Organisatie - 19 juni 2008

Hemels

‘En als jij dood bent’, vraagt Tijs Breukink dromerig. ‘Waar ga je dan naar toe, denk je?’
Aalt Dijkhuizen krabt op zijn hoofd. ‘Wat ik precies denk weet ik niet’, antwoordt de leider der leiders. ‘Maar ik hoop natuurlijk dat ik naar de hemel ga.’
‘De hemel’, herhaalt Breukink.
‘Als ik het onderzoek van onze christelijke studenten mag geloven, dan behoor ik tot die twintig procent van de Wageningers die daarin gelooft.’
‘En hoe ziet dat eruit, die hemel van jou? Heb je daar ideeën over?’
Dijkhuizen bolt zijn wangen.
‘Ik denk er niet zo vaak over na’, bekent hij na enkele seconden stilte. ‘Maar ik denk dat het er erg mooi is.’
‘Zoiets als het Forumgebouw?’
‘Maar dan groter’, zegt Dijkhuizen. ‘En met muziek uit de musicals van Joop van den Ende op de achtergrond.’
‘Loopt God daar ook rond? In een Italiaans maatpak?’
Dijkhuizen pulkt met een potlood in zijn oor.
‘Daarvoor is God te belangrijk, Tijs. God zetelt in een apart gebouw. Ivoorwit is het, en heel erg hoog. En op de bovenste verdieping, daar is het kantoor van God.’
‘Maar missen de mensen hem dan niet?’
‘Geenszins. Ze hoeven maar over hun schouder te kijken, of ze zien een camera of een prikklok. Daarmee passen God en de engelen op de mensen, en dat geeft de bewoners van de hemel een fijn gevoel.’
‘En wat doen de mensen in de hemel de hele dag?’
‘Ze luisteren naar de muziek, Tijs. En ze bestuderen de memo’s, projecties en verkenningen die God en de engelen voor ze maken. Zo leren ze God doorgronden en worden ze één met hem.’
‘Wat mooi’, zegt Tijs Breukink.
‘In de hemel is niemand ongelukkig’, beaamt Dijkhuizen. ‘Iedereen lacht en zingt de hele tijd. Er is helemaal niets waarvan je ongelukkig wordt.’
‘Er is dus niet zoiets als Resource?’
‘Toch wel’, glimlacht Dijkhuizen, en knijpt Breukink teder in diens wang. ‘Maar er staan alleen maar leuke dingen in.’

Re:ageer