Wetenschap - 13 juni 2002

Het Debat: Knuffeldieren in Wageningen

Het Debat: Knuffeldieren in Wageningen

'Het is van secundair belang welke diersoort je bestudeert'

De opleiding Dierwetenschappen wil zich niet langer alleen bezighouden met varkens, koeien en kippen, maar ook met honden, katten en paarden. Aandacht voor rij- en knuffeldieren moet de landbouwopleiding aantrekkelijk maken voor nieuwe groepen studenten. Goed plan?

Dr Ab Groen, opleidingsco?rdinator Dierwetenschappen: "De gezelschapsdieren zijn niet onze reddingsboei. Als het over reddingsboeien gaat weet ik wel opleidingen die in grotere nood verkeren. Wij kiezen voor verbreding van de opleiding omdat wij als opleidingscommissie een beroepenveld zien, en belangstelling van studenten. Daar liggen dus mogelijkheden.

We besteden in Nederland steeds meer geld aan gezelschapsdieren, daar zit ook een arbeidsmarkt achter. Ik gebruik altijd het voorbeeld van dierenwinkel Welkoop aan de haven. Als je daar voer voor je konijntje gaat kopen, moet je je eerst heel goed verdiepen in het aanbod van allerlei soorten voer en vitaminedruppels. Een ander voorbeeld is de fokkerij. Er is veel belangstelling voor de genetica van huisdieren omdat er bij honden en katten veel erfelijke afwijkingen voorkomen. Wij zijn er dus van overtuigd dat er een arbeidsmarkt is voor mensen die verstand hebben van companion animals.

Bovendien zien we dat er veel vraag is van studenten. Bij de veterinaire faculteit in Utrecht werkt tweederde van de studenten aan gezelschapsdieren en op het hbo zie je dat diermanagement, dat zich vooral richt op paarden, heel veel studenten trekt."

Maartje Kiep, studente Dierwetenschappen: "Ik vind het moeilijk daar wat over te zeggen. De overschakeling levert nog enige problemen op. Er is hier veel kennis van landbouwhuisdieren, maar niet zo veel van andere dieren. Het is belangrijk dat er evenwicht ontstaat tussen het aandeel landbouwhuisdieren, paarden en gezelschapsdieren, om alle studenten tevreden te houden.

Daarnaast is het de vraag of je als specialist op het gebied van gezelschapsdieren toekomst hebt. Wat kun je worden als je je bul op zak hebt?

Op het hbo zijn al veel studenten die iets met gezelschapsdieren en paarden doen. Met de verbreding kunnen waarschijnlijk een hoop nieuwe studenten aangetrokken worden, wat van belang is voor het voortbestaan van Dierwetenschappen."

Dr Dinand Ekkel, onderzoeker ethologie: "Het lijkt mij prima, als er vraag is van studenten. En dat lijkt me wel het geval; ik zie steeds meer paarden, en het aantal studenten dat daar iets mee wil neemt toe. En over huisdieren: wij doen als ethologen nu veel onderzoek naar welzijnsproblemen bij dieren, maar je kunt als etholoog ook interessant onderzoek doen naar mens-dierrelaties, over de relatie tussen mensen en honden bijvoorbeeld. Het is jammer dat de interfaculteit niet is doorgegaan. In Utrecht is veel expertise over honden die wij goed hadden kunnen gebruiken."

Prof. Huub Savelkoul, hoogleraar celbiologie en immunologie: "Ik zie in het plan geweldige mogelijkheden om nieuwe dingen te doen, en ben er daarom erg voor. Het betekent een enorme verruiming van onze mogelijkheden voor onderwijs en onderzoek. In essentie gaat het om het bestuderen van processen, het is van secundair belang welke diersoort je bestudeert. Natuurlijk maakt het uit of je het over de voeding van omnivoren, carnivoren of herbivoren hebt. Maar de fundamentele kennis over gezonde voeding hebben we al in huis. Dat is goed uit te breiden naar andere diersoorten.

De vraag of wij voldoende kennis in huis hebben moet natuurlijk gesteld worden, maar je moet niet al te bang zijn. Ik heb zelf lang aan een medische faculteit gewerkt en onderzoek gedaan aan mensen. Nu werk ik hier sinds anderhalf jaar aan vissen. Die overstap is niet zo groot als het lijkt. Wat wij willen weten is welke factoren de natuurlijke weerstand bepalen. Hoe kunnen we de weerstand van organismen tegen infecties meten. De cruciale parameters zijn bij verschillende dieren hetzelfde. Ik vind dat je niet te veel koudwatervrees moet hebben om het terrein wat breder te trekken.

Ik zie allerlei nieuwe mogelijkheden. Ik ben bijvoorbeeld ook betrokken bij het allergieconsortium. Je ziet de laatste jaren steeds meer allergie bij mensen. E?n van de theorie?n die dat verklaren is de hygi?nehypothese. We voeden onze kinderen te schoon op en vaccineren tegen allerlei ziektes. De prijs die we daarvoor betalen zou wel eens allergie kunnen zijn. Datzelfde zie je gebeuren bij dieren. Ook honden hebben steeds vaker last van allergie. In de varkenshouderij zie je ook dat in de schoonste stallen de meeste luchtweginfecties voorkomen. Het is erg interessant om daar eens in te duiken."

Prof. Johan van Arendonk: leerstoelgroep Fokkerij en Genetica: "De vraag is niet ?f we moeten verbreden, maar h?e. Ik denk dat we een duidelijke focus moeten houden op landbouwhuisdieren, maar dat we studenten moeten vertellen dat je hier ook kunt werken aan gezelschapsdieren.

Als student moet je in een opleiding leren gestructureerd na te denken over bepaalde problemen. Het maakt voor de uitvoering natuurlijk uit, maar de essentie is bij veel diersoorten gelijk. Dan helpt het als je studenten laat werken aan een diersoort waarmee ze zich verwant mee voelen.

Ook wetenschappelijk is het zeker niet minderwaardig om met gezelschapsdieren of paarden te werken. Een onderzoek over renpaarden heeft zelfs in Nature gestaan, en er zijn specialistische wetenschappelijke tijdschriften en congressen over companion animals. Tot nu toe richtten we ons daar niet zo op, dat zullen we meer moeten gaan doen."

Dr Nicoline Soede, leerstoelgroep Adaptatiefysiologie: "Die verbreding is goed, maar het is makkelijker gezegd dan gedaan. Theoretisch is alles heel makkelijk, maar als je experimenten wilt doen wordt het allemaal toch een stuk lastiger. Ik denk dat het een stuk moeilijker is om toestemming te krijgen voor fysiologische experimenten met honden en katten dan met kippen en varkens. Sommige leerstoelgroepen kunnen zich vrij eenvoudig verbreden, voor andere is dat lastiger. Bij diervoeding is het makkelijk, maar op mijn terrein, vruchtbaarheid, wordt het moeilijker." | Korn? Versluis

Tekening Henk van Ruitenbeek

'Er is een arbeidsmarkt voor mensen met verstand van companion animals'

'Wat kun je worden als je die bul op zak hebt?'

'Het helpt studenten met dieren te laten werken waar ze zich verwant mee voelen'

Re:ageer