Wetenschap - 29 maart 2001

Het Debat: Landbouw uit Nederland weg?

Het Debat: Landbouw weg uit Nederland?

'Met subsidie aan improductieve landbouw onthoud je inkomen aan derde wereld'

Door de overvloedige aandacht voor mond- en klauwzeer en BSE lijkt er iets goed mis met de landbouw of in ieder geval met de veehouderij. Dit vormt een prima klimaat om het hele voortbestaan van de sector in twijfel te trekken. Prof. Jacob Kol heeft de knuppel in het hoenderhok gegooid met zijn bewering dat de landbouw maar beter uit Nederland kan verdwijnen.

Prof. Jacob Kol, econoom bij de Erasmus Universiteit: "Zeventig procent van de Nederlandse landbouw is niet concurrerend. Die producten hebben bescherming nodig tegen invoer van buiten de EU. Je hebt dus een improductieve landbouw waarbij je grond, arbeid, kapitaal en kennis veel beter anders kunt inzetten. Bovendien onthoud je derde landen inkomen. En je ziet, zelfs al verleen je steun, dat het inkomen van Nederlandse boeren heel slecht is; een kwart leeft onder de armoedegrens. Het beleid is dus helemaal vastgelopen.

Die improductieve landbouw moet je verplaatsen naar landen waar de productie het goedkoopst kan. Zo krijg je in Nederland grond voor natuur, industrieterreinen, recreatie en woningen. Ik heb er geen enkel bezwaar tegen om boeren om te scholen tot parkwachter. Ik heb niets tegen subsidies. Maar je moet geen productie in stand houden die elders inkomsten onthoudt. Het feit dat de productie van suiker hier drie maal zoveel kost als in het Caribisch gebied en dat wij daar invoerrechten op heffen van driehonderd procent, dat is immoreel. Verplaats je de productie, dan verdienen de boeren daar ook eindelijk eens wat.

Je moet de landbouw wereldwijd bekijken. Thee haal je ook uit Nepal en niet uit de kassen in het Westland. Voedselafhankelijkheid is juist goed. In Europa hebben we ingezien dat economische samenwerking goed is tegen oorlog, het voorkomt dat Duitsland en Frankrijk met elkaar gaan oorlogvoeren. Je regelt zo op een vreedzame wijze de aanvoer van grondstoffen."

Dr. Dirk Strijker, landbouweconoom aan de Rijksuniversiteit Groningen: "Zoiets moet je niet puur economisch bekijken. Je wilt je niet volstrekt afhankelijk maken van importen uit derde landen. Je wilt ook een zekere mate van zelfvoorziening hebben. Je bent ook buitengemeen chantabel als je helemaal afhankelijk bent van derde landen. Je hebt dan weinig greep op de kwaliteit van het voedsel.

En verder: willen we het buitengebied een agrarisch karakter geven, dan is de beste en de handigste manier om dat via boeren te laten doen. We kunnen niet heel Nederland vol zetten met woningen en recreatiegebieden.

Ik vraag me ook af wat Kol bedoelt. Bedoelt hij echt dat de landbouw weg moet uit heel Nederland of alleen uit de Randstad? Randstedelingen die het hebben over Nederland bedoelen altijd de Randstad, terwijl dat maar een deel van het land is. Maar ik beschouw de uitspraken van Kol niet als serieus. Wat hij nu roept is zo algemeen. Hij moet concreter worden. Als hij bedoelt dat de subsidies omlaag moeten, moet hij dat zeggen.

Ik denk wel dat de bedrijven die min of meer gespecialiseerd zijn in landbouwproducten in de toekomst alleen nog terug te vinden zullen zijn in Flevoland en de noordoostpunt van Nederland. In andere gebieden zijn nog zoveel andere belangen. Dan kom je op nevenachtige toestanden en multifunctioneel grondgebruik. Maar als het zo is dat we lage veedichtheden in druk Nederland willen, dan moet je daar als samenleving wat tegenover zetten. Grond is zo duur en het opleidingsniveau van boeren is zo hoog. De totale steun zal dan niet veel omlaag gaan."

Prof. dr. ir. Arie Oskam, Algemene agrarische economie Wageningen Universiteit: "Op zichzelf heeft Kol gelijk dat er enige landbouwbescherming bestaat voor zuivel, rundvlees en suiker. Maar als je er aan gaat rekenen wat er gebeurt als je alle bescherming in de hele wereld afschaft, dan treden er niet zulke grote verschuivingen op. Als een product wat minder opbrengt, verdwijnt niet gelijk de hele productieketen. Er vindt wel een vermindering van productie plaats in Nederland, maar geen opheffing. Derdewereldlanden nemen niet de productie over. Je ziet zelfs dat Westerse landen meer en meer gaan leveren aan derdewereldlanden. De condities in de westerse landen zijn afgestemd op een relatief goedkope productie. De Nederlandse melkveehouderij is een vrij concurrerende bedrijfstak."

Dr. ir. Paul Berentsen, leerstoelgroep Agrarische bedrijfseconomie Wageningen Universiteit: "De redenering van Kol is te gemakkelijk. Zijn berekeningen ook. Hij maakt een klassieke fout. Er is een wereldmarktprijs en een interne EU-prijs. Hij zegt, dat verschil betalen wij dus te veel. Maar hij vergeet dat de wereldmarkt een vrij kleine restmarkt is. Als wij ons daarbij aansluiten, gaat de prijs op de wereldmarkt omhoog.

Bovendien vervult de landbouw ook een andere functie. Zij houdt het platteland in stand. De EU gaat steeds meer in de richting dat je alleen subsidieert wat je wilt subsidi?ren, zoals extensivering.

Voedselvoorziening was reden nummer ??n voor de oprichting van de EU. We zijn er soms wat in doorgeschoten, maar we zijn wel zelfvoorzienend. Heel veel landbouwproductie is afhankelijk van de weerssituatie. Als je afhankelijk bent van het buitenland en er vindt een ramp plaats, dan gaan de prijzen gigantisch omhoog. Met een ruim niveau van zelfvoorziening krijg je geen paniek.

Zeker, er zitten wel wat argumenten in de redenering van Kol. Het gaat ook wel die kant op met de landbouw. Er verdwijnen steeds meer bedrijven. Maar van vandaag op morgen zeventig procent weg, dat gaat me te ver."

'Zoiets moet je niet puur economisch bekijken'

'Met een ruim niveau van zelfvoorziening krijg je geen paniek'

Re:ageer