. Het vooruitstrevende beleid leidde ertoe dat in veel gewassen nauwelijks nog middelen beschikbaar waren. Dit zette veel telers aan tot illegaal gebruik van middelen die in buurlanden wel zijn toegelaten.

Alternatieven voor chemische bestrijding zijn meestal duurder of leiden soms tot lagere opbrengsten. Het gevaar van een zeer smal middelenpakket is bovendien dat eerder resistentie bij onkruiden of plaagorganismen ontstaat waardoor de neiging bestaat doseringen te verhogen.

Het strenge beleid gaf echter ook een impuls tot vernieuwing. Er werd driftig naar alternatieven gezocht voor de middelen die verboden werden. Vanuit de chemiehoek leidde dit tot de introductie van minder schadelijke middelen. Er werd ge?nvesteerd in onderzoek naar preventieve maatregelen en alternatieven voor chemische toepassingen, bijvoorbeeld mechanische onkruidbestrijding.

Op een andere manier zal de overheid deze impuls voor nieuwe ontwikkelingen in de landbouw in stand moeten houden."

Prof Vinus Zachariasse, Landbouw Economisch Instituut: "Nederland moet zeker bij de kopgroep horen in de discussie over de ontwikkeling van duurzame landbouw. Maar in de maatregelen moet Nederland niet eenzaam vooruit lopen. We zitten in een Europese markt. Het is raar als Nederlandse telers minder goede producten op de markt brengen, of helemaal geen producten en in de winkel liggen wel Duitse en Belgische producten gespoten met middelen die daar mogen en in Nederland niet. In de winkel ziet niemand het verschil. Dan vind ik dat we niet goed bezig zijn. Als die Nederlandse producten een aparte positie in de markt hebben en ook zodanig gehonoreerd worden is het wat anders. Maar nu is het net een hardloopwedstrijd waarbij ??n met een zak zand moet lopen. Nederland mag best in een kopgroep zitten, maar samen met een paar andere landen en niet in z'n uppie vooruit. Dat is nu wel het geval. Wel moeten we proberen teeltsystemen te krijgen die weinig gebruik maken van bestrijdingsmiddelen. Daarvoor is veel kennis nodig uit Wageningen, bijvoorbeeld richting precisielandbouw."

Mogelijke streamers:

'Impuls voor vernieuwing moet in stand blijven'

'Niemand in de winkel ziet het verschil'

Leonore Noorduyn

Tekening Henk Ruitenbeek

Re:ageer