Wetenschap - 14 maart 2002

Het Debat: Hoogleraar: onderzoeksmanager tweede echelon?

Het Debat: Hoogleraar: onderzoeksmanager tweede echelon?

'De meeste managers zijn toch managers van de koude grond'

Schandalig, vond een docent die boos Wb belde. "Zijn ze nou helemaal gek geworden?" Twee weken geleden kregen hoogleraren en universitair hoofddocenten een oproep in de bus om mee te doen met het 'Management Development Programma tweede echelon'. Na een training van drie tot vijf jaar zouden de hooggeleerde heren en de enkele dame klaar zijn voor het hogere werk, een positie in de directie van de kenniseenheid. De hoogleraar als manager van de tweede garnituur, beledigend?

Prof. Michiel Korthals, hoogleraar toegepaste filosofie: "Ik ben niet zo snel beledigd. Ik heb zelf ook geen ambities in die hoek. Ik zie mezelf toch in de eerste plaats als schrijver, denker en onderwijzer. Zoals je weet ben ik een poosje directeur geweest van het departement maatschappijwetenschappen, dat was eens, maar liever nooit meer. Dergelijke managementtaken leiden enorm af van je eigenlijke werk.

Maar goed, als anderen wat aan zo'n cursus denken te hebben, lijkt het me de erg goed. E?n van de gevaren is namelijk dat er anders mensen van buiten de universiteit in de directieraden worden gezet, die helemaal niets weten van wetenschap.

Ik vond dat ik als directeur wel wat vaardigheden miste. Je moet erg oppassen dat je niet verdrinkt in de dagelijkse stroom van kleine dingetjes. Je moet proberen oog te houden voor de langetermijnperspectieven en die ook bespreekbaar te houden. Waar ik ook moeite mee had, was delegeren."

Prof. Jan Douwe van der Ploeg, hoogleraar rurale sociologie: "Hoe zeg je dat? Tweede echelon? Moet ik dat gekregen hebben? Nee, ik ken het niet en ik ben niet van plan mee te doen. Ik gooi dat soort rommel altijd meteen weg."

Prof. Rolf Hoekstra, hoogleraar genetica: "Ik heb me daar niet beledigd door gevoeld. Ik voel me geloof ik wel thuis in dat tweede echelon, ik hoef niet zo nodig vooraan te staan. Het aanzien van de hoogleraar is wel veranderd de afgelopen tijd. Vroeger was elke hoogleraar koning in zijn eigen rijkje. Dat is niet meer zo. Nu ben je steeds meer onderdeel van het management. Ik weet niet of ik daar blij of rouwig over ben, ik constateer het gewoon.

Ik heb een poosje geleden wel meegedaan aan een managementcursus. Ik had van mezelf niet het idee dat ik een natuurtalent ben op managementgebied. En of je het leuk vindt of niet, je moet het toch gewoon doen. Ik wilde leren hoe ik het zo effici?nt mogelijk kon doen zodat ik zoveel mogelijk tijd overhoud voor onderwijs en onderzoek. Want dat zijn toch de echt leuke dingen.

In de cursus werd onderscheid gemaakt tussen management en leiderschap. Management gaat over de vraag hoe je er voor zorgt dat alles goed marcheert, leiderschap heeft meer met visie en zo te maken. Ik kwam voor het eerste en de cursus ging uiteindelijk over het laatste, maar goed, ik vind het wel een goed idee om hoogleraren dergelijke cursussen aan te bieden."

Prof. Olaf van Kooten, hoogleraar tuinbouwproductieketens (lachend): "Ik geloof niet dat ik gevraagd ben, dus ja, het lijkt me wel dat ik me beledigd moet voelen dan. Ik ben kennelijk geen high potential.

Op zich is het idee om een training te geven richting management wel goed. Verreweg de meeste hoogleraren zijn aangesteld op basis van hun wetenschappelijke kwaliteiten. Bij mij is als een van de weinige tijdens de selectie ook gelet op managementkwaliteiten. Als onderzoeker ben je druk bezig geweest met publiceren, en onderzoeksvoorstellen formuleren. Dus daar ben je erg goed in. Een enkeling heeft ook wat projectervaring en weet iets van budgetmanagement, maar veel managementervaring hebben de meeste hoogleraren niet, terwijl er natuurlijk wel veel van ze gevraagd wordt. Het management is een vak apart.

De meeste managers, ook bij DLO, zijn toch managers van de koude grond. Er zijn veel technieken die je mensen kan leren zodat ze beter functioneren.

Als mensen zich beledigd voelen door die kwalificatie tweede echelon lijkt me dat ze wat erg gevoelig reageren. Als hoogleraar zat je vroeger in een ivoren toren en kwamen mensen op hun knie?n bij je. Dat is niet meer zo. Sommige collega's hebben misschien moeite die nieuwe situatie te accepteren. Maar het is nu eenmaal zo, als hoogleraar ben je onderzoeksmanager, en vorm je na de directie de tweede lijn van het management."

Prof. Linus van der Plas, hoogleraar plantenfysiologie en oud-directeur van het onderwijsinstituut levenswetenschappen: "Mijn eerste reactie was, als hoogleraar werk je al tien, twaalf uur per dag, dan ga je niet nog eens zo'n cursus erbij doen. Het is zo al druk genoeg. Hoogleraren mogen overigens blij zijn als ze niet tot de hoogste laag worden gerekend. In de hogere managementlagen hou je helemaal geen tijd meer over.

Die kwalificatie tweede echelon is natuurlijk niet zo gelukkig. Het betekent inderdaad ook zoiets als tweede garnituur, maar als je even verder las, was wel duidelijk dat dat niet werd bedoeld. Het overkomt mij ook wel eens, dat je iets hebt geformuleerd waarvan je later denkt: hoe kan ik dat over het hoofd hebben gezien. Ik kan me daar niet echt over opwinden."

Korn? Versluis

Tekening Henk van Ruitenbeek

'Managementtaken leiden enorm af van je eigenlijke werk'

'Ik had van mezelf niet het idee dat ik een natuurtalent ben op managementgebied'

Re:ageer