Wetenschap - 1 januari 1970

Henk Meijers, Universitair Sportcomplex de Bongerd

Henk Meijers, Universitair Sportcomplex de Bongerd

Henk Meijers, Universitair Sportcomplex de Bongerd


,,Laatst stond er nog een meisje bij me aan de balie. In tranen. Haar
portemonnee was gestolen. Ze wist ook wel dat ze die niet had moeten
meenemen, maar er zat toch weinig geld in. Alleen pasjes. Allemaal weg.
Verschrikkelijk vervelend ik dat. Wie doet dat nou?
Het gebeurt hier elke maand dat er wat gepikt wordt. Soms geld, maar soms
ook kleren. Jassen en broeken, ja. En wie het doet? We hebben geen flauw
idee. We letten er tegenwoordig goed op wie hier binnenkomt. We hebben een
pasjessysteem, en als we een stel dertien- tot veertienjarigen
binnenkrijgen letten we extra goed op.
Verleden jaar hadden we hier iemand van buiten die dingen stal. Hij liep al
in het oog, want hij was jonger dan de mensen die hier normaliter
rondlopen. We hebben hem op een gegeven ogenblik aangesproken, en toen
bleek hij gepikte dingen in zijn sporttas te hebben. We hebben hem
overgedragen aan de politie.
Maar nu is er wat anders aan de hand. Wie er nu ook aan het stelen is
geslagen, het is iemand met een kaart. Ik weet eerlijk gezegd niet wat ik
eraan moet doen. Moet ik dan camera’s in de kleedkamers gaan ophangen? Dat
gaat toch te ver? En ik begrijp het niet. Je komt hier toch om te sporten?
En niet om van je collega’s of medestudenten te stelen?’’ | W.K.

Re:ageer