Wetenschap - 10 juni 2010

Heimelijke contacten houden burgeroorlog leefbaar

tekst:
Joris Tielens

Wisselende identiteiten in burgeroorlog Sri Lanka. Antropoloog luistert in het theehuis.

Midden in de burgeroorlog tussen Tamils en het Singalees regeringsleger, bleven de etnische groepen onder de oppervlakte contact houden.
Dat ontdekte antropoloog Timmo Gaasbeek. Hij promoveerde 26 mei cum laude aan Wageningen Universiteit.
In Noordoost-Sri Lanka hield de oorlog tussen 1983 en 2009 flink huis. Dorpen van Tamils werden tot drie keer toe volledig verwoest en in alle kampen vielen veel doden. Openlijk contact tussen de etnische groepen was levensgevaarlijk. Toch bleef een irrigatiesysteem, waarin het water tussen verschillende etniciteiten verdeeld moest worden, grotendeels functioneren.
Gaasbeek werkte in het gebied voor ZOA-Vluchtelingenzorg. Hij verwonderde zich daarover en begon antropologisch onderzoek naar het interetnisch contact te midden van de etnische oorlog. Gerichte interviews waren onmogelijk, dus de onderzoeksmethode bestond uit theedrinken in het theehuis en daar geduldig luisteren naar de dorpelingen.
Er bleek onderhuids veel meer interetnisch contact te zijn dan mogelijk leek. Het irrigatiesysteem bleef draaien door informele ruilverkaveling: Tamil boeren ruilden land met moslim boeren of verhuurden het aan ze. Land waar de Tamils zelf niet meer konden komen omdat ze er hun leven niet zeker waren, werd zo toch bewerkt. Ook de beheerders van het irrigatiesysteem konden elkaar vanwege verschil in etniciteit op straat geen gedag zeggen. Om toch afspraken te maken over waterverdeling, werden besloten vergaderingen belegd waar wel werd samengewerkt.
Gaandeweg ontdekte Gaasbeek nog veel meer heimelijk contact tussen de groepen. Zo bleek ongeveer een procent van de huwelijken gemengd. Dat lijkt weinig, maar het betekent dat iedereen in een dorp wel iemand kent die getrouwd is met de vijand die het dorp bombardeerde.
Allebei boer
Gaasbeek concludeert dat hoewel het grote verhaal in de regio een verhaal is van etnisch conflict en oorlog, mensen om pragmatische redenen vaak een 'wisseltruc van identiteiten' toepassen. Als het water of het land verdeeld wordt, praten mensen met elkaar omdat ze allebei boer zijn, en niet omdat ze Tamil, moslim of Singalees zijn. Waterbeheerders verschijnen in de besloten vergaderingen niet als Tamil of moslim, maar als waterbeheerder. Ook andere identiteiten worden te hulp geroepen. Gemengde huwelijken worden getolereerd omdat het stel kinderen krijgt en de identiteit 'goede ouders' wordt benadrukt in plaats van de etniciteit.
Geweld, zo ontdekte Gaasbeek, is vaak rationeler dan we denken, en ook in extreem gewelddadige situaties blijven mensen pragmatisch denken. Tijdens hevige rellen in Mutur in april 2003 gingen duizenden Tamils en moslims elkaar te lijf. Toch liep daarna een overmacht van achthonderd moslims vreedzaam langs veertig Tamil families. Die Tamils bleken straatvegers. En de moslims wisten dat zonder hen de stad in een puinhoop zou veranderen.
De aanbeveling voor noodhulp- en ontwikkelingsorganisaties is dat veel meer tijd uitgetrokken moet worden om de lokale situatie te leren kennen, zegt Gaasbeek. 'Hulpverleners of diplomaten kennen het gebied vaak niet en laten het belangrijkste werk liggen.' Moet dan elke ontwikkelingswerker of vredesopbouwer ook antropoloog zijn? Gaasbeek: 'Nee, maar je moet wel kunnen theedrinken.'

Re:ageer