Wetenschap - 12 oktober 2006

Handel in soja blijft oerwoud bedreigen

Leidt de teelt van soja inderdaad tot ontbossing in Argentinië en Brazilië, was een van de vragen van het ministerie van LNV. Jazeker, antwoordde het LEI. Zo niet direct, dan toch indirect. En de Nederlandse intensieve veehouderij is nog steeds een forse afnemer van soja als veevoer, al gaat de hoofdmoot van de Latijns-Amerikaanse soja tegenwoordig naar China

Het LEI zette op verzoek van landbouwministerie LNV de feiten over de sojaketen op een rij om de discussie over het onderwerp te voeden. Maatschappelijke organisaties als Milieudefensie voeren actie tegen de bio-industrie. Behalve om dierenleed, gaat het ze daarbij om de ontbossing in Argentinië en Brazilië. Het rapport van het LEI bevestigt dat de teelt van soja in die landen leidt tot kap van regenwoud.
In Argentinië is er een directe relatie tussen de uitbreidende teelt van soja en de ontbossing. In Brazilië is die relatie volgens het LEI indirect. Er wordt geen bos gekapt om soja te verbouwen, maar er wordt wel bos gekapt om land vrij te maken voor extensieve veeteelt, terwijl het land waar vee op werd gehouden steeds meer voor soja gebruikt wordt. Voor de economie van beide landen is soja belangrijk. Voor Argentinië vormt de export van soja een kwart van de exportinkomsten, voor Brazilië een tiende.
Volgens onderzoeker Siemen van Berkum van het LEI kunnen Argentinië en Brazilië in principe hun sojaproductie opvoeren zonder meer regenwoud te kappen. ‘Bijvoorbeeld door een intensievere roulatie tussen akkerbouw en veeteelt in de Braziliaanse Cerrado’s. Maar tot nog toe gebeurt dat niet, omdat het voor sojatelers goedkoper is om nieuw bos om te kappen dan om het land dat er al is efficiënter te gebruiken.’ Volgens Van Berkum is er een gebrek aan regels over landeigendom en bescherming van bos. ‘Als die bescherming er op papier wel is, dan ontbreekt het aan handhaving door omkoperij en corruptie van de vaak zwakke lokale overheden.’
Een lucratieve business dus, en aan de stijgende vraag naar soja komt voorlopig geen eind. Tot 2002 was Europa de grootste afnemer, daarna heeft de sterk stijgende import van China de eerste plaats ingenomen. Toch blijft de import van soja in Europa groot. Het grootste deel daarvan, negen miljoen ton per jaar, komt via de Rotterdamse haven binnen. Tweederde deel daarvan gaat in verwerkte of onverwerkte vorm door naar andere landen. Maar een groot deel komt ook terecht in de Nederlandse intensieve veehouderij als voer. Nederland blijft daardoor de grootste importeur van sojabonen, die hier vermalen worden, en van zogenaamd sojaschroot, het restant van de vermalen bonen nadat de sojaolie eruit is geperst. Juist dat schroot wordt gebruikt als veevoer.
Stel nou dat de Nederlandse intensieve veehouderij opgedoekt zou worden, zou dat het regenwoud in Brazilië en Argentinië redden? ‘Nee’, zegt Van Berkum, ‘want China heeft inmiddels al een veel grotere vraag.’ Milieudefensie denkt daar anders over. ‘Nederland blijft de tweede importeur van soja in de wereld. Het is vreemd om jezelf vrij te spreken door naar een ander te wijzen die nog erger is’, zegt Wouter van Eck, campagneleider bij de milieuorganisatie.

Re:ageer