Student - 15 augustus 2013

Herinneringen van hoogvliegers

tekst:
Albert Sikkema

Ze zijn minister, schrijver, hoofdredacteur of topsporter, maar één ding hebben ze gemeen: hun carrière begon in Wageningen. Vier prominente oudstudenten kijken op verzoek van Resource terug op hun eigen studententijd. ‘Ik voerde eindeloze discussies over studie en maatschappelijk onrecht.’

Untitled.jpg
Pas in mijn vierde jaar ben ik aan de slag gegaan
Jeroen Dijsselbloem

Jeroen Dijsselbloem. Beroep: minister van Financiën. Studie: Landbouweconomie van 1985 tot 1991
‘Eigenlijk had ik helemaal niet gepland om naar Wageningen te gaan. Maar omdat ik werd uitgeloot voor de studie Diergeneeskunde in Utrecht, kwam ik op de Wageningse opleiding Zoötechniek terecht. Al snel werd echter duidelijk dat veeteelt niets voor mij was. Daarop switchte ik naar Agrarische economie en dat beviel meteen. Met het vinden van een kamer had ik geluk. Mijn zus studeerde al in Wageningen en ik kon in onderhuur in haar kamer. Daarna ging ik naar Bowlespark 28, ook wel bekend als Heesteroord, wat mijn leukste studentenhuis was. Toen het werd verkocht ging ik naar de Oude Eekmolenweg, in het studentenhuis op nummer 32. De eerste jaren deed ik veel te weinig aan mijn studie. Te veel afl eiding, te druk met het sociale leven. Ik ben nooit lid geworden van een vereniging maar bezocht altijd de ‘proppenfeesten’. Mijn favoriete café was Loburg, waar barkeeper Ronald al wist wat je wilde drinken nog voor je binnen was. Als bijbaan heb ik jaren schoongemaakt in café ‘t Gat. Erg sportief ben ik nooit geweest, maar met de Veluweloop deed ik altijd mee. Op de 8,7 km. Pas in mijn vierde jaar ben ik aan de slag gegaan. Welk aspect van mijn studie me nog dagelijks van pas komt? Qua vakken scoort ‘monetaire economie’ op dit moment hoog… Maar in alle ernst, de brede academische vorming met vakken als bestuurskunde, recht en sociaal-economische geschiedenis, geeft me nog steeds veel voordeel. Een van de leukste dingen van Wageningen was het internationale karakter. Iedereen reisde over de hele wereld, voor stages of onderzoek. En bracht de cultuur mee terug. Zo ben ik ondergedompeld in latinosfeer en hebben we er goede vrienden in Nicaragua aan overgehouden.



Untitled.jpg
Wat je van Wageningen overhoudt is een naar buiten gekeerde blik
Frank Westerman
Frank Westerman. Beroep: schrijver en journalist bij de Volkskrant en NRC Studie: Tropische cultuurtechniek van 1983 tot 1989

‘Het begon ermee dat we met een groep scholieren uit Assen de voorlichtingsdag in Wageningen bezochten. Een student nodigde ons toen uit om langs te komen en het échte studentenleven te zien. We maakten daar kennis met een woongroep en gingen naar het macrobiotische eethuis Pee Pastinakel, waar we pompoensoep aten. ’s Avonds gingen we naar café Troost. Ook zagen we hoe mooi de omgeving was, op de rand van de Wageningse Berg en de uiterwaarden. Veel scholieren besloten zich daarop in te schrijven voor een Wageningse studie, waaronder ik. Ik heb drie maanden op Dijkgraaf gewoond, daarna werd het Nieuwstraat 1. Dat was een statig herenhuis in de binnenstad waar we met zeven studenten woonden. Het was een asociaal huis volgens de toen geldende normen, want iedereen had een eigen keuken en we deden niet alles samen. Geen intekenlijsten voor het eten en geen gezamenlijke boodschappen. Ik vond dat juist prima. Het onderwijs was projectgericht, we zaten constant bij iemand thuis onderwijsprojecten te doen. Op ons stoepje voor het huis spraken we over Bolivia en Guinee- Bissau alsof we het over Arnhem hadden. Ik zat in de Midden- Amerika Werkgroep, die avonden met gastsprekers organiseerde. We hadden oog voor de misstanden in verre oorden, zoals dictator Rios Montt in Guatemala die hele dorpen uitmoordde. Niemand geloofde ons toen, maar het klopte wel; Montt zit dit jaar in de beklaagdenbank voor genocide. We collecteerden ook voor de onderdrukten in de wereld. Daar gingen vaak felle discussies aan vooraf. Zouden we geld geven aan het gewapende verzet in El Salvador of mochten er alleen dekens voor daklozen van worden gekocht? Daar kwamen we niet uit. Troost was mijn café, daar ging ik discussiëren en dansen. Het begon altijd pas om half twee ’s nachts. Dan zat ik ’s avonds op mijn kamer en dacht ik: hoe overbrug ik de tijd? Toen Troost ter ziele ging, werd het Unitas en ’t Gat. Overdag liep ik veel in de uiterwaarden, dat was echt geweldig. En ’s nachts gingen we wel eens illegaal naaktzwemmen in het zwembad aan de dijk. Wageningen was een klein beschermd wereldje, maar oh zo wereldwijs. Wat je ervan overhoudt is een naar buiten gekeerde blik. Het was een idealistische tijd, misschien waren we niet goed in relativeren. Maar in mijn boeken ga ik geregeld terug naar Wageningen. Het is een van de bronnen die ik nog steeds aanboor.’ 



