Wetenschap - 6 juni 2002

Het Debat: Integratie van Wageningen UR

Het Debat: Integratie van Wageningen UR

'Een nadeel vind ik dat het allemaal wel erg groot en log wordt'

We-day, de dag van het Wageningse wij-gevoel, werd dit jaar onder een uitbundige zon gevierd. Wb peilde de meningen over de integratie van Wageningen UR. Hoe zonnig verloopt de integratie? Merken mensen op de werkvloer er wat van?

Yolanda de Visser, op het terras bij de kantine: "Ik werk als analiste bij het CIDC in Lelystad. Dat is het afgesplitste deel van ID-Lelystad dat de wettelijke en dienstverlenende taken doet voor het ministerie. Wij zijn een poosje geleden losgemaakt uit de kenniseenheid. Ik merk dus niet zo veel van die fusie, wij doen eigenlijk niet meer mee.

Voor die tijd merkte ik er eerlijk gezegd ook niet zoveel van. We hebben natuurlijk wel een grote reorganisatie meegemaakt. Veel mensen zijn met een 55-plusregeling vertrokken. Dat merkte je wel op de werkvloer, maar dat had niet zo veel te maken met de vorming van Wageningen UR."

Hans de Waard, aan de rand van de sintelbaan bij het jeu de boules: "En of wij er wat van merken. Ik werk bij de huishoudelijke dienst, het Facilitair Bedrijf dus. Daar merk je veel onzekerheid bij de mensen. Mijn collega's weten niet waar ze aan toe zijn. Ik zelf heb er wat minder last van, ik ben begonnen als uitzendkracht, dus dan reken je niet op veel zekerheid. Maar ik merk dat veel van mijn collega's onzeker zijn omdat ze er steeds weer andere verhalen over horen. Dan weer lees je dat we uitbesteed gaan worden, even later weer dat er wel heel veel geld bij moet. Dat snappen de mensen allemaal niet.

Ik breng spullen die de schoonmakers nodig hebben naar de verschillende gebouwen. Ik zie dus veel verschillende plekken. En ik merk dat de onzekerheid de werksfeer niet bevordert. Het zijn ingrijpende veranderingen, je moet bedenken dat veel mensen hier al tien, twintig jaar werken. Er wordt nooit uitgelegd op welke manier het beter wordt."

Ir Peter Jongebloed, aan een hangtafel in een groep ATO-medewerkers in gele shirtjes: "Ik merk er heel veel van. Ik werk bij de afdeling marketing; wij hebben na de vorming van de kenniseenheid steeds vaker contact met onze vakbroeders van de andere instituten en de ene vakbroeder van de universiteit. Ik denk dat er voor de mensen op de werkvloer niet zo veel veranderd is, die werkten al heel veel samen. We hebben eens ge?nventariseerd hoeveel projecten we al samen deden, dat waren er geloof ik meer dan honderd.

Voor ons op de stafafdelingen verandert er de laatste tijd wel heel veel. Ik zelf adviseer over subsidie. Nu hebben we drie mensen die hetzelfde doen. Op termijn moet dat anders worden, dan zullen we ons gaan specialiseren, de ene op Europa, de andere op Economische Zaken bijvoorbeeld. Bij onze kenniseenheid begint dat nu te lopen. Ik ben daar wel positief over. Een nadeel vind ik wel dat het allemaal wel erg groot en log wordt. Je moet uitkijken dat het niet verzandt in een grote bureaucratie."

Ing. Ineke Rus, medewerkster van de facilitaire dienst van Plant Research International, loopt weg van het vlieger- en frisbeeveld: "Of ik er wat van merk? Nou en of, we zijn er poepie druk mee. Alle facilitaire afdelingen van het departement, PRI en het praktijkonderzoek moeten opnieuw worden georganiseerd. We krijgen nu een front-office en een back-office. De front-office is degene waar medewerkers met klachten terecht kunnen. Dat kunnen hele simpele zijn, 'het toilet doet het niet', of moeilijke over milieuvergunningen bijvoorbeeld. Als de medewerker van de front-office er niet uitkomt, speelt hij het door naar de deskundigen in de back-office waar ik als arbo-medewerker ook kom te zitten.

We maken nu allerlei plannen over hoe dat precies met formatieplekken en zo geregeld moet worden. Hoe het allemaal precies wordt, is niet zo duidelijk. Het blijft allemaal een beetje vaag terwijl je natuurlijk eigenlijk snel zou willen weten wat je gaat doen.

Op de lange termijn denk ik wel dat het samenvoegen van de stafafdelingen een goed idee is. Al snap ik nog steeds niet zo hoe de universiteit en het instituut echt samen kunnen werken. Vaak ben je toch elkaars concurrent. De tarieven van de universiteit zijn bijvoorbeeld vaak lager dan die van ons. Hoe ga je daarmee om? Of met geheimhouding; wij werken vaak voor bedrijven die niet willen dat alles meteen op straat ligt.

Het grootste nadeel vind ik dat alles nog groter wordt. PRI is al groot, met de kenniseenheid wordt het nog groter. De meeste mensen voelen zich niet verbonden met Wageningen UR of de kenniseenheid en zelfs niet met PRI, maar met hun eigen afdeling."

Nees Slotboom, beheerder van de leerstoelgroep Microbiologie, in de klaverjastent waar hij Kees van Ast en Aalt Dijkhuizen nat speelde: "Ik zelf merk niks van de fusie. Misschien dat de wetenschappers iets meer samenwerken, maar voor mij is er weinig veranderd. Misschien dat dat verandert als we moeten verhuizen naar De Born. Dan zie je de mensen van DLO ook in de kantines en zo, maar voorlopig merk ik er weinig van."

Ir Bas Brandwagt, met zoon Thieme op schoot bij het megazaklopen: "Twee weken geleden hebben we vergaderd met onderzoekers van PRI over de vraag hoe we kunnen samenwerken. We hebben afgesproken dat we experimenten waar dat voor de hand ligt samen gaan uitvoeren, dat voorkomt dubbel werk.

Ik werk als postdoc bij Fytopathologie en Plantenveredeling aan een schimmelziekte van tomaat. In principe sta ik positief tegenover de samenwerking. Wel merk ik dat er heel veel onbekendheid is over wie wat doet. Na al die verschuivingen weet je echt niet meer waar iedereen zit. Maar ik denk dat we elkaar veel te bieden hebben, onze onderzoeksvragen overlappen elkaar vaak. Wij maken graag gebruik van de uitstekende genomics-faciliteiten van PRI. Aan de andere kant kunnen wij makkelijker onderzoek doen dat niet meteen verkocht hoeft te worden. Van die kennis kan Plant Research profiteren."

Korn? Versluis

Tekening Henk van Ruitenbeek

'Bij het Facilitair Bedrijf merk je veel onzekerheid bij de mensen'

'Voor ons op de stafafdelingen verandert er de laatste tijd wel heel veel'

Re:ageer