Organisatie - 4 juni 2009

HET TENNISGEHEIM VAN DE CAMPUS

‘Jaha, mooie!’, verder gaat de conversatie niet.
‘Jaha, mooie!’, verder gaat de conversatie niet.

Foto: Guy Ackermans

Je gaat zo aan het paadje voorbij. De stenen liggen scheef, de struiken staan ruig in het groen. Maar dan strekt zich een verrassend grote open plek voor je uit. Een oase van rust, met ruisende bomen, een zingende merel, en soms het geluid van ‘plok’, … ‘plok’, … ‘plok’. Het goed bewaarde onderkomen van tennisclub De Born Zuid.
‘We komen hier iedere week om een balletje te slaan’, vertelt Leontine Visser, hoogleraar bij Rurale ontwikkelingssociologie. Ver weg van de avondspits slaan Visser en haar drie medespelers om beurten de bal. ‘Jij.’ ‘Jaha.’ ‘Mooie.’ Verder gaat de conversatie niet.
Een dikke veertig jaar geleden vlogen hier, naast het Rikilt - Instituut voor voedselveiligheid, de eerste ballen over het net. Er moest iets komen dat goed was voor de contacten tussen medewerkers van de DLO-instituten. En zo werd met hulp van vrienden en kennissen een oud droogveld voor vlas omgetoverd tot twee tennisbanen.
Belangstelling was er genoeg. In de jaren zeventig kwam er bij een renovatie een derde baan bij. ‘DLO groeide, en twee banen was niet genoeg voor de toen driehonderd leden van de tennisclub’, vertelt Leo Pricken, al dertig jaar voorzitter en werkzaam bij Rikilt.
Velen speelden tussen de middag, om daarna weer fris aan het werk te gaan. Die tijden zijn vervlogen. Rond lunchtijd nemen nog maar weinig mensen de tijd om even te ontspannen. Dat zie je terug op de baan, zegt Pricken. ‘Er wordt minder gesport dan tien, vijftien jaar terug.’ Honderdvijftig leden telt de club nog. De jongste is nog geen dertig, het gros is zestigplusser; ook na je pensioen mag je lid blijven. Nieuw bloed zou prettig zijn, geeft Pricken toe. Om nieuwe mensen wegwijs te maken is er een tennisleraar, en gezinsleden mogen ook lid worden. En als universitair medewerkers zich als lid willen melden bij deze DLO-vereniging ‘dan is daar over te praten’.
Een andere bedreiging van de club vormt de nieuwbouw van Wageningen UR. Op de tekeningen van de campus in 2020 hebben twee gebouwen de tennisbanen verdreven. ‘We zijn in gesprek met het Facilitair bedrijf, en hopen dat er in ieder geval een baan overblijft’, zegt Pricken.
Douche, kantine en verlichting ontbreken op de baan. Toch hangt oud-medewerker mevrouw Goedhart aan het begin van de avond met plezier haar lidmaatschapskaart onder de klok, die registreert hoe laat je begint. ‘De baan is verrukkelijk. En je hebt hier nooit last van wind.’

Re:ageer