Wetenschap - 1 januari 1970

Haagse plannen sluiten niet aan bij praktijk leraren

Hoe leraren aankijken tegen hun vak wordt meer bepaald door hun ervaringen met het lesgeven dan door de opleiding die ze gehad hebben. Dat concludeert dr Yvonne de Vries in haar studie onder leraren van middelbare scholen. Haagse plannen sluiten vaak niet aan op die praktijkervaring.

Vooral de manier waarop leraren de rol van de leraar en de rol van de leerling zien, wordt sterk bepaald door hun eigen omstandigheden. Sommige scholen hebben bijvoorbeeld een duidelijk onderwijsbeleid waar leraren gezamenlijk aan werken. In andere gevallen bepalen persoonlijke meningen van leraren de manier waarop ze in de klas staan.
Het doel en de inhoud van het onderwijs wordt meer bepaald door nationaal overheidsbeleid. Zo zijn bijvoorbeeld het studiehuis en de basisvorming de afgelopen jaren vanuit Den Haag ontworpen, waarbij veel gebruik is gemaakt van theorieën van onderwijskundigen. Maar die wetenschappelijke theorieën zijn niet altijd hetzelfde als de theorieën van leraren zelf, die meer vanuit de praktijk ontstaan.
De Haagse plannen gingen dus niet uit van de praktijk van leraren, en dat is de reden dat veel van de plannen in praktijk mislukten. Het plan om in de basisvorming - tot de vierde klas - vijftien vakken te gaan geven op maar twee verschillende niveaus, mislukte. Leraren hadden dat al bij aanvang gezegd dat het plan in praktijk niet werkbaar zou zijn, maar naar hen werd niet geluisterd. De Vries pleit ervoor de praktijk kennis van leraren meer te benutten in beleid, en die ook beter te integreren in wetenschappelijke kennis over onderwijs. |
J.T.

Dr Yvonne de Vries promoveerde op 20 februari bij prof. Martin Mulder, hoogleraar Onderwijskunde.

Re:ageer