Wetenschap - 1 november 2001

Het Debat: Hoe aantrekkelijk is het nog om hoogleraar te zijn?

Het Debat: Hoe aantrekkelijk is het nog om hoogleraar te zijn?

'De drang om het onderzoek in te gaan is niet meer zo groot als vroeger'

Wageningen heeft het moeilijk om nieuwe hoogleraren te vinden. Benoemingsprocedures bij biochemie en biofysica bleven voorlopig zonder resultaat. De leerstoel biosystematiek bleef jaren onbezet omdat er geen geschikte kandidaat te vinden was. Zittende hoogleraren klagen ondertussen dat ze te veel tijd kwijt zijn aan het management en dat het binnenhalen van onderzoeksfinanciering steeds moeilijker wordt. Is een Wageningse leerstoel nog aantrekkelijk voor wetenschappelijk talent?

Prof. Fons Voragen, hoogleraar-directeur van het departement Agrotechnologie en voeding: "Ik heb inderdaad het gevoel dat het moeilijker wordt om geschikte hoogleraren te vinden. Maar dat is geen typisch Wagenings probleem. Je ziet dat ook bij andere universiteiten en in landen om ons heen. De drang om het onderzoek in te gaan is niet meer zo groot als vroeger. Het zal ongetwijfeld ook wat te maken hebben dat het bedrijfsleven aantrekkelijker is, het betaald in ieder geval beter.

Als hoogleraar ben je steeds meer tijd en energie kwijt aan het management van de groep. Het is als hoogleraar de kunst om de handjes betaald te krijgen om de idee?n van de groep uit te voeren. Maar het wordt steeds moeilijker om de financiering te vinden. Het is algemeen bekend dat de Nederlandse investering in onderzoek de laagste is in Europa. En dat wreekt zich.

Of ik zelf weer hoogleraar zou worden als ik opnieuw voor de keuze stond? Dat is moeilijk te zeggen. Als je er eenmaal in zit en goede resultaten boekt, wordt het ook een hobby. Ik heb het werk altijd mooi gevonden."

Prof. Maarten Koornneef, persoonlijk hoogleraar genetica: "Ik weet niet of die managementtaken het grote probleem vormen. Dat hoort er nu eenmaal bij. Ik denk eerder dat de beperkte mogelijkheden om als jonge hoogleraar een eigen onderzoekslijn te starten de universiteiten parten speelt. Daar krijg je nauwelijks mogelijkheden voor. Vroeger kreeg je als beginnend hoogleraar vaak een staflid en een aio om nieuwe lijnen in het onderzoek uit te zetten, dat is natuurlijk krap, maar nu wordt het alleen maar krapper. Ik ken iemand in Groningen die bij zijn aanstelling vier stafleden had, en eerst moet wachten tot er drie vertrokken zijn voordat hij een nieuwe mag aanstellen. Je hebt als hoogleraar te weinig manoeuvreerruimte. Een baan als universitair hoofddocent is natuurlijk ook helemaal niet slecht. Ze kunnen zeer gerespecteerd zijn onder vakgenoten, en het salarisverschil is ook niet geweldig groot.

Wat denk ik ook meespeelt bij de geringe belangstelling voor een aantal leerstoelen is dat er aan Nederlandse universiteiten sprake is van een lost generation. Er zijn de laatste jaren erg weinig nieuwe mensen aangesteld. In de leeftijdsgroep van 35 tot 45 zijn er dus nauwelijks stafleden te vinden, de leeftijd die meestal de voorkeur heeft bij hoogleraarsbenoemingen. Voor die functie zoek je toch een wat jongere en zeer goede wetenschapper.

Universiteiten doen nogal eens hun best zeer goede jonge mensen aan zich te binden door ze vroeg persoonlijk hoogleraar te maken. Of met een dakpansbenoeming, waarbij de veelbelovende medewerker alvast als opvolger wordt benoemd voordat de voorganger echt met pensioen is. Dit bevordert niet de doorstroming tussen universiteiten.

Waarom ik zelf geen eigen leerstoelgroep heb? Dat had inderdaad wel gekund, maar ik ben nogal conservatief. Ik heb hier de mogelijkheden en verhuis niet zo graag."

Prof. Rudy Rabbinge, hoogleraar plantaardige productiesystemen: "Onaantrekkelijk? Welnee! Er zijn nu toevallig twee plaatsen waar het wat moeilijk is om een nieuwe hoogleraar te vinden, maar dat doet zich nu eenmaal eens in de zoveel tijd voor. In vergelijking met andere universiteiten is Wageningen juist zeer aantrekkelijk. Wij zijn de enige internationale researchuniversiteit van Nederland. We moeten elkaar de ellende niet aanpraten.

Kijk bijvoorbeeld naar Caltech, een Amerikaanse researchuniversiteit waar mensen graag werken. Het is voor Wageningen niet zo moeilijk om zich zo te positioneren. Gemeten naar het aantal promoties per hoogleraar zijn wij de beste in Nederland en met de instituten van DLO heeft het onderzoek een grote kritische massa. Daarmee zijn we heel aantrekkelijk. Dat moeten we alleen wat meer communiceren.

Ik zie het dus niet negatief. Waar wel snel wat aan moet gebeuren, is de Wageningse overlegcultuur, die is werkelijk slopend. Als je denkt dat er eindelijk een besluit is genomen, blijkt er toch iemand anders over te gaan. De verantwoordelijkheden zijn niet helder. Zeker voor buitenlandse hoogleraren is dat erg moeilijk te doorgronden, en die moeten we wel weten te trekken."

Prof. Bert Speelman, rector magnificus: "Wij hebben het laatste jaar zo'n twintig hoogleraren benoemd. Bij verreweg de meeste daarvan hadden we geen problemen. De benoemingsadviescommissie kon steeds uit voldoende kandidaten kiezen. Ik geloof dus niet dat er een structureel probleem is. Bij het zoeken naar mensen die in aanmerking komen voor een persoonlijk hoogleraarschap hebben we ook gemerkt dat er in Wageningen nog een hoop talent is te vinden.

Het is wel zo dat er steeds minder b?ta's zijn, maar dat is geen typisch Wagenings probleem. Mijn Nijmeegse collega polste me onlangs nog met de vraag of wij niet bij kunnen springen. Zij hebben na twee pogingen nog steeds geen hoogleraar wiskundige analyse vinden. Zij hebben dus net als wij moeilijk harde b?ta's te vinden. We hebben nu problemen bij twee natuurwetenschappelijke leerstoelen. Maar ik heb er wel vertrouwen in dat we daar een oplossing kunnen vinden. Samengevat, we hebben geen ge?soleerde problemen; de moeilijkheden in de b?tahoek zijn zeker niet specifiek voor Wageningen."

Korn? Versluis

Tekening Henk van Ruitenbeek

'De Wageningse overlegcultuur is werkelijk slopend'

'Als jonge hoogleraar kan je nauwelijks een eigen onderzoekslijn uitzetten'

Re:ageer