Organisatie - 25 september 2008

Hbo-fraude kost hogeschool 4,5 miljoen

De Raad van State heeft bepaald dat Van Hall Larenstein 4,5 miljoen euro aan onterecht ontvangen subsidie moet terugbetalen aan het Rijk. Daarmee bevestigt de raad het vonnis van de rechtbank in Arnhem, waartegen de hogeschool in beroep was gegaan. De directie van VHL en de Raad van Bestuur van Wageningen UR betreuren de uitspraak.
Het ministerie van LNV wilde het geld terug nadat in 2002 de zogenaamde hbo-fraude aan het licht kwam. De hogescholen gaven buitenlandse studenten die een module van een opleiding volgden op als reguliere studenten.
Directielid Martin Jansen van Van Hall Larenstein laat weten dat Wageniningen UR en de hogeschool de mening zijn toegedaan dat indertijd voor het belangrijkste deel van het genoemde bedrag is gehandeld binnen de kaders van de toenmalige regelgeving. De directie betreurt de uitspraak van de Raad van State dan ook. ‘De voor bekostiging opgevoerde studenten verbleven in Nederland en voor hen is een onderwijsprestatie geleverd. Veel mensen hebben hier hard voor gewerkt en de betreffende studenten hebben een goede opleiding gehad bij ons’, aldus Jansen.
VHL Leeuwarden moet over de periode van 1999 tot 2004 ongeveer 2,6 miljoen terugbetalen, en VHL Wageningen/Velp over de periode van 2002 tot 2004 ruim 1,9 miljoen. Omdat Van Hall Larenstein al geld opzij had gezet, heeft de uitspraak geen financiële consequenties voor de hogeschool. 
Ook van andere hbo-instellingen wordt geld teruggevorderd. De Hogeschool Utrecht moet 7,5 miljoen euro terugbetalen, en de Noord-Brabantse hogeschool Avans 19,4 miljoen.

Re:ageer