Wetenschap - 21 februari 2012

Haken en ogen aan databank dierproeven

Een centrale databank voor proefdieronderzoek is een goed initiatief. Maar of het veel zoden aan de dijk zet, is de vraag. Dat zegt hoogleraar Dier en Samenleving Elsbeth Stassen.

dierproef.jpg
Zij reageert daarmee op de wens van de Tweede Kamer om alle dierproeven voortaan centraal te registreren. Stassen is voorzitter van een van de dierethische commissies in ons land die de toelaatbaarheid van dierproeven beoordelen. De databank is een initiatief van de Partij voor de Dieren. De winst van zo'n databank zit 'm volgens Stassen vooral in de verplichting om gegevens van alle dierproeven vast te leggen. 'Dus ook van proeven die niet tot een publicatie leiden, omdat de hypothese niet werd bevestigd of omdat anderszins de proef is mislukt. Dat zou een pluspunt zijn. Daarmee voorkom je dat zo'n zelfde proef door anderen nog eens wordt gedaan.'
Meer winst
Maar Stassen plaatst vraagtekens bij de haalbaarheid van zo'n databank. 'Hoe krijg je het beeld compleet? Er zit een spanningsveld tussen openbaarheid en intellectueel eigendom van door derden gefinancierd onderzoek. Met name voor Wageningen is dat relevant.' Volgens Stassen is er veel meer winst te halen door aanpassing van de (internationale) wet- en regelgeving om medicijnen en voedingsstoffen geregistreerd te krijgen. 'Dat leidt nu nog tot veel dierproeven die onnodig zijn. Ook zijn er meer fondsen nodig die het gestructureerd zoeken naar alternatieven voor dierproeven mogelijk maken.'
 

Re:ageer