Student - 18 juni 2015

Half jaartje naar het buitenland steeds populairder

tekst:
Milou van der Horst,Nicole Janssen

Uitzonderlijk veel Wageningse studenten willen volgend jaar een minor in het buitenland volgen. Maarliefst 351 bachelorstudenten meldden zich aan bij de uitwisselingscoördinatoren van de universiteit om in collegejaar 2015/2016 naar het buitenland te gaan. In 2014/2015 deden nog 193 studenten een minor in het buitenland en nog een jaar eerder waren dat er 155.

Uitwisselingscoördinator Cor Langeveld geeft aan dat er nu ongeveer evenveel Wageningse studenten met een Erasmusbeurs naar het buitenland gaan als dat er buitenlandse studenten naar Wageningen komen. ‘Dat is gunstig, want jarenlang kwamen er twee tot drie keer zoveel Europese uitwisselingsstudenten naar Wageningen als dat er Wageningse studenten naar het buitenland gingen. Wij moesten dus relatief veel onderwijs verzorgen.’ Uitwisselingsstudenten betalen aan de universiteit waar ze een minor doen namelijk geen collegegeld. Universiteiten maken afspraken met elkaar over het aantal beschikbare plekken voor elkaars studenten. Idealiter is er een balans in het aantal studenten dat wordt uitwisselt. Ook Wageningen lijkt die balans nu te hebben gevonden. 
Gevraagd naar de reden voor de stijgende populariteit van studeren in het buitenland, antwoordt Langeveld: ‘Ik denk dat de bekendheid voor het programma is gestegen, zowel bij studenten als bij studiebegeleiders. Daardoor gaan studenten er bijtijds over nadenken.’ Het meest voor de hand liggende moment voor een minor aan een andere universiteit is het derde BSc-jaar, want in het tweede jaar moeten studenten nog veel verplichte vakken volgen, licht Langeveld toe. De aanvraag om een halfjaar elders te studeren moet echter al in februari worden ingediend voor het volgende collegejaar. Op tijd bedenken dat je weg wil, is voor studenten dus van groot belang. 

Een half jaar in het buitenland studeren is in 2010 bovendien een stuk makkelijker gemaakt door Wageningen University. Dat jaar werd besloten om het collegejaar in twee semesters op te splitsen, zoals dat ook bij de meeste buitenlandse universiteiten gewoon is. Tot die tijd bestond het collegejaar uit trimesters en was het dus vrijwel onmogelijk om zonder studievertraging een halfjaar weg te gaan uit Wageningen.  De meeste uitwisselingsstudenten blijven binnen Europa; slechts een enkeling zoekt zijn heil op een ander continent. Dit komt doordat studenten voor uitwisseling tussen Europese universiteiten een beurs kunnen aanvragen via het Erasmus+-programma. Deze beurs bedraagt tussen de 150 tot 270 euro per maand, afhankelijk van de bestemming. Voor minoren buiten Europa zijn er maar beperkt beurzen beschikbaar, maar als er afspraken zijn tussen Wageningen University en die niet-Europese universiteit, hoeft zo’n uitwisseling niet heel veel te kosten. Er wordt dan namelijk geen lesgeld in rekening gebracht.  
De populairste bestemmingen voor Wageningse studenten zijn Denemarken, Zweden en Noorwegen. Denemarken was in 2012/2013 en 2013/2014 veruit het populairst; bijna een op de vijf uitwisselingsstudenten ging daarheen. In dit collegejaar verdeelden de studenten zich gelijkmatiger over de landen van bestemming. Naast Zweden en Noorwegen waren ook Spanje, Tsjechië, Finland, Duitsland en Frankrijk populair. Denemarken zakte op de lijst naar de achtste plaats. Landen buiten Europa waar de afgelopen jaren Wageningse studenten een deel van hun opleiding volgden, zijn de Verenigde Staten, Canada, Nieuw Zeeland, Zuid-Afrika, Chili, Brazilië, Malta, Australië, Marokko en Bangladesh. 

