Organisatie - 30 augustus 2007

Hartje

‘Dus hier komen ze?’, vraagt Martin Kropff. De rector magnificus staat in een willekeurig vertrek van de Bornsesteeg. Op de gang staan de directeur van de studentenwoningstichting, Hans van Medenbach, en diens trouwe rechterhand, Jan Harkema. Voor hen is in de kamer om geo-logistieke redenen geen plaats.
Van Medenbach knikt. ‘Na de verbouwing biedt dit vertrek onderdak aan acht Chinezen.’
‘Acht?’, vraagt Kropff. ‘Dit kamertje? Ik pas er zelf net in.’
‘Voor iemand met een westerse fysiologie is dit misschien een kamertje’, zegt Van Medenbach. ‘Maar voor onze kleine vrienden uit Azië, waar de consumptie van dierlijke eiwitten aan de krappe kant is, is dit een zee van ruimte.’
‘Maken jullie geen misbruik van de situatie?’, vraagt Kropff. ‘Als je in deze tijden van kamernood armzalige kamertjes voor woekerprijzen gaat verhuren?’
‘Ik en Jan maken bezwaar tegen de term kamertjes’, werpt Van Medenbach tegen. ‘Wij prefereren de term leefruimte.’
‘Waar onze Aziatische vrienden kunnen leven volgens hun eigen zeden en gewoonten’, zegt Harkema. ‘Waar ze gewoon Nieuw Jaal, Calnaval en Kelstmis kunnen vieren zonder boze Nederlandse gezichten.’
‘Zodra de Nederlanders zijn vertrokken’, vult Van Medenbach aan.
‘Jullie gaan hier toch geen getto creëren?’, vraagt Kropff. ‘Een flat waar je alle buitenlandse studenten op elkaar perst?’
Van Medenbachs mond valt open. ‘Jan…’, steunt hij.
‘Ja, Hans.’
‘Denk ik zo slecht over onze buitenlandse vrienden?’
‘Nee, Hans.’
‘Want wat zeg ik altijd over buitenlanders, Jan?’
‘Je zegt: van buiten hebben ze misschien een kleurtje, maar van binnen is hun hartje vaak blanker dan dat menig Nederlander.’
Kropff zucht. Hij is gerustgesteld.
‘Wanneer is het klaar?’, vraagt Kropff. ‘Zodat wij van WUR ons niet meer scheel hoeven te betalen aan een duur bungalowpark?’
‘We werken zo hard we kunnen’, zegt Harkema.
‘Je moet er toch niet aan denken’, zegt Van Medenbach handenwringend. ‘Opgesloten in een bungalow. Voortdurend de herrie van de vogeltjes…’
‘De koude rillingen lopen me over de rug, Hans’, zegt Harkema.

Re:ageer