Wetenschap - 1 januari 1970

Hennen lijden onder ruw paargedrag

Hanen in de vleeskuikenhouderij springen zeer ruw om met de hennen. Meer dan tachtig procent van de paringen wordt afgedwongen en minder dan een derde van de hanen doet aan enige vorm van ‘voorspel’. Dit blijkt uit een inventarisatie van de Animal Sciences Group op twaalf praktijkbedrijven.

‘Uit ons onderzoek kun je inderdaad afleiden dat verkrachting door hanen eerder regel is dan uitzondering’, zegt ing. Rick van Emous, pluimveeonderzoeker bij de Animal Sciences Group. Samen met twee collega’s heeft hij een inventarisatie uitgevoerd naar het paargedrag van ouderdieren in de vleeskuikenhouderij. De belangrijkste resultaten hiervan zijn afgelopen week gepubliceerd in het vakblad Pluimveehouderij.
Aanleiding voor het onderzoek is het zogeheten Ingrepenbesluit. Hierdoor is formeel vanaf 1 september 2001 het inkorten van de snavel en afknippen van de sporen bij vleeskuikens verboden. De sector heeft vooralsnog vijf jaar uitstel gekregen om de verwachte welzijnsproblemen op te lossen. Uit de inventarisatie blijkt dat de paringen nu al zeer agressief verlopen. De onderzoeker menen daarom dat door het ingrepenbesluit de huid- en veerbeschadingen bij hennen sterk zal toenemen. ‘Vanuit welzijnsoogpunt kun je sowieso vraagtekens zetten bij de manier waarop de paringen nu in de praktijk verlopen’, aldus Van Emous.
De onderzoekers hebben het seksueel gedrag gevolgd vanaf het moment dat hanen en hennen in de vleeskuikensector bij elkaar worden geplaatst. Dat gebeurt op zogeheten vleeskuikenmoederbedrijven gewoonlijk na ongeveer twintig weken. Van iedere paring is vastgelegd of die gedwongen of vrijwillig was. Een paring geldt als gedwongen als de hen geen hurkgedrag vertoont en de haan de hen met behulp van gewicht in de hurkhouding drukt. Meer dan tachtig procent van de paringen is gedwongen, ook als de hanen en hennen al acht weken bij elkaar zitten. Hanen paren daardoor bijna altijd met staande of lopende hennen. Opmerkelijk is bovendien dat minimaal de helft van de paringen mislukt.
In de natuurlijke situatie vertoont een haan een complex ‘voorspel’ om de hen uit te nodigen om een hurkende houding aan te nemen. Hij omcirkelt de hen, biedt met kloekende geluiden voer aan of nadert de hen met overdreven hoge stappen. Maar dit baltsgedrag blijkt in het geheel niet voor te komen bij de onderzochte hanen. Slechts in dertig procent van de gevallen wordt een paring ingeleid met iets wat op balts lijkt: het opzetten van de veren.
De onderzoekers stellen verder vast dat de hanen zich opmerkelijk agressief gedragen richting de hennen. Zo pikken hanen van 26 weken bijna vijf keer zo vaak naar hennen als richting seksegenoten. Ook maken de hanen zich schuldig aan het vastgrijpen van de kam en het najagen en naar de grond duwen van hennen.
Van Emous denkt dat het agressieve gedrag van de hanen te maken heeft met het feit dat hanen en hennen bij slachtkuikens relatief lang gescheiden opgroeien. ‘De gescheiden opvoeding zorgt er waarschijnlijk voor dat de dieren het natuurlijke paargedrag niet aanleren. De hennen en hanen worden bij slachtkuikens relatief lang uit elkaar gehouden omdat in de eerste weken de hennen juist sneller groeien. De hennen zijn dan veel manser en dan raken de hanen gefrustreerd en verliezen ze hun dominantie. Toch hoop ik dat er een soort middenweg is, bijvoorbeeld door ze ergens tussen de vier en twaalf weken samen te laten opgroeien. We lopen zelf immers ook niet voor niks door elkaar’, aldus Van Emous.
In de tweede fase van het onderzoek wordt in experimenten bekeken of het aantal hanen in de populatie gevolgen heeft voor de ontwikkeling van het paargedrag. Daarnaast hoopt Van Emous dat het lukt onderzoek op te zetten naar het paargedrag bij legkippen. ‘De problemen met agressief haangedrag lijken daar minder groot en wellicht heeft dat te maken met feit dat de leghennen en –hanen gezamenlijk worden opgefokt.’ / GvM

Re:ageer