Voor het studiejaar 2015/2016 is er massale belangstelling, 351 bachelorstudenten willen komend jaar graag naar het buitenland. Hiervan zullen er waarschijnlijk nog een aantal afvallen, maar de toename blijft zeer groot ten opzichte van voorgaande jaren. Studierichtingen met de meeste belangstelling zijn Internationale ontwikkelingsstudies (waar 53 studenten een aanvraag hebben ingediend), Bedrijfs- en consumentenwetenschappen (met 47 kandidaten), Voeding en gezondheid (met 33 studenten) en Levensmiddelentechnologie (31 studenten).


Resource
vroeg een aantal studenten waarom ze ervoor hebben gekozen om in het buitenland te gaan studeren. 

Ik denk dat je veel levenservaring opdoet door naar het buitenland te gaan
18_DSC_3885.jpg

Maxwell Chesal, student Biologie, Hoopt volgend jaar voor een halfjaar naar Cornell (Verenigde Staten) te gaan. 
‘Vanaf het begin van mijn studie Biologie wist ik dat ik een deel van mijn opleiding in het buitenland wilde doen. Daarom heb ik ook meteen geprobeerd om goede cijfers te halen. Ik wil namelijk naar Cornell University in de Verenigde Staten. Om daar toegelaten te worden, moet je gemiddeld minimaal een 8,3 staan. Daar zit ik nu net wel of net niet aan. Het is nog even spannend. Daarnaast moet ik twee referentiebrieven regelen, een motivatiebrief schrijven, genoeg geld op mijn bankrekening hebben en een ‘health insurance’  kopen in Amerika. Dat ben ik nu allemaal aan het regelen. Ik wil in januari 2016 vertrekken.

Ik heb altijd al in de Verenigde Staten willen wonen en dit is een perfecte gelegenheid om dat een tijdje te doen. Mijn keuze is op Cornell gevallen omdat het in de buurt ligt van de woonplaats van mijn familie en omdat de omgeving er mooi en inspirerend is. Het is net als Wageningen een kleine universiteitsstad waar studenten de sfeer bepalen. Cornell heeft ook vakken die mij erg interesseren en mij de mogelijkheid bieden om biologische kennis op te doen in een nieuw vakgebied. Ik ben namelijk van plan om daar vakken te volgen in gedrag en neurobiologie. Daarnaast heb ik de universiteit ook geselecteerd op wat Cornell te bieden heeft naast het onderwijs. Je kunt er bijvoorbeeld op de campus een auto huren en  een roadtrip gaan maken.

Ik ben heel nieuwsgierig naar het Amerikaanse onderwijssysteem en de campus, waar ik niet alleen zal studeren, maar ook zal wonen. Ik denk dat je heel veel levenservaring opdoet door naar het buitenland te gaan voor je minor. Niet alleen leer ik daar nieuwe mensen en culturen kennen, maar ik denk dat ik ook mezelf goed zal leren kennen. Je moet in staat zijn je op een andere plek thuis te voelen. Ik hoop ook internationale relaties op te bouwen. Ik zou later graag in Amerika werken. Hopelijk helpt deze uitwisseling me hierbij.’ 

 

Ik heb geleerd om op mezelf te vertrouwen
18_DSC_3888.jpg

Madieke Michels, bachelor Gezondheid en Maatschappij. Vier maanden minor in Boedapest.
‘Ik wilde graag naar het buitenland en Boedapest was mijn eerste keus. Ik hoorde op een voorlichtingsbijeenkomst over minoren in het buitenland iemand vertellen over zijn minor in Boedapest en dat leek me meteen leuk. Ik was nog nooit in het voormalig Oostblok geweest. Het leek me ook goed eens een andere universiteit te zien, in een andere omgeving te zijn en zo mijn zelfvertrouwen te vergroten.

