Wetenschap - 1 januari 1970

Haringvlietsluizen moeten open voor zeeforel

Haringvlietsluizen moeten open voor zeeforel

Haringvlietsluizen moeten open voor zeeforel

De Haringvlietsluizen en stuwen in de Maas- en Rijntakken vormen een te
grote barrière voor zeeforel en zalm, vissen die elk jaar hunkeren naar de
paaigebieden in de bovenlopen van de grote rivieren. Dat blijkt uit
onderzoek van promovendus Abraham bij de Vaate.
Om de vissen een betere kans te geven, stelt de onderzoeker voor de
Haringvlietsluizen voor een deel open te stellen. ,,De kustzone voor de
Haringvlietdam, de buitendelta, is een gebied waar veel vissen zich
verzamelen. Ze worden aangetrokken door het zoete water dat vanuit het
Haringvliet wordt gespuid, maar ze kunnen de Haringvlietdam niet
passeren.’’ De sluizen zouden open moeten in de maanden juni, juli, oktober
en november, de belangrijkste intrekperioden van de vissen.
Bij de Vaate is ook projectleider aquatisch ecologisch onderzoek bij het
Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling
(RIZA). Hij vindt het ook nodig vistrappen aan te leggen bij de stuwen van
Grave en Borgharen in de Maas. Dit zijn de twee resterende stuwen in de
Maas waarbij een dergelijke doortrekvoorziening nog niet is gerealiseerd.
Verder moeten er vistrappen komen bij diverse stuwen in de Nederrijn en de
Lek.
Bij de Vaate volgde met behulp van telemetrie enkele honderden zeeforellen
in de periode 1996 tot en met 2000. Zo ontdekte hij dat de meeste
zeeforellen nu vooral de Nieuwe Waterweg gebruiken als ingang voor de
benedenrivieren. Ze zwemmen via de Oude Maas, Dordtsche Kil en Beneden
Merwede uiteindelijk naar de Waal. Maar als de Haringvlietsluizen open gaan
en de vistrappen er komen, zal het aantal zeeforellen dat de rivieren
intrekt en succesvol paait waarschijnlijk toenemen. Bij de Vaate verwacht
dat ook de Rijnzalm zal profiteren van de maatregelen, aangezien deze vis
een migratiepatroon heeft dat vergelijkbaar is met die van de zeeforel. De
Rijnzalm heeft het net als de zeeforel moeilijk; dit komt door de
verstuwing van de rivieren, de vrij slechte waterkwaliteit en de
verslibbing van paaibedden. De Rijnzalm was in de eerste helft van de
twintigste eeuw zelfs helemaal verdwenen uit de Rijn.
Bij de Vaate stelt ook voor om in de belangrijkste migratieperioden van de
vissen strenger te controleren op de naleving van het vangverbod door
beroeps- en recreatievissers. Op de Maas kan volgens de promovendus de
optrek van zeeforel nu al verbeterd worden door bij de stuwen waar nog geen
vistrap is gerealiseerd in de migratieperioden de scheepvaartsluis
dagelijks enige malen een lege schutting uit te voeren. De betreffende
sluizen fungeren dan even als vissluis. Met de scheepvaartsluis in de stuw
bij Borgharen zijn daarmee in het najaar van 2001 goede ervaringen
opgedaan.
| H.B.
Abraham Bij de Vaate promoveerde op 13 mei bij prof. Marten Scheffer,
hoogleraar aquatische ecologie en waterkwaliteitsbeheer.

Re:ageer