Student - 12 februari 2009

HEEL DE TERUGREIS GEHUILD

Judith de Bruijne, student Internationaal land- en waterbeheer, reisde in september naar de stad Chimoio in Mozambique voor haar afstudeervak. In een buitenwijk deed ze vier maanden onderzoek naar strategieën van bewoners om aan water te komen.

nieuws_2938.jpg
‘Water halen is in Mozambique een vrouwentaak. Een meisje leert vanaf haar achtste van haar moeder hoe ze met een volle bidon van twintig liter op haar hoofd moet lopen. Sommige families hebben in hun tuin een zelfgegraven waterput waar ze, als de put niet droogstaat, met een emmer en een lang koord water uit halen. Verder heb je ook publieke watertappunten met lange wachtrijen waar wel eens conflicten met veel geschreeuw ontstaan.
Ik woonde bij een relatief welgestelde extended family van ongeveer twintig personen. Ik had vijf zussen, die zelf ook al kinderen hadden, een moeder en een vader. Er heerste een sterke hiërarchie in het gezin. Mijn zussen schreeuwden vaak tegen hun kinderen en sloegen ze dagelijks. Ik probeerde ze te laten zien, door met hun kind te praten of het in de hoek te zetten als het stout was geweest, dat het ook anders kan. In het begin moesten mijn zussen even wennen dat ik me bemoeide met hun zaken, maar na een tijd gingen ze het wel waarderen. Ik ben het gezin tijdens mijn verblijf echt als familie gaan zien en wederzijds. Mijn gastouders noemden me zelfs a minha filha, dat is Portugees voor mijn dochter.
De wijk waar ik woonde stond bij buitenlanders bekend als een onveilige plek voor blanken. Ze weten daar dat blanken veel geld hebben en er vinden ’s avond soms overvallen plaats. Op straat zie je constant werkloze, dronken mensen rondhangen. Ik hoorde vaak mensen schreeuwen en zag veel huiselijk geweld. Ik ben zelf nooit overvallen maar ben wel een keer geïntimideerd geweest. Een man die op politiek gebied machtig was in de wijk, was er heilig van overtuigd dat ik kwaad in de zin had en dat ik zijn politieke partij, Frelimo, zwart wou maken. Hij hield me een keer dronken tegen op straat en zei dat hij ervoor zou zorgen dat ik mijn werk niet voort zou kunnen zetten. Het bleef gelukkig bij intimidatie.
Het dagelijks zien van huiselijk geweld en armoede is misschien een van de redenen geweest dat ik een poosje depressief ben geweest. Ik had last van nachtmerries en huilbuien en had nergens meer zin in. Mijn familie heeft me erg geholpen uit de put te komen. Als ik thuiskwam zetten ze snel het daar toen populaire liedje No stress van Laurent Wolf op. Echt heel lief. ‘s Avonds stimuleerden mijn zussen en hun kinderen me om samen wild met hun in de tuin te dansen, iets wat me ook uit de depressie heeft getrokken.
Ik ben drie weken eerder met mijn veldwerk gestopt waardoor ik alle tijd had om afscheid te nemen. Toch was het afscheid nog zwaar, ik heb zowat de hele terugreis gehuild in het vliegtuig. Nu ik terug ben in Nederland weet ik een ding zeker: ik ga een keer terug.’

Re:ageer