In Wageningen is het vrij normaal om naar het buitenland te gaan. Maar ik voelde geen druk om naar het buitenland te gaan omdat zo veel mensen het doen. Ik wilde het gewoon zelf heel graag.  Boedapest is echt een heel leuke stad. Ik kom uit een dorpje en Wageningen is ook niet echt groot. Boedapest wel. Toch voelde ik me er snel thuis en heb ik veel vrienden gemaakt. De meeste vrienden kwamen ook uit het Erasmusprogramma. De internationale studenten hielden vaak huisfeesten. Sommige zopen zich helemaal klem tijdens die feesten, ook omdat het bier in Hongarije ontzettend goedkoop is. In een bar betaal je 1 euro voor een halve liter. Ik ging drie of vier keer in de week uit, wat wel vergelijkbaar is met Wageningen. In die periode heb ik ook meer gezien dan alleen Boedapest. Hongarije is niet naast de deur, dus toen ik er was, heb ik ook een beetje rondgereisd. Ik heb veel steden bezocht en dagtripjes gemaakt. Aan de universiteit volgde ik zeven vakken tegelijk. Ik had maar één keer per week college van een vak, dus dan was ik de week erop weer vergeten waar het over ging.

Het niveau van de vakken was wel hetzelfde als in Wageningen, maar de beoordeling was heel soepel waardoor ik alleen maar negens heb gehaald. Wat ik leuk vond aan de vakken was dat er vaak vanuit een ander perspectief en vanuit verschillende vakgebieden naar dingen werd gekeken. Ik word hier soms doodgegooid met dezelfde stof; daar hadden de vakken veel meer diepgang.  Ik heb vooral van Boedapest geleerd om op mezelf te vertrouwen en ik heb daar de bevestiging gekregen dat ik het ook echt allemaal alleen kan. Daarnaast heb ik veel geleerd van andere culturen en heb ik er een internationaal netwerk aan over gehouden, wat misschien handig is voor later.

Ik was vrij eenzaam in het begin
18_DSC_3873.jpg

Christina Chairistanidou, uit Griekenland. Minor Voeding en Gezondheid aan Wageningen Universiteit.  
‘Ik wilde nieuwe mensen ontmoeten uit andere culturen, mijn Engels verbeteren en mijn cv upgraden. Bovendien wilde ik me oriënteren op mogelijkheden om mijn master in het buitenland te doen. Daarom besloot ik naar Wageningen te gaan voor mijn minor. Ik wilde zien hoe de universiteit hier is, nieuwe professoren ontmoeten en leren om dingen op een andere manier te bekijken.

Ik vind het fijn om hier te studeren: de gebouwen op de campus, de collegezalen, de bibliotheek. En de docenten zijn ook heel aardig. Ze zijn erg behulpzaam en hebben goed contact met de studenten. De lesstof is wel pittig. Alles gaat hier anders en dat maakt het extra moeilijk. We moeten hier in Wageningen bijvoorbeeld veel meer groepswerk doen en alles is heel praktisch, terwijl het in Griekenland veel theoretischer is. Daarnaast volg ik hier mastervakken, terwijl ik een bachelorstudent ben. Maar de bachelorvakken die ik wilde doen worden alleen in het Nederlands gegeven. Dat betekent dus ook dat de vakken die ik volg niet direct aansluiten op mijn voorkennis van mijn opleiding in Griekenland: Voeding en Diëtiek. De eerste periode in Wageningen vond ik het best moeilijk. In Griekenland woonde ik bij mijn ouders. Hier woon ik voor het eerst op mezelf, met huisgenoten. Ik wist niet of ik daartoe in staat was, maar ik kan nu concluderen dat het me is gelukt. Ik moest bijvoorbeeld leren koken. Dat was best een uitdaging.

De eerste dagen hier voelde ik me best eenzaam, maar in korte tijd heb ik vrij veel vrienden gemaakt uit verschillende landen, van Frankrijk tot Indonesië. Veel van hen heb ik ontmoet tijdens de AID. De excursies van IxESN en ISOW hebben me erg geholpen me thuis te voelen. Dat waren altijd interessante activiteiten waar ik doordeweeks naartoe ging. Ik ben niet echt een feestbeest dus ik vond het fijn dat er veel bijeenkomsten waren waar je gewoon gezellig kon samenkomen om te kletsen. Er zijn vrij veel Grieken hier, omdat het redelijk normaal is voor Griekse studenten om naar het buitenland te gaan voor hun studie, vooral voor de master.

Foto's: Remo Wormmeester


Re:ageer