Wetenschap - 27 juni 2002

Het Debat: Incoherent beleid voedselzekerheid

Het Debat: Incoherent beleid voedselzekerheid

Ministeries van landbouw en ontwikkelingssamenwerking werken elkaar tegen

Minister Herfkens van ontwikkelingssamenwerking zei het regelmatig: de Europese markt moet open voor landbouwproducten uit ontwikkelingslanden. Haar landbouwcollega Brinkhorst, die onlangs nog zei dat een aparte minister voor ontwikkelingssamenwerking niet nodig is, heeft een heel ander doel voor ogen. Hij vindt dat markttoegang van ontwikkelingslanden niet ten koste mag gaan van onze voedselveiligheid en ons economisch landbouwbelang.

Beide ministeries maken Nederlands beleid, toch werken ze elkaar tegen. Over dat probleem wordt veel gedebatteerd. Onlangs is een Coherentie Eenheid in het leven geroepen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. De directeur daarvan, Otto Genee, kreeg het zwaar te verduren tijdens een expert meeting in Wageningen over coherentie van beleid rondom voedselzekerheid.

Ignace Coussement, Ieder voor Allen, onderdeel van de Vlaamse Boerenbond: "Beleid dat gemaakt wordt om voedselzekerheid te vergroten legt nogal eens een sterke nadruk op markttoegang voor ontwikkelingslanden. Dat de tarieven die exporterende ontwikkelingslanden moeten betalen omlaag moeten. Maar laten we ons daar niet op blindstaren. En ook het afschaffen van exportsubsidies door westerse landen is geen wondermiddel. Als een ontwikkelingsland markttoegang heeft, dan wil dat nog niet zeggen dat de voordelen daarvan ook doorsijpelen naar de primaire producent die het exportproduct gemaakt heeft. Neem bijvoorbeeld suiker. Als de EU de exportsubsidie daarop afschaft, kunnen ontwikkelingslanden daarvan profiteren. Maar het voordeel daarvan komt dan bij de suikerfabriek, en niet bij de boer. Bovendien: als wij weglopen van de markt om plaats te maken voor ontwikkelingslanden, wordt die plaats ingenomen door andere westerse concurrenten.

Ik hou hier geen pleidooi voor protectionisme, maar heb wel het idee dat nogal eens tegen windmolens gevochten wordt. Het lijkt me van veel groter belang dat een groter deel van de steun die de Europese Commissie geeft aan ontwikkelingslanden ten goede komt aan de opbouw van de landbouw in ontwikkelingslanden. Om op die manier meer coherentie tussen landbouw- en ontwikkelingsbeleid te krijgen."

Ate Oostra, directeur-generaal van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij: "Het beleid van het ministerie van Ontwikkelingssamenwerking moet meer onderdeel worden van de rest van het beleid. Er gaan bijvoorbeeld al stemmen op om de lijst landen die hulp krijgen uit te breiden naar Noord-Afrika. Omdat dat de immigratie kan beperken.

Het Europese landbouwbeleid is veranderd en voedselveiligheid speelt nu een belangrijke rol. Dat is vastgelegd in afspraken in de Wereldhandelsorganisatie en over die afspraken heeft de Europese Unie een beleid van zero tolerance. Een ontwikkelingsland als Vietnam stopt de laatste jaren bijvoorbeeld antibiotica bij verse producten in plaats van ijs om ze goed te houden. Dat mag niet meer van de EU. De oplossing is dan te gaan praten met Vietnam om te kijken of ze niet beter toch weer ijs kunnen gebruiken. Wat voor voedselveiligheid geldt, gaat ook voor dierenwelzijn en productiewijze gelden. Met kinderarbeid gemaakte voetballen wil de consument niet kopen. Een manier waarop beleid op deze wensen zou kunnen inspelen, is een verandering van het preferentiesysteem in de handel. Nu hoeven bepaalde arme landen minder hoge tarieven te betalen bij import. In de toekomst zouden bepaalde producten, die voldoen aan onze wensen, een kleine preferentie kunnen krijgen bij de import, in plaats van landen.

Ook mij en mijn minister heeft het vaak verbaasd dat landbouw en plattelandsontwikkeling niet een grotere rol spelen in het beleid van ontwikkelingssamenwerking."

Otto Genee, directeur Coherentie Eenheid, ministerie van Buitenlandse Zaken, ex-permanent vertegenwoordiger bij de WTO: "Coherentie wil zeggen: de bereidheid compromissen te sluiten. Het landbouwverdrag van de Wereldhandelsorganisatie WTO legt de verkeerde nadruk. Het geeft ontwikkelingslanden de mogelijkheid om eigen boeren subsidie te geven. Maar ontwikkelingslanden hebben daar helemaal geen geld voor. Dat is makkelijk weggeven van voordelen. In de huidige ronde van WTO-onderhandelingen zou een ?cht zinvol preferentiesysteem ingevoerd moeten worden. Dat wil bijvoorbeeld zeggen: versterken van de capaciteit van ontwikkelingslanden om te voldoen aan nieuwe eisen van voedselveiligheid. En kritisch kijken naar de normen voor voedselveiligheid. Waar het echt nodig is, moeten regels gehandhaafd worden. Maar een beleid van zero tolerance voor alle ontwikkelingslanden leidt tot veel doden in ontwikkelingslanden, omdat ze dan niet kunnen exporteren. Dat kan niet de bedoeling van ons landbouwbeleid zijn.

Veel ontwikkelingslanden hebben inderdaad een slecht beleid gevoerd op het gebied van voedselzekerheid. Voedselprijzen worden bijvoorbeeld laag gehouden voor stedelingen, waardoor boeren weinig verdienen. In de Wereldhandelsorganisatie zou een development box ingevoerd moeten worden die ontwikkelingslanden meer mogelijkheden geeft om hogere voedselprijzen in te stellen, zodat de arme boeren meer verdienen. Landen moeten in staat gesteld worden om sociale vangnetten in te stellen voor de arme consumenten in de steden die het dure voedsel dan niet meer kunnen kopen."

Dr Niek Koning, Noord-Zuid centrum Wageningen UR en ontwikkelingseconoom bij Wageningen Universiteit: "Ontwikkelingslanden zouden hun markt systematisch moeten beschermen. Nederland heeft nu al zeventig jaar de eigen markt beschermd door tarieven te heffen. We hebben daardoor een krachtige landbouw ontwikkeld. Nu we er zelf aan toe zijn die markt te openen, gaan we daar over praten. Maar ontwikkelingslanden, die de landbouw nog moeten opbouwen, mogen van ons de markt niet beschermen.

Ook negentig procent van de ontwikkelingseconomen is geen voorstander van marktbescherming voor ontwikkelingslanden. Als we ontwikkelingslanden les geven in het kader van ondersteuning om te voldoen aan eisen van voedselveiligheid, dan leren we ze dat bescherming van de markt slecht is. We stellen onze belangen veilig ten koste van ontwikkelingslanden."

Joris Tielens

Tekening Henk van Ruitenbeek

'Een beleid van zero tolerance voor alle ontwikkelingslanden leidt tot veel doden'

'Ontwikkelingslanden zouden hun markt systematisch moeten beschermen'

Re:ageer