Wetenschap - 10 mei 2001

Het Debat: De visserijcrisis

Het Debat: De visserijcrisis

'Vissers snijden in hun eigen vlees'

De Europese visserij zit in een crisis. Door overbevissing verkeren soorten als kabeljauw en schol in de gevarenzone. Begin dit jaar nam de EU-Visserijraad een noodmaatregel die de vissers hem niet in dank afnamen: een verbod op kabeljauwvisserij in grote delen van de Noordzee. Vissers en ook visserijbiologen uiten sindsdien veel kritiek op de beleidsmakers en komen met andere voorstellen. Wat is nu de beste oplossing? Gebieden sluiten voor vissers, de visserijvloot drastisch inkrimpen of misschien kan men volstaan met technische maatregelen ter vermindering van bijvangsten? De meningen zijn sterk verdeeld.

Michel Langendijk, woordvoerder van Stichting De Noordzee: "Het sluiten van gebieden voor visserij is in principe een goed idee, maar nu gaan dezelfde boten naar de nog open gebieden en richten daar mogelijk meer schade aan aan het visbestand dan ze voorheen deden. Het was beter geweest om meteen de hele Noordzee af te sluiten of tenminste de totale visserijinspanning te reduceren.

Het is vooral belangrijk om weer een buffervoorraad aan vis op te bouwen. Nu is er slechts een visbestand over dat net groot genoeg is om zich voort te planten. De vissers halen elk jaar in feite de basis weg van het visbestand. Ze snijden in hun eigen vlees. Bij een vollere zee heb je een veel stabielere aanvoer van vis en kunnen vissers elk jaar als het ware de rente opvissen. Wil je zo'n situatie realiseren, dan moet je voor een paar jaar de visinspanning laag houden. Dit vereist een economische en sociale omwenteling in de visserijsector. In plaats van het hele jaar door te vissen, kunnen vissers bijvoorbeeld meer seizoensarbeid gaan doen. Door bijvoorbeeld niet in het paaiseizoen te vissen, krijg je een veel groter visbestand. De visserijsector moet zich realiseren dat het ook in zijn eigen belang is om niet telkens het maximum aan vis uit zee te halen."

Geert Meun, secretaris van de Federatie van Visserijverenigingen: "Wij geloven niet in de verhalen over overbevissing van de zuidelijke en centrale Noordzee. Twaalf jaar geleden voeren hier zeventig Nederlandse en vijftig Duitse schepen op kabeljauw en nu is er nog maar een handjevol van over. We begrijpen de biologen dan ook niet die zeggen dat de visserijinspanning veel te groot is. De lage aanvoer van vis heeft natuurlijke oorzaken, die wij niet kunnen bevroeden. Inkrimping van de Nederlandse visserijvloot heeft dan ook geen zin. Het is een ander geval in het noordelijke deel van de Noordzee. De Schotten vissen hier wel erg veel.

De vissers kunnen wel technische maatregelen nemen, zoals de maaswijdte van de netten vergroten zodat er minder bijvangsten zijn, ongewenste vangsten die dood overboord worden gegooid. Maar je moet je realiseren dat je van achter het bureau allerlei draconische maatregelen kan bedenken, maar als vissers ze niet uitvoeren, dan is er een probleem. Daarom moet er nauw overlegd worden met vissers. Zij moeten medeverantwoordelijk blijven voor het visstandbeheer."

Dr. Dolf Boddeke, bioloog en oud-medewerker van het instituut voor visserijonderzoek Rivo: "Er wordt bij het publiek ingehamerd dat de wereldzee?n worden leeggevist. Maar de wereldzeevisaanvoer is al 25 jaar constant. Met de kabeljauw in de Noordzee is niets aan de hand. De kabeljauw is weer terug op z'n oorspronkelijke niveau van de eerste helft van de twintigste eeuw. De visserij is niet schuldig aan een slechte kabeljauwstand, maar het slachtoffer van het eutrofiringsbeleid. Door de fosfaten uit het water te halen, ontstaat er een disbalans tussen fosfaat en stikstof in de Noordzeekustzone en daardoor voedselgebrek voor de vis en vislarven. Om de onbalans te herstellen en daardoor de visstand weer op peil te brengen, moet men gedoseerd zuiver fosfaat voor de Zuid-Hollandse kust lozen.

Al zou de vissersvloot een paar jaar voor de kant blijven, dan is de kabeljauw daar structureel niet bij gebaat. Maar omdat elke vis die in zee blijft er een meer is die voor nakomelingen kan zorgen, zou stilliggen in de paaimaand enig effect kunnen hebben. Hetzelfde geldt voor een verbod op de visserij rond wrakken, waar de grote moederdieren zwemmen."

Dr. Adriaan Rijnsdorp, hoofd afdeling Biologie en ecologie van het Rivo: "We vissen momenteel op het randje van de afgrond. Er wordt in de hele Noordzee te intensief gevist aangezien er meer geoogst wordt dan er bij komt. We moeten de visserijinzet aanzienlijk beperken, bijvoorbeeld door een stilligregeling. Het vangstvermogen van de kabeljauwvisserij moet met ongeveer veertig procent omlaag.

Het sluiten van delen van de Noordzee in de paaiperiode voor kabeljauwvisserij is niet de oplossing. In de gesloten gebieden vissen ze niet op kabeljauw maar daarvoor in de plaats vangen ze andere vissoorten en vissen ze in andere gebieden. Je ziet dat Schotse vissers zijn uitgeweken naar gebieden waar veel ondermaatse schelvis wordt bijgevangen, die je eigenlijk zou moeten sparen om een gezond visbestand te realiseren.

Het idee dat de slechte kabeljauwstand het gevolg is van het eutrofi?ringsbeleid en de reductie van fosfaat in het zeewater, is onjuist. Er zijn geen bewijzen voor. Het leidt ook de aandacht af van de werkelijke oorzaak van de visserijcrisis: teveel vissersschepen en een niet-effectief visserijbeleid van de Europese Unie. Met gesloten gebieden of vangstquota kunnen de problemen niet worden opgelost. Alleen een daadwerkelijke beperking van de visserijinzet is een oplossing voor het bereiken van ecologisch verantwoorde duurzame visserij.

Hugo Bouter

Tekening Henk van Ruitenbeek

'Men moet fosfaat voor de Zuid-Hollandse kust lozen om de visstand op peil te brengen'

'Alleen een daadwerkelijke beperking van de visserijinzet is een oplossing'

Re:ageer