Organisatie - 3 april 2008

Haagse jungle

Vorige week moest ik in Den Haag, op een idyllisch groene locatie, een cursus verzorgen. Groene kennis delen met Haagse humor gaf een verrassende uitkomst. ’s Avonds aan het eind nog even samen opruimen. Dan de tas pakken, mappen mee, tot de volgende keer. Voordat ik weg reed nog een belletje naar mijn vrouw om het verwachte tijdstip van aankomst door te geven. Nog wat gezellige ditjes en datjes uitgewisseld terwijl ondertussen de laatste cursisten in de achteruitkijkspiegel als donkere schimmen verdwenen. ‘Tot over een uurtje.’ Ik startte de auto en wilde het terrein afrijden. En groot dicht hek met een prominent hangslot maakte dit onmogelijk. Opgesloten.
Het was erg donker, het begon te regenen en honden (of wolven?) huilden onheilspellend. De veilige wereld achter het hek en ik vannacht zonder elkaar? Overleven in de Haagse jungle? Of ontsnappen als een echte Rambo: het hek aan flarden rijden en uit wraak Den Haag erbij?
Een blik op mijn fraai gelakte Opeltje en de tegenstander, een stoere stalen Heras, deed mij besluiten te kiezen voor een defensieve variant: mijn vrouw bellen. ‘Hoi lief, met mij weer.’ Ik legde mijn hachelijke situatie uit. Dit sloeg bij het inmiddels sluimerende thuisfront in als een bom. ‘Dit meen je niet hè. Ongelofelijke oen! Dit is weer zo typisch jij hè.’ ‘Ja, maar ik kan er echt niets aan doen.’ ‘Ze hebben ‘m opgesloten’, hoorde ik op de achtergrond iemand dramatisch roepen.
Ik kreeg wat telefoonnummers. Gemeente? Mis. Wijkpolitie? Mis. Mijn collega? Raak! Kon hij de cursist met de sleutel bereiken? Hij ging het proberen. Na de laatste spannende uren in de Haagse jungle kwam de verlossing, met excuses aan de cursusleider. Nog nooit meegemaakt.
De volgende dag op mijn werk lag er een berichtje van mijn reddende collega. ‘Gaat het weer een beetje?’ Nou, een minipiepklein beetje gaat het wel weer, dankjewel. Engelen bestaan. Het zijn je collega’s.

Re:ageer