Organisatie - 1 januari 1970

Hbo’ers halen vakken minder snel

Studenten die hun bachelor op het hbo of in het buitenland hebben gehaald slagen significant minder vaak voor bepaalde vakken aan Wageningen Universiteit dan derde- en vierdejaars studenten die van het vwo afkomen.

Dat blijkt uit een nota van ir Geert Muggen die de onderwijskwaliteit en -statistiek van Wageningen Universiteit bijhoudt. In de nota worden de slagingspercentages onderzocht van studenten met een vwo, hbo, of buitenlandse achtergrond. De slagingspercentages lopen vooral ver uiteen bij een vergelijking van vijftien vakken waarin ten minste tien studenten zaten van elke groep. Gemiddeld slaagde driekwart van de vwo’ers voor deze vakken, 63 procent van de buitenlanders, en 54 procent van de hbo’ers. Volgens Muggen zijn de cijfers ‘zwaar significant’ te noemen, hoewel er grote verschillen zitten tussen de vakken. Zo had een vak dat gegeven werd door ir Janhein Loedeman voor alle groepen een slagingspercentage van honderd procent.
Als je naar alle vakken van het studiejaar 2002/2003 kijkt, blijkt dat de slagingspercentages over het algemeen hoog liggen, en de verschillen tussen de groepen beduidend kleiner zijn. Van de vwo’ers en studenten met een buitenlands diploma heeft gemiddeld 82 procent een voldoende, van de hbo’ers 76 procent.
Muggen stelt dat er weinig aanleiding lijkt te zijn om categorisch uitspraken te doen over het beginniveau van bepaalde subcategorieën studenten aan Wageningen Universiteit.
Muggen heeft ook gekeken naar het gemiddelde cijfer voor de afstudeervakken van de drie groepen. Vwo’ers scoren gemiddeld een 7,79, hbo’ers een 7,71 en buitenlandse studenten een 7,54. De verschillen tussen de groepen noemt Muggen significant, maar gering. | G.v.H.

Zie ook Achtergrond.

Re:ageer