Untitled.jpg
Lekker kleinschalig onderwijs, met veel practica
Annemiek van Vleuten

Annemiek van Vleuten. Beroep: profwielrenner. Studie: Dierwetenschappen van 2002 tot 2007
‘In Wageningen begon ik met Biologische Productiewetenschappen. Dat was alternatieve landbouw met alternatieve studenten. Ik wist niet zeker of ik daar wel tussen paste, daarom switchte ik naar Veeteelt. Maar in Wageningen had ik het gelijk naar mijn zin. Lekker kleinschalig onderwijs, met veel practica. Een verademing na mijn ervaring met Bedrijfswetenschappen in Nijmegen, waar je met vijfhonderd studenten in een collegezaal zat. Ik besteedde dagelijks zes tot acht uur aan mijn studie en haalde al mijn punten. Mijn studentenhuis zit boven Intersport aan de Churchillweg. Daar woon ik nog steeds, met vijf huisgenoten. Een ontzettend leuk huis, we gingen samen naar veel feestjes. Zoals de open feesten van Ceres. Het leukste vond ik het zwembadfeest, een zwembad in de kroegzaal en dan met bandjes om het water in. Ik ben nooit lid geworden van Ceres. Wel heb ik elk jaar de AID overgedaan. Toen ik ging studeren, was ik behoorlijk timid. toen heb ik niet veel gefeest tijdens de AID. Toen ik miujn weg had gevonden heb ik dat ingehaald. Pas in het laatste jaar van mijn studie ben ik, door een knieblessure met voetbal, gaan fietsen. Eerst was dat om te revalideren, toen ging ik bij de Toerclub Wageningen, daarna werd het serieus. Ik heb nu een totaal ander leven, ik leef als een monnik – geen drank meer, vroeg naar bed. Ik vind het mooi dat ik de studententijd met uitgaan heb meegemaakt, maar nu leef ik voor de sport. Daar kan ik nu van bestaan. Met mijn diploma Dierwetenschappen doe ik niets. De wetenschap is niet mijn wereld en ik wil geen kantoorbaan. Ik wil iets praktisch doen in de sport, bijvoorbeeld als coach of voedingsadviseur. In dat laatste geval komt mijn Wageningse opleiding toch van pas.’


Untitled.jpg
Over één ding waren we het eens: het bier was slecht, Stella Artois
Willem Schoonen

Willem Schoonen. Beroep: hoofdredacteur van dagblad Trouw. Studie: Milieuhygiëne van 1976 tot 1983
‘Ik kwam uit Apeldoorn en wilde eigenlijk medicijnen studeren, maar ik werd uitgeloot. Toen werd het Wageningen, omdat je daar Milieuhygiëne kon studeren, een nieuwe opleiding. Ik kwam terecht in een huisje bij het Olympiaplein, boven een snoepwinkeltje, waar ik met drie studenten woonde. De propedeuse was eigenlijk een afknapper. We moesten van 9 tot 5 studeren, de dagen zaten helemaal vol, de gedroomde vrijheid was er nog niet. Pas in het doctoraal van de studie kon je zelf onderzoek doen, dat vond ik de meest interessante periode. Toen kwam het grote voordeel van Wageningen tot uiting – je kon kiezen wat je wilde. Ik heb milieu gecombineerd met sociaaleconomische vakken. Zo deed ik een project over de arbeidsomstandigheden in drukkerijen. Mijn plek in Wageningen was café Troost. Ik voerde er eindeloze discussies over studie en maatschappelijk onrecht. Over één ding waren we het eens: het bier was slecht, Stella Artois. Maar in Troost kwamen de mensen die je wilde ontmoeten. Er waren weinig vrouwelijke studenten in die tijd, slechts 10 procent van mijn lichting was vrouw. Daar werd echt om gevochten. Omdat ik geen mooie jongen was, had ik altijd het nakijken. Het was een spannende tijd, met veel strijd. Er werd gekraakt in Wageningen en de eerste coffeeshops werden opgericht. Zelf was ik actief in de studievereniging van Milieuhygiëne en bij de WSO, daar protesteerden we tegen bezuinigingen op het onderwijs. Ik was een linkse rakker. Na mijn studie ben ik twee jaar werkloos geweest – bijna iedereen was werkloos na de studie, net als nu. Ik werd politiek actief in de gemeenteraad voor de CPN, de communistische partij, en heb me als vrijwillige journalist aangemeld bij De Waarheid. Pas bij Trouw heb ik mijn eerste baan gekregen en daar ben ik nooit meer weggegaan. Ik heb veel gehad aan de brede oriëntatie van Wageningen.’










Re:ageer